Mooiste bezienswaardigheden in Logroño - Wat te doen in Logroño?
Logroño - Ontdek de top 10 Logroño bezienswaardigheden

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Logroño
Logroño is de hoofdstad van La Rioja, het bekendste wijngebied van Spanje. Voor veel reizigers is de stad vooral een naam op een wijnetiket, maar wie hier een dag of wat blijft, ontdekt een compacte en aangename stad aan de rivier de Ebro, met een goed bewaarde oude binnenstad, een handvol bijzondere kerken en een tapascultuur waar weinig Spaanse steden aan tippen. Logroño ligt bovendien op de Camino de Santiago, wat de stad al eeuwenlang een gestage stroom reizigers bezorgt.

Inleiding tot Logroño
Logroño ligt in het noorden van Spanje, op de zuidoever van de Ebro, ongeveer halverwege tussen Bilbao en Zaragoza. De stad telt rond de honderdvijftigduizend inwoners en is daarmee veruit de grootste plaats van La Rioja, de kleinste autonome regio van het Spaanse vasteland. Het is geen stad van grote monumenten of musea van wereldformaat; de charme zit in de menselijke maat. Alles ligt op loopafstand, de oude stad is autoluw, en het ritme is dat van een provinciehoofdstad die het goed heeft.
De ligging bepaalt het karakter. De Ebro, de waterrijkste rivier van Spanje, stroomt langs de noordkant van de stad en heeft hier eeuwenlang de welvaart geleverd: vruchtbare grond voor groente en fruit, en vooral de hellingen waarop de wijngaarden van Rioja liggen. Logroño functioneert als de markt- en handelsstad voor die hele streek. Tegelijk is de stad een vaste halte op de Camino Francés, de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, die dwars door de oude stad loopt en over de stenen brug de Ebro oversteekt.
De geschiedenis gaat terug tot de Romeinse tijd, maar Logroño werd pas echt belangrijk in de Middeleeuwen, toen het als grensstad lag tussen de koninkrijken Castilië, Navarra en Aragón. Die strategische positie leverde stadsrechten, stadsmuren en een reeks belegeringen op. In 1521 hielden de inwoners een Frans-Navarrees leger tegen, een wapenfeit dat de stad nog jaarlijks viert. Tegenwoordig draait Logroño om wijn, gastronomie en de Camino, en juist die combinatie maakt het voor Nederlandse reizigers een fijne aanvulling op een rondreis door Noord-Spanje, of een logische tussenstop tussen Baskenland en Navarra.
Informatie over Logroño
- CostaLa Rioja
- Bevolking151.000
- Gemiddelde temperatuurWinter: 6°C
Lente: 13°C
Zomer: 23°C
Herfst: 14°C - Dichtstbijzijnde grote luchthavenLuchthaven Bilbao (BIO)
- Locatie in SpanjeNoord-Spanje
Achtergrond en geschiedenis van Logroño
Op de plek van Logroño lag in de Romeinse tijd al een nederzetting bij een doorwaadbare plaats in de Ebro. De naam duikt voor het eerst duidelijk op in de vroege Middeleeuwen, wanneer de stad in het grensgebied tussen de christelijke koninkrijken van het noorden ligt. In 1095 verleende koning Alfonso VI van Castilië de stad een fuero, een stadsrecht dat handel en vestiging aantrekkelijk maakte. Dat fuero wordt vaak genoemd als een vroeg en invloedrijk voorbeeld van Castilijaanse stadsrechten.
Wat Logroño in de Middeleeuwen vormgaf, was de Camino de Santiago. Vanaf de elfde eeuw groeide de pelgrimsroute naar het graf van de apostel Jacobus uit tot een doorlopende stroom mensen, en Logroño lag er precies op. De stad legde een brug over de Ebro aan, bouwde herbergen en kerken voor de pelgrims, en leefde voor een groot deel van wat die reizigers achterlieten. De Iglesia de Santiago el Real, gewijd aan de patroonheilige van de route, herinnert daar nog aan. De oude stad kreeg in deze eeuwen haar vorm: een raster van smalle straten tussen de rivier en de stadsmuur.
Door de ligging op het drielandenpunt van Castilië, Navarra en Aragón was Logroño eeuwenlang een grensvesting. De stad werd meermaals belegerd. De bekendste episode is het beleg van 1521, toen een Frans-Navarrees leger de stad omsingelde en de inwoners standhielden tot er ontzet kwam. Ter herinnering daaraan draagt Logroño nog altijd de eretitel die het destijds kreeg, en het beleg wordt elk jaar op 11 juni herdacht met het feest van San Bernabé.
In de negentiende eeuw werd Logroño hoofdstad van de nieuwe provincie, en in 1982 hoofdstad van de autonome regio La Rioja. De echte economische motor werd toen de wijn. De aanleg van de spoorwegen verbond de wijnstreek met de havens en de grote steden, en de bodega’s rond Haro en Logroño groeiden uit tot een industrie van wereldformaat. In 1991 kreeg Rioja als eerste Spaanse wijnstreek de hoogste kwaliteitsaanduiding, de Denominación de Origen Calificada. Logroño profiteerde daarvan als hoofdstad, marktplaats en uithangbord van de regio, en investeerde de laatste decennia stevig in zijn oude stad, de Ebro-oevers en de gastronomie.
De top 10 bezienswaardigheden in Logroño
Calle Laurel

De Calle Laurel is de bekendste straat van Logroño en voor veel bezoekers de reden om te komen. Het is een korte, smalle straat in de oude stad waar zo’n vijftig kleine bars dicht op elkaar zitten, elk met een eigen specialiteit. Het concept is simpel: je kiest niet één plek voor de hele avond, maar trekt van bar naar bar en neemt bij elke een pincho, een klein hapje, met een glaasje wijn erbij. Een ronde langs vier of vijf bars is een complete maaltijd.
Elke bar heeft zijn eigen klassieker. Bar Soriano staat al decennia bekend om één gerecht: gegrilde champignons met een garnaal erop, op een spiesje door een sneetje brood. Andere bars zijn beroemd om gebakken inktvis, om patatas bravas, om gevulde spiesjes of om een specifiek soort worst. De prijs is overal vergelijkbaar: een pincho met een klein glas wijn kost meestal tussen de twee en vier euro. Lokaal heet de route ook wel la senda de los elefantes, een knipoog naar de toestand waarin je na een lange ronde verkeert.
Het drukst is het van donderdag tot en met zondag, en op feestdagen. De sfeer is luidruchtig en gemoedelijk, met mensen die buiten op straat staan met hun glas. Wie het rustiger wil, gaat vroeg in de avond of wijkt uit naar de Calle San Juan een paar straten verderop, waar hetzelfde gebeurt op iets kleinere schaal.
Bezoekdetails: Straat altijd vrij toegankelijk; bars meestal open vanaf de late ochtend en weer in de avond. Geen reservering nodig, je loopt gewoon binnen. Reken op anderhalf tot twee uur voor een goede ronde. Avonden en weekenden het levendigst.
Concatedral de Santa María de la Redonda

De Concatedral de Santa María de la Redonda is de belangrijkste kerk van Logroño en staat aan de Calle Portales, midden in de oude stad. De naam Redonda (de ronde) verwijst naar een eerdere kerk met een ronde plattegrond die hier ooit stond. Het huidige gebouw is in de loop van de zestiende eeuw opgetrokken als een laatgotische hallenkerk, met drie even hoge beuken en slanke zuilen. In 1959 werd de kerk verheven tot concatedraal, wat betekent dat ze samen met de kathedraal van het nabijgelegen Calahorra de zetel van het bisdom deelt.
Het opvallendste deel is de westgevel uit de achttiende eeuw, met twee identieke barokke torens die de inwoners liefkozend Las Gemelas noemen, de tweeling. Tussen de torens zit een rijk versierde gevel met een ronde voorbouw. Het is het herkenningspunt van de stad en staat op talloze foto’s. De gevel werd ontworpen in een periode dat Logroño het zich kon veroorloven om groots uit te pakken.
Binnen is de kerk sober en licht, typisch voor een hallenkerk. In de zijkapellen hangen retabels en schilderijen uit verschillende eeuwen; volgens de overlevering bevindt zich onder de werken ook een klein kruisigingspaneel dat aan de kring van Michelangelo wordt toegeschreven, al is die toeschrijving onzeker. De kerk is in gebruik voor de eredienst, dus bezoek het buiten de missen.
Bezoekdetails: Geopend voor bezoek buiten de mistijden, ochtend en late namiddag. Toegang doorgaans gratis of tegen een kleine bijdrage. Reken op een half uur. De gevel met de twee torens is ook ’s avonds, verlicht, de moeite waard.
Calle Portales en het Casco Antiguo

De Calle Portales is de hoofdader van de oude stad van Logroño en dankt zijn naam aan de portales, de arcades die de straat aan weerszijden begeleiden. Onder die overdekte galerijen zit winkel na winkel, en bij regen of felle zon loop je hier droog en in de schaduw. De straat verbindt de Concatedral de la Redonda met de rest van het historisch centrum en is het natuurlijke startpunt voor een wandeling.
Het Casco Antiguo, de oude stad, is een compact netwerk van straten tussen de Ebro en de plek waar ooit de stadsmuur liep. Het is vrijwel autovrij en goed te belopen. Behalve de Calle Portales lonen de Calle Mayor, met oude herenhuizen en wapenschilden boven de deuren, en de pleinen Plaza del Mercado, waar de concatedraal aan ligt, en de Plaza San Agustín. Verspreid over de oude stad staan paleizen van adellijke families uit de zestiende en zeventiende eeuw, te herkennen aan hun zware stenen gevels.
Een rustige rondwandeling door de oude stad duurt een uur of anderhalf, fototsops en een koffie meegerekend. Het is ook het deel van de stad waar de Camino doorheen loopt, dus onderweg kruis je geregeld pelgrims met hun rugzak en schelp. Aan het einde van de middag vult de oude stad zich met locals die aan hun tapasronde beginnen.
Bezoekdetails: Straten altijd vrij toegankelijk. Winkels onder de arcades meestal open van tien tot twee en van vijf tot acht, met siësta ertussen. Reken op anderhalf uur voor een wandeling door de oude stad.
Iglesia de Santiago el Real

De Iglesia de Santiago el Real is gewijd aan de heilige Jacobus, de patroon van de Camino de Santiago, en heeft daarmee een bijzondere band met de pelgrimsroute die langs de kerk loopt. Het huidige gebouw stamt grotendeels uit de zestiende eeuw en is een ruime laatgotische kerk met één brede beuk. Santiago el Real geldt als de kerk van de stad: hier wordt de Virgen de la Esperanza vereerd, de beschermvrouwe van Logroño.
Het bekendste onderdeel is de barokke zuidgevel uit de zeventiende eeuw, met daarop een groot ruiterreliëf van Jacobus te paard. Hij is afgebeeld als Santiago Matamoros, de Moorendoder, een strijdbare voorstelling die in heel Noord-Spanje langs de Camino terugkomt. Het reliëf is fors en goed bewaard en valt al van een afstand op.
Op het plein voor de kerk ligt een grote stenen versie van het ganzenbordspel, het Juego de la Oca, met vakjes die verwijzen naar plaatsen en symbolen van de Camino. Volgens een hardnekkige theorie zou het oorspronkelijke ganzenbord zelfs als een soort versleutelde pelgrimsgids zijn ontstaan; of dat klopt is omstreden, maar als blikvanger op het plein werkt het prima. Binnen is de kerk sober; ga ook hier buiten de missen langs.
Bezoekdetails: Geopend voor bezoek buiten de mistijden. Toegang gratis. Reken op een half uur, inclusief het ganzenbord op het plein. Combineer met een wandeling over het Camino-tracé door de oude stad.
Iglesia Imperial de Santa María de Palacio

De Iglesia Imperial de Santa María de Palacio is een van de oudste kerken van Logroño en valt vooral op door haar toren. Die toren, La Aguja (de naald) genoemd, eindigt in een achthoekige, piramidevormige stenen spits uit de dertiende eeuw die hoog boven de oude stad uitsteekt. Het is een zeldzame vorm in Spanje en samen met de tweelingtorens van de concatedraal bepaalt La Aguja de skyline van de stad.
De toevoeging Imperial in de naam verwijst naar de overlevering dat de kerk werd gesticht op grond die door een keizer was geschonken; vaak wordt daarbij Alfonso VII genoemd, die zich keizer liet noemen. De kerk zelf is een mengeling van stijlen, want ze is over verschillende eeuwen gebouwd en verbouwd: romaanse fundamenten, een gotisch schip en latere toevoegingen. Binnen is een laatgotisch retabel uit de zestiende eeuw te zien.
Voor wie de stad verkent, is Santa María de Palacio een rustpunt weg van de drukte van de Calle Portales. De kerk ligt iets terzijde, in een stiller deel van de oude stad, en het plein ervoor is een prettige plek om even te zitten en omhoog te kijken naar de naald.
Bezoekdetails: Geopend voor bezoek buiten de mistijden, beperkte uren. Toegang gratis of kleine bijdrage. Reken op twintig minuten tot een half uur. De toren La Aguja is van diverse plekken in de oude stad te zien.
Iglesia de San Bartolomé
De Iglesia de San Bartolomé is de oudste kerk van Logroño en de enige die nog een duidelijk middeleeuws gezicht heeft. De bouw begon in de twaalfde eeuw en liep door tot in de veertiende; het resultaat is een overgangsgebouw van romaans naar gotiek, met een bakstenen toren die mudéjar-invloeden laat zien, de bouwstijl van moslimambachtslieden die voor christelijke opdrachtgevers werkten.
Het pronkstuk is het gotische westportaal uit de veertiende eeuw. Het is een diep, getrapt portaal waarin de boogvelden vol staan met gebeeldhouwde figuren: taferelen uit het leven van de apostel Bartolomeüs, heiligen, koningen en fantasiefiguren. Veel van het beeldhouwwerk is verweerd, want het zandsteen heeft eeuwen weer en wind doorstaan, maar het portaal geldt als een van de belangrijkste voorbeelden van gotische beeldhouwkunst in La Rioja.
De kerk ligt aan een eigen pleintje aan de rand van de oude stad. De openingstijden zijn beperkt, maar het portaal is van buiten altijd te bekijken en is eigenlijk de hoofdreden om langs te gaan. Neem even de tijd om de details te zoeken; hoe langer je kijkt, hoe meer er uit het verweerde steen tevoorschijn komt.
Bezoekdetails: Portaal van buiten altijd vrij te bekijken. Interieur beperkt geopend, vooral rond missen. Toegang gratis. Reken op twintig minuten.
Puente de Piedra over de Ebro
De Puente de Piedra (stenen brug), ook Puente de San Juan de Ortega genoemd, is de historische toegangspoort van Logroño voor wie van de noordkant komt. Over deze brug steken de pelgrims van de Camino de Santiago de Ebro over en komen ze de stad binnen. Er ligt hier al sinds de Middeleeuwen een brug; volgens de overlevering droeg de heilige Juan de Ortega, een metgezel van Santo Domingo de la Calzada, bij aan de aanleg ervan voor de pelgrims.
De brug die je nu ziet is niet de middeleeuwse. De oude brug raakte in de negentiende eeuw zwaar beschadigd en werd in de jaren 1880 vervangen door de huidige stenen brug met meerdere bogen. Hij is functioneel en degelijk, en biedt vanaf het wegdek een mooi uitzicht op de Ebro, op de oude stad met de torens van de kerken, en op de groene oevers.
Aan de stadszijde van de brug begint het oude pelgrimstracé de oude stad in. Aan de overkant en langs het water liggen wandelpaden. Een korte wandeling over de brug en een stukje langs de oever is een fijne manier om de stad even van een afstand te zien, vooral aan het einde van de middag als het licht laag staat.
Bezoekdetails: Brug altijd vrij toegankelijk voor voetgangers, gratis. Reken op twintig minuten voor heen en terug met fotostops. Combineer met een wandeling langs de Ebro-oever.
Museo de La Rioja
Het Museo de La Rioja is het regionale museum van de hele wijnstreek en is ondergebracht in het Palacio de Espartero, een achttiende-eeuws barok stadspaleis aan de Plaza San Agustín in de oude stad. Het paleis is vernoemd naar generaal Espartero, een negentiende-eeuwse Spaanse staatsman die er een tijd woonde. Het museum is gratis toegankelijk, wat een bezoek laagdrempelig maakt.
De collectie loopt chronologisch door de geschiedenis van La Rioja, van prehistorische en Romeinse vondsten via middeleeuwse religieuze kunst tot schilderijen en voorwerpen uit de moderne tijd. De opstelling is ruim en overzichtelijk, verdeeld over de verdiepingen van het paleis. Sterke punten zijn de middeleeuwse beeldhouwkunst en de altaarstukken die uit kerken en kloosters in de regio zijn samengebracht.
Het museum is goed te combineren met een wandeling door de oude stad en is, zeker bij warm of regenachtig weer, een prettige binnenactiviteit. Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis achter het landschap en de wijn is het een nuttige en aangename stop. Reken op een uur tot anderhalf uur.
Bezoekdetails: Geopend dinsdag tot zondag, gesloten maandag. Gratis toegang. Reken op een uur tot anderhalf uur. Informatie deels in het Spaans; een audiogids of vooraf wat inlezen helpt.
Murallas del Revellín en de Puerta del Camino
Van de oude stadsmuren van Logroño is niet veel meer over, maar wat er staat is de moeite waard. Het best bewaarde stuk is de Puerta del Revellín, een zware poort uit de zestiende eeuw die ook wel Puerta de Carlos V wordt genoemd, naar de keizer wiens wapen erop staat. De poort maakte deel uit van de versterkingen die Logroño tot een grensvesting maakten en herinnert aan het beleg van 1521.
Achter de poort ligt het Cubo del Revellín, een halfrond verdedigingsbastion dat tegenwoordig is ingericht als bezoekerscentrum. Daar wordt met maquettes en panelen het verhaal verteld van de stadsmuren en het beroemde beleg, waarbij de inwoners het Frans-Navarrese leger tegenhielden. Het is een kleine maar informatieve plek om de militaire geschiedenis van de stad te begrijpen.
Pelgrims op de Camino verlaten Logroño aan deze kant van de oude stad, via de zogenoemde Puerta del Camino, op weg naar het volgende dorp. Het deel van de stad rond de oude poort is daardoor altijd een plek van komen en gaan geweest. De combinatie van de poort, het bastion en de fragmenten muur geeft een goed beeld van hoe de ommuurde stad er ooit uitzag.
Bezoekdetails: Poort en muurresten altijd vrij te bekijken van buiten. Cubo del Revellín als bezoekerscentrum beperkt geopend, doorgaans gratis. Reken op een half uur.
Parque del Ebro en de Ebro-oever
De Parque del Ebro en de aangelegde oevers langs de rivier vormen de groene long van Logroño en zijn de plek waar de stad ontspant. Langs de Ebro lopen brede wandel- en fietspaden, met grasvelden, bomen en bankjes, en uitzicht over het water en de bruggen. Het is geen monument, maar wel het deel van de stad waar je het dagelijks leven van Logroño het best meekrijgt.
Aan de oevers is in de afgelopen decennia flink geïnvesteerd. Er zijn promenades aangelegd, en op een eiland in de rivier ligt een natuurgebiedje dat met loopbruggen toegankelijk is, met vogels en rietkragen. Het geheel sluit aan op de groene route die langs de Ebro door de hele streek loopt en die populair is bij fietsers. Een rondje langs het water duurt naar believen een half uur of een hele middag.
In het verlengde van de Ebro-wandeling is ook het stadspark Parque del Espolón het noemen waard, een aangelegd negentiende-eeuws park midden in de stad met een muziekkiosk, fonteinen en een ruiterstandbeeld van generaal Espartero. Het is het plein waar de inwoners elkaar treffen en waar bij feesten van alles te doen is.
Bezoekdetails: Parken en oeverpaden altijd vrij toegankelijk, gratis. Reken op een half uur tot een hele middag, afhankelijk van hoe ver je wandelt of fietst. Mooist in de late namiddag.
Reistips voor Logroño
Beste tijd om Logroño te bezoeken
Mei, juni, september en begin oktober zijn de prettigste maanden, met dagtemperaturen tussen de twintig en vijfentwintig graden, ideaal voor de oude stad en de terrassen. September is bijzonder in Logroño: in de derde week vinden de Fiestas de San Mateo plaats, het oogstfeest van de Riojawijn, met optochten, het ceremonieel persen van de eerste druiven en een uitgelaten stemming in de hele stad. De wijnoogst zelf loopt van eind september tot in oktober en is de mooiste periode voor een bezoek aan een bodega. Juli en augustus zijn warm en droog, geregeld boven de dertig graden, al koelt het ’s avonds in het Ebrodal flink af. December tot februari is koud, vaak rond de zeven graden overdag, met kans op nachtvorst; de tapasbars zijn dan juist een warme toevlucht.
Vervoersopties van en naar Logroño
Logroño heeft geen hogesnelheidslijn. Met de gewone trein doe je vanaf Madrid drie tot vier uur, vanaf Zaragoza ongeveer twee uur. Vanuit Bilbao en Pamplona ga je het handigst met de bus: ALSA rijdt meerdere keren per dag, vanaf Bilbao in een kleine twee uur, vanaf Pamplona in iets meer dan een uur. Met de bus is bovendien vaak goedkoper dan de trein op deze trajecten, dus vergelijk gerust. De praktische luchthaven voor internationale reizigers is Bilbao (BIO) op zo’n 140 kilometer; het vliegveldje van Logroño-Agoncillo heeft nauwelijks lijnvluchten. Met de huurauto rijd je vanaf Bilbao anderhalf uur over de AP-68, vanaf Madrid een kleine vier uur. Voor wie de wijnstreek en de kloosters wil verkennen is een auto handig, want het openbaar vervoer naar de kleinere dorpen is beperkt.
Praktische tips
De oude stad en de Calle Laurel liggen compact bij elkaar, dus in Logroño zelf heb je geen vervoer nodig; alles is te belopen. Wijn en tapas zijn hier voordelig: een glas Riojawijn met een pincho kost vaak maar een paar euro, en je rekent meestal per consumptie af. De tapasbars draaien in twee shifts, rond het middaguur en weer vanaf een uur of acht ’s avonds; daartussen is het stil. Veel kerken zijn alleen rond de missen open, dus plan kerkbezoeken in de ochtend of late namiddag. Engels wordt in hotels en de toeristische horeca gesproken, maar in de kleine bars helpt een paar woorden Spaans. Wie tijdens de Fiestas de San Mateo in september komt, moet ruim van tevoren een hotel boeken.
Accommodatie in Logroño
Logroño heeft een degelijk hotelaanbod, met de prettigste opties in of vlak bij de oude stad, op loopafstand van de Calle Laurel en de monumenten. In het centrum zitten enkele middenklasse- en boetiekhotels in gerestaureerde panden, plus een aantal hotels van bekende ketens die vooral op zakelijke gasten en wijnreizigers mikken. Voor wie met de Camino bezig is, zijn er pelgrimsherbergen (albergues) met eenvoudige bedden tegen een lage prijs. Buiten de stad, tussen de wijngaarden, liggen enkele hotels en agriturismo-achtige adressen bij bodega’s, ideaal voor wie de wijnstreek echt wil beleven. Reserveer ruim vooraf voor de Fiestas de San Mateo in september en voor weekenden in het oogstseizoen, want dan zit de stad vol.
Restaurants in Logroño
Eten in Logroño betekent in de eerste plaats de pinchos van de Calle Laurel en de Calle San Juan: gegrilde champignons, gebakken inktvis, patatas bravas en allerlei spiesjes, elk in de bar die er bekend om staat. Wie aan tafel wil, vindt in de stad goede restaurants met de keuken van La Rioja: verduras de temporada (seizoensgroenten uit de Ebrovlakte, hier serieus genomen), lamsvlees, en patatas a la riojana, een stevige aardappelschotel met chorizo en paprika. Bij vrijwel elke maaltijd hoort een glas Riojawijn van tempranillo. Voor zoet zijn er fardelejos, amandelgebakjes uit de streek.
- Bar Soriano: Legendarische bar op de Calle Laurel, al decennia bekend om één gerecht: gegrilde champignons met een garnaal.
- Bar Ángel: Klassieke pinchosbar op de Calle Laurel, een vaste stop op de tapasronde.
- La Cocina de Ramón: Restaurant aan de Calle Portales met streekgerechten op basis van marktverse producten, reserveren aanbevolen.
- Tondeluna: Toegankelijk restaurant met regionale keuken, verbonden aan de bekende Riojaanse chef Francis Paniego.
- Tastavin: Bar-restaurant met creatieve tapas en een brede wijnkaart, populair bij locals.
- Umm Food & Drink: Eigentijdse pinchosbar met een wat rustiger sfeer dan de drukste straten.
Dagtrips vanuit Logroño
Haro
Haro op ongeveer vijftig kilometer is de wijnhoofdstad van La Rioja. In het Barrio de la Estación, de wijk rond het oude treinstation, liggen historische bodega’s op loopafstand van elkaar, waarvan een groot deel rondleidingen en proeverijen aanbiedt. Eind juni is Haro het toneel van de Batalla del Vino, een uitbundige wijngevecht waarbij iedereen elkaar tot op het hemd toe natgiet met rode wijn.
San Millán de la Cogolla
In San Millán de la Cogolla, op zo’n vijftig kilometer, liggen twee kloosters: Yuso in het dal en Suso tegen de helling. Samen staan ze op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Suso geldt als de plek waar in de tiende of elfde eeuw de oudste bewaarde zinnen in het Spaans werden neergeschreven, in kanttekeningen bij een Latijnse tekst. Voor wie van geschiedenis en taal houdt is dit een bijzondere plek.
Nájera
Nájera op ongeveer dertig kilometer was ooit een koningsstad van Navarra. Het klooster Santa María la Real bewaart het koninklijk pantheon, met praalgraven van middeleeuwse vorsten, en een fraai laatgotisch klooster. Nájera ligt eveneens aan de Camino en is een rustige, aangename stop.
Santo Domingo de la Calzada
Santo Domingo de la Calzada, op zo’n vijftig kilometer, is een klassiek Camino-stadje, vernoemd naar de heilige die er bruggen en wegen voor de pelgrims aanlegde. De kathedraal is beroemd om een merkwaardig detail: er worden een levende haan en kip in een sierlijke kooi gehouden, ter herinnering aan een bekend pelgrimswonder.
Pamplona
Pamplona ligt op een kleine honderd kilometer naar het oosten en is met de bus in iets meer dan een uur te doen. De hoofdstad van Navarra is wereldberoemd om het stierenrennen tijdens San Fermín, maar heeft daarnaast een mooie oude stad, een citadel en goede gastronomie. Een logische combinatie voor wie Noord-Spanje rondreist.
Vitoria-Gasteiz
Op ongeveer vijfentachtig kilometer ten noorden van Logroño, via de AP-68 in iets meer dan een uur te rijden, ligt Vitoria-Gasteiz, de hoofdstad van Baskenland. De rit zelf is al een belevenis: binnen een uur ruilt het wijnlandschap van Rioja zich in voor het groenere, heuvelachtige Baskenland. Vitoria werd in 2012 uitgeroepen tot European Green Capital dankzij haar uitgestrekte parkengordel rond de stad. Het middeleeuwse centrum, bekend als de Casco Medieval, schikt zich in een ovaal stratenpatroon rond de gotische Catedral de Santa María, die nog altijd “Abierta por obras” (open tijdens de werkzaamheden) is en juist daardoor een fascinerend bezoek vormt. Op de Plaza de la Virgen Blanca klopt het hart van de stad, en langs de Calle Cuchillería, in de volksmond Cuchi genoemd, vind je de beste pintxosbars van Vitoria. Vitoria-Gasteiz
Wijngaarden en bodega’s
Rondom Logroño liggen talloze bodega’s, van eeuwenoude familiebedrijven tot wijnhuizen met spraakmakende moderne architectuur. Veel ervan zijn op afspraak te bezoeken voor een rondleiding met proeverij. De toeristenbureaus in Logroño en Haro helpen bij het regelen van een bezoek, en in het oogstseizoen is een bodega-bezoek de mooiste manier om te begrijpen waar deze streek om draait.
Conclusie
Logroño is geen stad van grootse monumenten, maar van een aangename, menselijke maat: een compacte oude stad waar je alles te voet doet, een handvol bijzondere kerken, en op de Calle Laurel een tapascultuur die een wereldje op zich is. Logroño is wijnhoofdstad, Camino-stad en marktplaats van Rioja tegelijk, en die combinatie geeft de stad haar eigen karakter. Voor Nederlandse reizigers is het een fijne tussenstop op een rondreis door Noord-Spanje, tussen Baskenland en Navarra, en een goede uitvalsbasis voor wie de wijnstreek en de pelgrimsdorpen wil verkennen. Eén dag volstaat voor de stad zelf; twee of drie dagen geven de ruimte om ook een bodega, Haro of San Millán mee te pakken. En wie ’s avonds met een glas tempranillo over de Calle Laurel schuift, snapt meteen waarom de inwoners zo aan hun stad gehecht zijn.
Highlights Logroño
Logroño is de hoofdstad van La Rioja, het bekendste wijngebied van Spanje, en ligt aan de rivier de Ebro op de route van de Camino de Santiago. De stad staat bekend om de Calle Laurel, een straat vol kleine tapasbars die elk hun eigen pincho serveren. Andere blikvangers zijn de Concatedral de Santa María de la Redonda met haar twee barokke torens, de Iglesia de Santiago el Real met een groot ruiterreliëf van de heilige Jacobus, en de middeleeuwse Puente de Piedra waarover pelgrims de stad binnenkomen. In de derde week van september viert Logroño de Fiestas de San Mateo, het oogstfeest van de Riojawijn.
Veelgestelde Vragen
Beeldverantwoording
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.
- Adam Jones from Kelowna, BC, Canada (CC BY-SA 2.0) —
- Zarateman (CC BY-SA 3.0) —
- Fernando (CC BY-SA 4.0) —
- Jl FilpoC (CC BY-SA 4.0) —
- Juanje 2712 (CC BY-SA 4.0) —