Extremadura · West-Spanje

Mooiste bezienswaardigheden in Trujillo - Wat te doen in Trujillo?

Trujillo - Ontdek de top 10 Trujillo bezienswaardigheden

Header afbeelding van Trujillo in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Trujillo

Trujillo is een klein heuvelstadje in Extremadura, zo’n negenduizend inwoners groot, met meer monumenten dan logisch lijkt voor die omvang. De Plaza Mayor met het ruiterstandbeeld van Pizarro, het Moorse kasteel boven op de granieten heuvel, paleisgevels die met goud en zilver uit Peru zijn betaald: het zit allemaal binnen een wandeling van een kwartier. Dat de stad er nog zo bij staat, heeft een keerzijde. De rijkdom op deze pleinen is rechtstreeks afkomstig uit de plundering van het Inca-rijk, en dat hoort bij het verhaal.

Kaart Trujillo Spanje - waar ligt Trujillo

Inleiding tot Trujillo

Trujillo telt ongeveer 9.000 inwoners en ligt midden in Extremadura, zo’n 250 kilometer ten zuidwesten van Madrid en vijftig kilometer oostelijk van Cáceres. De stad staat op een granieten heuvel die boven de omringende dehesa uitsteekt; van ver al herken je het silhouet van het kasteel en de toren van Santa María. Die ligging op een natuurlijke hoogte bepaalde de geschiedenis. Vanaf de Romeinse tijd via de Moren tot de Middeleeuwen was Trujillo een strategische uitkijkpost aan de westelijke grens van wie er op dat moment de baas was.

Wat Trujillo opvallend maakt, is de dichtheid. Binnen een klein historisch centrum staan een groot plein, een complete middeleeuwse ommuurde bovenstad, een Moors kasteel, een handvol renaissance-paleizen gebouwd door de adel die in de zestiende eeuw met geld uit Amerika terugkwam, en drie grote kerken uit verschillende eeuwen. Alles is binnen tien tot vijftien minuten lopen. De straten zijn zo intact dat de stad regelmatig als filmlocatie heeft gediend voor historische producties.

De stad werkt prima als dagtrip, vooral gecombineerd met Cáceres of Mérida. Wie een overnachting kan inpassen, ziet Trujillo op zijn best: vroeg in de ochtend en laat op de avond, als de touringcars weg zijn en de Plaza Mayor weer van de bewoners is. Dan wordt de schaal van het stadje weer voelbaar.

Informatie over Trujillo

  • Costa
    Extremadura
  • Bevolking
    9.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 13°C
    Lente: 21°C
    Zomer: 33°C
    Herfst: 23°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Madrid-Barajas (MAD)
  • Locatie in Spanje
    West-Spanje

Achtergrond en geschiedenis van Trujillo

De geschiedenis van Trujillo gaat terug tot de Romeinse tijd, toen er op de heuvel een vesting stond met de naam Turgalium, waar de huidige naam vandaan komt. Onder de Moren, vanaf de achtste eeuw, werd die uitgebreid tot een alcazaba die voor een groot deel nog overeind staat. Trujillo was toen een grensstad aan de rand van Al-Andalus en wisselde tijdens de Reconquista meermaals van hand tussen christenen en moslims, tot ze in 1232 definitief in handen kwam van koning Ferdinand III van Castilië.

Na de herovering werd Trujillo een adellijke stad met privileges van de kroon. In de veertiende en vijftiende eeuw verrezen de eerste grote kerken en vestigden adellijke families zich binnen de muren. Het echte kantelpunt kwam in de zestiende eeuw, toen de stad een onevenredige rol kreeg in de Spaanse expansie overzee. Francisco Pizarro, geboren rond 1471 als buitenechtelijk kind van een hidalgo en een dienstmeid, vertrok zonder titel of vermogen naar de Amerika’s en bracht in 1532-1533 het Inca-rijk ten val met een gewapende troep van minder dan tweehonderd man.

Pizarro deed dat niet alleen. Zijn halfbroers Hernando, Gonzalo en Juan trokken met hem mee naar Peru. Zijn neef Francisco de Orellana voer als eerste Europeaan de volledige Amazone af en gaf de rivier haar naam. Tientallen andere Trujillanos volgden. De verovering was gewelddadig, de gevangenneming van Inca-keizer Atahualpa in Cajamarca leverde een losgeld op van een ruimte gevuld met goud en twee met zilver, dat na betaling van het losgeld werd gevolgd door diens executie. Wie levend terugkwam in Trujillo, bouwde van die rijkdom een paleis. Familieleden van Pizarro zetten het Palacio de la Conquista aan de Plaza Mayor neer, de Orellanas en Pizarro-Toledos hun eigen residenties, en het plein zelf werd uitgebreid en bestraat om bij de nieuwe status te passen.

Vanaf de zeventiende eeuw zakte Trujillo, net als de rest van Extremadura, economisch in. De politieke macht verschoof naar Madrid en Sevilla, de stroom naar Amerika droogde op, en de stad raakte uit beeld. Paradoxaal genoeg was die terugval de redding van het erfgoed: er was geen geld voor modernisering en de zestiende-eeuwse stad bleef grotendeels intact. In 1962 werd het historisch centrum aangewezen als Conjunto Histórico-Artístico; sindsdien is het beschermd en grotendeels gerestaureerd.

De top 10 bezienswaardigheden in Trujillo

Plaza Mayor

De Plaza Mayor van Trujillo met het ruiterstandbeeld van Pizarro en de kerk van San Martín

De Plaza Mayor heeft niet de strakke vierkante vorm van veel Spaanse hoofdpleinen. Hij loopt onregelmatig en met hoogteverschil over meerdere niveaus, ingeklemd tussen renaissance-paleisgevels, een vijftiende-eeuwse kerk en een resterend stuk middeleeuwse stadsmuur. Het bronzen ruiterstandbeeld midden op het plein vangt meteen de aandacht. Het plein is groot genoeg voor de jaarlijkse kaasbeurs, klein genoeg om vanaf een terras te overzien.

Dat ruiterstandbeeld is Francisco Pizarro. Het werd gemaakt door de Amerikaanse beeldhouwer Charles Cary Rumsey en na zijn dood door zijn weduwe Mary Harriman Rumsey aan de stad geschonken. Onthulling: 1929. Een tweede afgietsel stond lange tijd in Lima en is daar in 2003 uit het straatbeeld gehaald vanwege Pizarro’s rol in de verovering van Peru. In Trujillo staat hij nog overeind, in volle wapenrusting en met zwaard, hoog boven de kasseien. Een monument dat zowel een herkomstverhaal als een ongemakkelijk verleden in zich draagt, afhankelijk van waar je vandaan komt.

Rondom het plein staan de belangrijkste paleizen en kerken. De Iglesia de San Martín aan de oostkant, het Palacio de la Conquista aan de zuidkant, het Palacio de los Duques de San Carlos aan de westkant. De noordkant geeft een open zicht omhoog naar het kasteel. Op woensdag- en zaterdagochtend is er markt. Begin mei staat het plein vol kaasstands voor de Feria Nacional del Queso, in de tweede helft van augustus is er het middeleeuwse festival. Aan het eind van de middag is dit de plek voor een koffie of een glas wijn, terwijl de zon over de paleisgevels schuift.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Markten op woensdag en zaterdag ochtend. Kaasbeurs meestal eerste weekend van mei; middeleeuws festival tweede helft augustus. De meeste sfeer rond zonsondergang.


Kasteel van Trujillo

Het Moorse kasteel van Trujillo op de top van de heuvel met zijn torens en muren

Het Castillo de Trujillo staat op de hoogste punt van de heuvel en geldt als een van de beter bewaarde Moorse vestingen van Extremadura. Aangelegd in de negende eeuw door de Moren, later door de christelijke heroveraars verbouwd en uitgebreid. Wat je vandaag ziet, zijn massieve granieten muren, twee torens (Torre del Alfiler en Torre del Homenaje) en een ommuurd binnenhof met een cisterne uit de Moorse periode.

De klim vanaf de Plaza Mayor duurt zo’n tien minuten via smalle stijgende kasseistraten. Onderweg kom je langs een stuk middeleeuwse muur, de kleine kapel van Santa Catalina en een paar adellijke huizen. Eenmaal boven kun je rondlopen over de wallen, de torens in (de Torre del Homenaje geeft tien meter extra hoogte en een rondom-zicht) en een kapelletje binnenstappen gewijd aan de Virgen de la Victoria, patroonheilige van de stad. Het Mariabeeld draait twee keer per jaar op een automatisch mechanisme uit de zestiende eeuw, een mechanische curiositeit die nog werkt.

Het uitzicht is uitgestrekt. Direct onder je de ommuurde oude stad, daarachter de dehesa van Extremadura met haar kurkeiken en grazende varkens, in de verte de Sierra de Gredos. Bij goed zicht teken je in westelijke richting de horizon af tot ongeveer waar de Portugese grens ligt (zo’n 120 kilometer). Dit is de beste plek voor een foto van Trujillo met context.

Bezoekdetails: Geopend dagelijks, tijden variëren per seizoen. Bescheiden toegangsprijs. Reken op een uur voor een compleet bezoek inclusief torens. Draag stevige schoenen voor de klim. Vooral fotogeniek bij zonsondergang.


Iglesia de Santa María la Mayor

De Iglesia de Santa María la Mayor is de oudste en belangrijkste kerk van de stad, gebouwd in de dertiende eeuw kort na de herovering op de Moren. Ze staat in de bovenstad, binnen de oude ommuurde kern, op de plek van een vroegere moskee. Stilistisch zit ze op de overgang van romaans naar gotisch, met massieve dragende muren, een forse toren en een driebeukige binnenruimte met houten plafonds in de oudste delen.

Het bekendste onderdeel binnen is het retabel van Fernando Gallego, een laat-gotisch altaarstuk uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. Vijfentwintig panelen met scenes uit het leven van Christus en Maria, geschilderd in de kenmerkende stijl van Gallego: donkere achtergronden, expressieve gezichten, gedetailleerde stoffen. Dit is een van zijn best bewaarde altaarstukken; alleen al hiervoor is de toegangsprijs te rechtvaardigen. In de kerk ligt ook de grafkapel van de Pizarro-familie, met enkele familieleden van Francisco Pizarro.

De toren is beklimbaar. Reken op tachtig tot honderd treden, steil en smal, met boven een goed zicht op de Plaza Mayor en de bovenstad. Wie geen zin heeft in de klim naar het kasteel maar wel een hoog uitzicht wil, heeft hier een alternatief. Kerk plus toren bezoeken duurt ongeveer drie kwartier.

Bezoekdetails: Geopend dagelijks buiten misuren. Bescheiden toegangsprijs. Reken op drie kwartier inclusief toren. De toren is niet geschikt voor mensen met claustrofobie of hoogtevrees.


Palacio de la Conquista

Het Palacio de la Conquista aan de Plaza Mayor is het meest expliciete conquistadores-monument van de stad. Gebouwd in de tweede helft van de zestiende eeuw door Hernando Pizarro, halfbroer van Francisco, en zijn vrouw Francisca Pizarro Yupanqui, dochter van Francisco Pizarro en de Inca-prinses Inés Huaylas Yupanqui. Daarmee staat hier letterlijk een huwelijksgeschiedenis tussen Spaanse en Inca-adel in steen, betaald met goud dat de familie uit Peru meebracht.

De gevel aan de Plaza Mayor is een schoolvoorbeeld van plateresque architectuur, de zestiende-eeuwse Spaanse overgangsstijl tussen laat-gotiek en renaissance. De hoekgevel met balkon heeft fijn uitgewerkte sculpturen: portretten van Francisco Pizarro en zijn vrouw, van Hernando en Francisca, familiewapens met zowel Spaanse als Inca-elementen, en allegorische figuren van de vier werelddelen. Dat laatste detail is geen toeval; het is een visuele claim op de koloniale macht van Spanje halverwege de zestiende eeuw, hier in steen gehouwen op het centrale plein van een provinciestadje.

Het interieur is privébezit, deels bewoond door afstammelingen, dus bezoek is beperkt. Er zijn rondleidingen op gereserveerde tijden, meestal Spaanstalig, waarbij je het patio, een paar zalen en een klein museum met familiedocumenten ziet. Ook wie alleen de buitenkant bekijkt, staat hier voor een van de meest sprekende gevels van Spanje.

Bezoekdetails: Gevel altijd vrij van buitenaf te bekijken. Voor rondleidingen: informatie bij het toeristisch kantoor aan de Plaza Mayor. Bescheiden toegangsprijs. Reken op een uur voor een georganiseerde rondleiding.


Iglesia de San Martín

De Iglesia de San Martín staat aan de oostkant van de Plaza Mayor en is na Santa María la Mayor de tweede kerk van de stad. Gebouwd vanaf de veertiende eeuw, in de vijftiende en zestiende eeuw uitgebreid; de vormentaal zit op de overgang van gotiek naar renaissance. De hoofdgevel, met een groot roosvenster en gotische toegangspoort, maakt onderdeel uit van de pleinscène.

Binnen drie beuken, een hoog gotisch gewelf en grafkapellen van adellijke families uit Trujillo. De kapel van de familie Chaves trekt de meeste aandacht, met een laat-renaissance altaarstuk en een combinatie van gebeeldhouwde steen en polychrome houten beelden. Er staan ook orgels uit verschillende periodes; een ervan is nog in gebruik voor de zondagsdienst en voor concerten.

Wat San Martín onderscheidt, is dat je via de kerk de klokkentoren in kunt. De beklimming is steil maar kort en geeft een zicht dat je nergens anders krijgt: je staat bovenop het plein en kijkt neer op de gevel van het Palacio de la Conquista en het Pizarro-standbeeld, met het kasteel als achterdoek. Korter dan de toren van Santa María en met een ander perspectief, dus prima te combineren.

Bezoekdetails: Geopend dagelijks buiten misuren. Bescheiden toegangsprijs inclusief toegang tot de toren. Reken op 30-45 minuten voor een bezoek. Combineer met een koffie op het terras van de Plaza Mayor direct ervoor.


Casa-Museo Francisco Pizarro

De Casa-Museo Francisco Pizarro is het huis waarin de conquistador volgens de overlevering rond 1471 geboren werd. Het ligt in de bovenstad aan de Plaza de Santa María, een paar minuten lopen vanaf de hoofdkerk. Een klein, sober vijftiende-eeuws huis, in de twintigste eeuw gerestaureerd en ingericht als museum over Pizarro en de verovering van Peru.

Op twee verdiepingen zijn documenten, kaarten, reproducties van brieven, replica’s van wapens en kleding en een handvol originele familiestukken te zien. De opstelling volgt zijn leven chronologisch: zijn jeugd in Trujillo als buitenechtelijk kind, zijn eerste reis naar Amerika in 1502, de gevangenneming van Inca-keizer Atahualpa in Cajamarca in 1532, het losgeld in goud en zilver gevolgd door diens executie, de inname van Cuzco en de stichting van Lima in 1535, en de burgeroorlogen onder de conquistadores die eindigden met Pizarro’s moord in zijn eigen paleis in 1541.

Het museum probeert eerlijk te zijn over de gevolgen van de verovering: de demografische ineenstorting van de Inca-bevolking, het geweld en de hebzucht, naast de militaire en organisatorische cijfers van wat een kleine groep Spanjaarden voor elkaar kreeg. Voor Nederlandse bezoekers die Pizarro alleen uit een handboek kennen, geeft dit een concretere context. Reken op een uur.

Bezoekdetails: Geopend dagelijks, openingstijden variëren. Bescheiden toegangsprijs. Audiogids in het Engels beschikbaar. Reken op een uur.


Oude stadsmuren en Alcázar

De oude stadsmuren staan nog voor ongeveer tweederde overeind en worden vaak overgeslagen. Ze werden vanaf de Moorse periode aangelegd en door de christelijke heroveraars uitgebreid. Vier oorspronkelijke poorten zijn bewaard: de Puerta de Santiago, Puerta de San Andrés, Puerta del Triunfo en Puerta de Coria, elk met eigen kenmerken.

Een wandeling langs de buitenkant, vanaf de Plaza Mayor via de Puerta de San Andrés omhoog naar het kasteel en via de Puerta de Coria terug naar beneden, is een goede manier om de schaal van de oude stad te begrijpen. De route is ongeveer een kilometer lang en kost met fotostops een goed uur. Op een paar plekken kun je dwars door de muur de stad weer in.

Binnen de muren ligt de Alcázar, niet te verwarren met het hoger gelegen kasteel: een klein vestingdeel rond de Plaza de Juan Marín en de Plaza de Santa María, met enkele paleizen, een gedeelte van de oudste kerk en goed bewaarde woonhuizen uit de dertiende tot vijftiende eeuw. Dit is de oorspronkelijke bovenstad, meestal veel rustiger dan de Plaza Mayor, met een andere schaal en sfeer.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Draag stevige schoenen voor de onregelmatige kasseien. De muurwandeling duurt ongeveer een uur, zonder gidsing perfect op eigen houtje te doen.


Palacio de los Duques de San Carlos

Het Palacio de los Duques de San Carlos staat aan de westkant van de Plaza Mayor en is een van de grootste renaissance-paleizen van Trujillo. Gebouwd in de tweede helft van de zestiende eeuw door de familie Vargas-Carvajal. De voorgevel valt op door een rijk gedecoreerde toegangspoort met het familiewapen en twee schildhouders in reliëf.

Vandaag dient het pand als klooster van de Orde van de Jeronimieten, deels open voor publiek via geleide rondleidingen. Binnen vind je een grote patio met dubbele arcade, een sobere kapel en een aantal zalen met deels de oorspronkelijke inrichting. De rondleiding leidt ook langs de kloosterkeuken, met grote stenen ovens, een oude koelruimte en een ommuurde kruidentuin.

Wat dit paleis interessant maakt, is de gelaagdheid. Het begon als residentie van een rijke familie, werd in de zeventiende eeuw aan de orde geschonken en is nu al ruim driehonderd jaar klooster. De zusters maken en verkopen traditioneel gebak, een gewoonte die in Spaanse kloosters nog gebruikelijk is. Een doosje zelfgebakken amandelkoekjes of yemas haal je op via een draaischijf (torno) aan de straatzijde, zonder de zusters te zien.

Bezoekdetails: Geopend voor rondleidingen op vaste tijden, meestal ochtend en late namiddag. Bescheiden toegangsprijs. Reken op drie kwartier voor een rondleiding. Het paleisgebak is te koop via een draaischijf (torno) aan de straatzijde.


Iglesia de Santiago

De Iglesia de Santiago ligt buiten de ommuurde oude stad, vlakbij de stadspoort waaraan ze haar naam gaf. Een van de oudste kerken van Trujillo, met oorspronkelijke delen uit de dertiende eeuw, sober romaans en vroeg gotisch zoals dat in de eerste generatie kerken na de Reconquista vaker voorkomt. De vierkante toren oogt evengoed als een militair bouwwerk als als een kerktoren.

Het interieur is eenvoudig: een enkel schip, een laat-gotisch altaarstuk en een aantal middeleeuwse muurschilderingen die in de twintigste eeuw onder het pleisterwerk vandaan kwamen en deels gerestaureerd zijn. De kerk wordt nog gebruikt voor diensten en voor processies tijdens de Semana Santa. Het is hier doorgaans stil, zeker vergeleken met Santa María la Mayor.

Vanaf de Iglesia de Santiago loopt een steil pad langs de westelijke stadsmuren omhoog naar het kasteel. Minder gebruikt dan de route vanaf de Plaza Mayor, met een ander perspectief op de stad. Beneden bij de kerk staat een oude stenen fontein die al eeuwen in gebruik is, met daarnaast een binnenplaatsje met traditionele herenhuizen.

Bezoekdetails: Geopend tijdens kerkelijke diensten en op aanvraag. Gratis toegang. Reken op 20 minuten voor een bezoek. Goede startpunt voor een opgang naar het kasteel via een minder bewandelde route.


Plaza de Santa María en de bovenstad

De Plaza de Santa María en de straatjes eromheen vormen de bovenstad: het oorspronkelijke middeleeuwse hart binnen de oudste muren. Kleiner, hoger gelegen en stiller dan het gebied rond de Plaza Mayor. Het plein zelf ligt rondom de hoofdkerk Santa María la Mayor en is een onregelmatig kasseivlak met een oude stenen waterpomp en huizen van rond de zestiende eeuw.

Rond het plein staan het geboortehuis van Pizarro (Casa-Museo Pizarro), het Palacio de los Marqueses de la Conquista, de kleine kerk Santa María del Arrabal en een paar adellijke herenhuizen. De sfeer wijkt af van die op de Plaza Mayor: stiller, schaduwrijker, met een duidelijk middeleeuwse schaal. De muren zijn van grof gehouwen graniet, de straten smal en licht hellend, het geheel doet denken aan een Italiaans bergstadje.

Een wandeling door de bovenstad duurt drie kwartier. Voor veel bezoekers blijkt dit deel onverwacht het hoogtepunt. Hier zie je de stad zoals die er voor de zestiende-eeuwse uitbreiding uitzag, vóór het Peruaanse geld en de paleisbouw. Een koffie op een van de terrasjes aan de Plaza de Santa María, met de toren van Santa María la Mayor boven je en het kasteel achter je, is een van de aangenaamste pauzes in een dag Trujillo.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Best in de late namiddag voor mooi licht. Combineer met een bezoek aan de kerk Santa María la Mayor en het Pizarro-museum.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Trujillo

Beste tijd om Trujillo te bezoeken

Lente (maart tot begin juni) en herfst (september en oktober) zijn de prettigste periodes, met milde temperaturen en helder licht dat de warme tinten van het graniet laat uitkomen. Begin mei valt de Feria Nacional del Queso, een van de grootste kaasfestivals van Spanje; een goed moment om de stad te zien, maar accommodaties zijn dan al lang vooraf volgeboekt. Juli en augustus zitten regelmatig boven de veertig graden; in die periode is er wel het middeleeuwse festival met optochten, markten en theater. De winter is rustig, mild overdag en helder, een goede keuze als je drukte wilt vermijden.

Vervoersopties van en naar Trujillo

Trujillo heeft geen eigen luchthaven en geen treinstation. De makkelijkste route is via Madrid-Barajas (MAD) en de A-5, ongeveer 250 kilometer en twee en een half tot drie uur rijden. Voor Extremadura is een huurauto eigenlijk onmisbaar, niet alleen voor Trujillo zelf maar ook voor dagtrips naar Cáceres, Mérida, Monfragüe of Guadalupe. Alternatieven zijn vliegen op Sevilla (SVQ) of Lissabon, beide op zo’n drie uur rijden. ALSA-bussen verbinden Trujillo meerdere keren per dag met Madrid, Cáceres, Mérida en Badajoz; een goede optie voor wie geen auto wil. Binnen Trujillo loop je overal naartoe; de hele oude stad inclusief het kasteel ligt binnen een kilometer.

Praktische tips

Trujillo is opgebouwd rond een heuvel, dus reken op hellende straten en ongelijke kasseien. Stevige wandelschoenen zijn aan te raden, zeker voor de klim naar het kasteel. In de zomer begin je bezoeken vroeg (voor tien uur) of laat (na zes uur ’s avonds) om de hitte te vermijden. Tickets voor de meeste monumenten zijn bescheiden geprijsd; er zijn combinatiekaarten (bono turístico) voor meerdere attracties tegelijk. Buiten het seizoen (november tot maart) zijn sommige monumenten beperkt open; check actuele tijden bij het toeristisch kantoor aan de Plaza Mayor. Engels wordt buiten de toeristische adressen beperkt gesproken, basiskennis Spaans helpt.

Accommodatie in Trujillo

Voor een stadje van deze omvang is het aanbod aan overnachtingen verrassend divers. De Parador de Trujillo zit in een gerestaureerd zestiende-eeuws klooster midden in het centrum en is een populaire keuze voor wie in een monumentaal pand wil slapen. Daarnaast zijn er boutique-hotels in gerestaureerde adellijke herenhuizen, vaak met blootliggende granieten muren, houten balken en antieke meubels. Voor budgetreizigers zijn er pensions, hostels en vakantieappartementen in en rond het centrum. Prijzen liggen doorgaans lager dan in de grote steden, maar lopen op tijdens festivals (kaasbeurs begin mei, middeleeuws festival in augustus); reserveer dan minimaal twee tot drie maanden vooruit.

Restaurants in Trujillo

De Extremaduraanse keuken is buiten de regio minder bekend dan die van Andalusië of Baskenland, maar minstens zo de moeite waard. Vooral vlees, met de producten van de dehesa (open eikenbossen waar Iberische varkens onder de kurkeiken op eikels grazen) als basis. Probeer jamón ibérico de bellota, migas extremeñas (geroosterd brood met knoflook, chorizo en spek), cordero asado (gebraden lam), torta del casar (romige schapenkaas die je met een lepel uit de korst eet) en in het seizoen venado (hertenvlees). De wijnen uit de DO Ribera del Guadiana zijn goedkoop en degelijk.

  • Corral del Rey: Traditioneel Extremaduraans restaurant in een gerestaureerd herenhuis met een mooie binnenplaats, gespecialiseerd in lam uit de houtoven en gegrilde vleesgerechten. Populair bij locals en bezoekers.
  • Mesón Alberca: Gezellig restaurant nabij de Plaza Mayor met uitzicht op de kerk van San Martín. Uitstekende tapas en dagmenu’s met lokale specialiteiten. Populair voor de lunch.
  • La Troya: Legendarisch tapasbar aan de Plaza Mayor die al generaties lang wordt gerund door dezelfde familie. Bekend voor de zelfgemaakte tortilla en de brede keuze aan lokale wijnen.
  • Restaurante Bizcocho Plaza: Modern restaurant met een creatieve kaart die traditionele Extremaduraanse producten combineert met hedendaagse technieken. Goed voor wie iets meer wil dan klassiek.
  • Restaurante Victoria: Klassiek adres met een focus op gegrild vlees en regionale specialiteiten zoals caldereta extremeña en migas. Goede kaart lokale wijnen, vriendelijke prijzen.

Dagtrips vanuit Trujillo

Cáceres

Cáceres ligt op vijftig minuten rijden westelijk en is de UNESCO-stad die als grotere tegenhanger van Trujillo functioneert. Waar Trujillo klein en compact is, is Cáceres monumentaler en uitgebreider, met een complete Ciudad Monumental vol paleizen, kloosters en torens. Goed te doen als dagtrip; reken op een halve dag. Zie ook Caceres voor een uitgebreide stadsgids.

Mérida

Mérida ligt op tachtig minuten rijden zuidelijk en is het Romeinse zwaartepunt van Spanje. Theater, amfitheater, aquaducten en het Museo Nacional de Arte Romano maken het tot het grootste Romeinse ensemble van het land. Reken op een volle dag. Zie ook Merida voor meer informatie.

Guadalupe

Guadalupe ligt op ongeveer een uur rijden oostelijk, verscholen in de bergen van de Sierra de Villuercas. Het klooster, sinds 1993 op de UNESCO Werelderfgoedlijst, is een belangrijk bedevaartsoord en combineert gotische, mudéjar en barokke elementen. De Maagd van Guadalupe gold bij Columbus als beschermheilige van zijn reizen naar Amerika, een detail dat aangeeft hoe nauw deze regio met de koloniale onderneming verweven was.

Nationaal Park Monfragüe

Op drie kwartier rijden noordelijk ligt Monfragüe, een van de beste gebieden van Europa voor grote roofvogels. Vale gieren, zwarte gieren en keizerarenden zijn dagelijks te zien vanaf de miradors langs de rivier. De Salto del Gitano, een rotsklif waar tientallen gieren rondcirkelen, is bekend bij vogelkijkers in heel Europa. Een verrekijker is hier geen luxe.

Conclusie

Trujillo is een klein heuvelstadje met een buitenproportioneel verhaal. De Plaza Mayor, het Moorse kasteel op de heuvel, de paleizen die met goud en zilver uit Peru zijn betaald, het Pizarro-museum: alles zit op loopafstand binnen een ommuurd centrum dat sinds de zestiende eeuw nauwelijks is veranderd. Plan minstens een halve dag voor de hoofdattracties. Een overnachting maakt verschil; in de vroege ochtend en op de late avond is het stadje een andere stad. Combineer met Cáceres en Mérida voor een twee- of driedaagse Extremadura-ronde, een rit die buiten Spanje weinig wordt afgelegd maar die in monumentale dichtheid weinig hoeft toe te geven aan bekendere routes. Wie naar Trujillo komt, krijgt geen onaangeroerd vergezicht maar wel een geconcentreerde versie van een specifiek hoofdstuk uit de Spaanse en Amerikaanse geschiedenis, met alle voorzichten en ongemakken die daar bij horen.

Highlights Trujillo

Trujillo is een middeleeuws stadje in Extremadura en de geboorteplaats van Francisco Pizarro, die in 1532-1533 het Inca-rijk veroverde. Rond de Plaza Mayor staan paleizen die met goud en zilver uit Peru zijn betaald, op de heuvel erboven het Moorse kasteel met uitzicht tot in Portugal.

Veelgestelde vragen

Lente (maart-mei) en herfst (september-november) werken het beste. Temperaturen liggen dan tussen de vijftien en vijfentwintig graden en je kunt de Plaza Mayor en de paleizen rustig aflopen. Juli en augustus zitten in Extremadura regelmatig boven de veertig graden; rondlopen wordt dan een opgave. De winter is mild overdag (tien tot vijftien graden) en vaak zonnig, een goede tijd als je drukte wilt vermijden. Begin mei valt de Feria Nacional del Queso, de nationale kaasbeurs, met tientallen kazen uit alle regio's op de Plaza Mayor. Reserveer dan ver vooruit, want overnachten is bijna onmogelijk te krijgen.
Trujillo heeft geen eigen luchthaven. De makkelijkste route is vliegen op Madrid-Barajas (MAD) en met een huurauto via de A-5 naar Trujillo (ongeveer 250 kilometer, twee en een half tot drie uur rijden). Alternatieven zijn Sevilla (SVQ) op ruim 260 kilometer en drie uur rijden, of Lissabon op zo'n 290 kilometer. De trein vanuit Madrid stopt niet in Trujillo zelf; het dichtstbijzijnde station is Monfragüe, op 50 minuten rijden. Voor Extremadura is een auto eigenlijk onmisbaar. ALSA-bussen verbinden Trujillo dagelijks met Madrid, Cáceres, Mérida en Badajoz.
Een halve tot hele dag is genoeg voor de Plaza Mayor, het kasteel en de belangrijkste paleizen. Een overnachting maakt wel verschil. Vroeg in de ochtend, met een lege Plaza Mayor en oranje steen die in het licht opwarmt, is iets anders dan een middag tussen de touringcars. 's Avonds, als de paleisgevels uitgelicht worden en de tabernas opengaan, krijgt het stadje zijn schaal terug. Combineer met Cáceres (vijftig minuten rijden) of Mérida (tachtig minuten) en je hebt een tweedaagse die Extremadura recht doet.
Trujillo is een van de belangrijkste geboortesteden van Spaanse conquistadores. Francisco Pizarro, die in 1532-1533 het Inca-rijk veroverde en plunderde, werd hier rond 1471 geboren. Zijn halfbroers Hernando, Gonzalo en Juan Pizarro gingen met hem mee naar Peru. Ook Francisco de Orellana, de eerste Europeaan die de Amazone afvoer en de rivier zijn naam gaf, kwam uit Trujillo. De armoede van het vijftiende-eeuwse Extremadura dreef honderden jonge mannen naar de Amerika's, met het Pizarro-netwerk als belangrijkste rekruteringskanaal. Wie levend terugkwam, deed dat met enorme rijkdommen uit het goud en zilver van de Inca's en bouwde in Trujillo een paleis om dat zichtbaar te maken. Het resultaat: een stad vol zestiende-eeuwse paleizen die zo goed als allemaal met Peruaans edelmetaal zijn betaald.
Cáceres en Trujillo worden vaak met elkaar vergeleken. Allebei middeleeuwse stadjes in Extremadura, allebei met paleizen van conquistadores, allebei een ommuurd historisch centrum. Cáceres is groter (96.000 inwoners) en staat sinds 1986 op de UNESCO-lijst; de Ciudad Monumental is uitgebreider en monumentdichter. Trujillo is kleiner (9.000 inwoners), compacter, met de Plaza Mayor als hart en het Moorse kasteel erboven. Moet je kiezen: Cáceres voor musea en grote ensembles, Trujillo voor schaal en de geschiedenis van de conquistadores. Maar ze liggen op vijftig minuten rijden van elkaar, dus combineren is praktisch eenvoudig en de slimste keuze.
De Feria Nacional del Queso is de grootste kaasbeurs van Spanje en vindt elk jaar begin mei plaats in Trujillo, doorgaans het eerste weekend. Op de Plaza Mayor en de aangrenzende straten staan meer dan honderd kaasstands uit alle regio's: blauwe Cabrales uit Asturië, manchego uit Castilië-La Mancha, La Serena en Extremaduraans torta del casar. Je kunt proeven, kopen en meedoen aan workshops kaasmakerij. Het evenement bestaat sinds 1988 en trekt jaarlijks tienduizenden bezoekers. Voor wie iets heeft met Spaanse gastronomie is dit een aanrader, maar reserveer accommodatie maanden van tevoren, anders kun je het wel vergeten.
Ja. Het Moorse kasteel (Castillo de Trujillo) is open voor publiek en de moeite waard. Het ligt op de top van de heuvel boven de stad, ongeveer tien minuten lopen vanaf de Plaza Mayor langs smalle stijgende straten. De klim is niet zwaar maar wel constant omhoog; stevige schoenen zijn aan te raden. Boven kun je rondlopen over de muren, de twee torens beklimmen en op heldere dagen tot in Portugal kijken aan de horizon. Binnen het kasteel staat een kleine kapel gewijd aan de Virgen de la Victoria, de patroonheilige van de stad. Toegang is bescheiden geprijsd; reken op een uur voor een compleet bezoek.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.