Mooiste bezienswaardigheden in Jávea - Wat te doen in Jávea?
Jávea - Ontdek de top 10 bezienswaardigheden

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Jávea
Jávea, of Xàbia zoals het in het Valenciaans heet, ligt op het meest oostelijke puntje van de Costa Blanca, ingeklemd tussen twee kapen en met de kalkrots van de Montgó in de rug. Het is een van de weinige plaatsen aan deze kust die de betonnen hoogbouw heeft weten te ontlopen: niets is hier hoger dan een paar verdiepingen, en de kust bestaat vooral uit pijnbomen, kliffen en kiezelbaaien. Wie Benidorm in gedachten heeft bij het woord Costa Blanca, staat hier even te kijken. Jávea bestaat bovendien uit drie kernen die kilometers uit elkaar liggen.

Inleiding tot Jávea
Jávea ligt in het noorden van de provincie Alicante, in de comarca Marina Alta, tien kilometer ten zuiden van Dénia en een kleine dertig kilometer ten noorden van Calpe. De gemeente telt ruim dertigduizend inwoners en beslaat bijna zeventig vierkante kilometer, waarvan een flink deel natuurgebied is.
Wat Jávea onderscheidt, is de driedeling. Het oude centrum, door de inwoners el Poble genoemd, ligt twee kilometer landinwaarts op een heuveltje, buiten het zicht van piraten. Beneden aan zee ligt de haven, Duanes de la Mar, met de vissersvloot en de visafslag. Aan de andere kant van de baai ligt het Arenal, het enige zandstrand, met de boulevard en de meeste terrassen. Daaromheen strekt zich een lint van villa’s uit tussen de pijnbomen, waar al sinds de jaren zestig veel Britten, Duitsers en Nederlanders wonen of overwinteren.
Informatie over Jávea
- CostaCosta Blanca
- Bevolking30.600
- Gemiddelde temperatuurWinter: 16°C
Lente: 21°C
Zomer: 30°C
Herfst: 24°C - Dichtstbijzijnde grote luchthavenLuchthaven Alicante-Elche (ALC)
- Locatie in SpanjeOost-Spanje
Achtergrond en geschiedenis van Jávea
De kust hier is al lang bewoond. Bij de Romeinse vindplaats Baños de la Reina liggen resten van visvijvers en woningen, en in 2021 stuitten twee snorkelaars voor de kust van het Portitxol op 53 gouden munten uit de late vierde en vroege vijfde eeuw, een van de grootste vondsten van laat-Romeins goud in Europa.
In de middeleeuwen was de zee vooral een bedreiging. Berberse piraten voeren de kust af, en dat verklaart waarom het dorp landinwaarts werd gebouwd en waarom de kerk van San Bartolomé er meer uitziet als een fort dan als een godshuis. Pas toen die dreiging in de negentiende eeuw wegviel, trokken de inwoners naar de kust.
De negentiende eeuw was ook de eeuw van de rozijn. Jávea verbouwde druiven op terrassen tegen de hellingen en droogde ze in speciale schuurtjes, de riuraus. De rozijnen gingen per schip naar Engeland en Noord-Amerika, en in 1871 kwam er voor die handel een eerste pier. Toen rond de eeuwwisseling de druifluis toesloeg en goedkopere krenten uit Griekenland de markt overnamen, bleef er een vissersdorp over.
Het toerisme kwam pas in de jaren zestig op gang, en anders dan verderop aan de kust bleef de bouwhoogte hier beperkt. Modeontwerper Cristóbal Balenciaga bracht na 1968 zijn laatste jaren deels in Jávea door; hier kreeg hij in maart 1972 de hartaanval waaraan hij overleed. Tennisser David Ferrer werd er in 1982 geboren.
De top 10 bezienswaardigheden in Jávea
Het oude centrum
Het oude centrum ligt een paar kilometer van de zee op een heuvel: geen boulevard, maar smalle straten, luiken tegen de zon en een pleintje met terrassen. Bijna alles is opgetrokken uit tosca, de zachte gelige zandsteen die hier uit de grond komt en die in de zon bijna oplicht. Let op de rondboogportalen en de gotische raampjes in de gevels, waarvan de oudste uit de vijftiende en zestiende eeuw stammen; het Palau dels Sapena aan het kerkplein is het mooiste voorbeeld. Aan de rand staat de Mercado de Abastos uit 1946, een neogotische markthal op de plek van een oud klooster, waar je ’s ochtends verse vis en groente koopt.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, twee kilometer van de haven. De markthal is ’s ochtends open, maandag tot zaterdag. Parkeren aan de rand van de kern. Reken op anderhalf uur.
Iglesia de San Bartolomé

De kerk van San Bartolomé is het gebouw waar het oude centrum omheen is gegroeid, en het is meteen duidelijk waarvoor hij ook diende. De bouw begon in 1513 in isabellijnse gotiek, maar met muren, steunberen en schietgaten die eerder bij een vesting horen. Bij een aanval vanaf zee trok de bevolking zich hierin terug. Het materiaal is opnieuw tosca-steen, wat de kerk een warme kleur geeft. Binnen is het sober en hoog, met één breed schip. In 1931 werd het gebouw uitgeroepen tot nationaal monument.
Bezoekdetails: Gratis toegang buiten de diensten om, midden in het oude centrum. Openingstijden variëren, in de ochtend is de kans het grootst. Reken op een half uur. Let op de klokkentoren en de steunberen aan de buitenkant.
Museo Arqueológico y Etnográfico Soler Blasco
Het gemeentemuseum zit op honderd meter van de kerk in een casa-palacio die tussen 1630 en 1636 werd gebouwd voor Antoni Banyuls, een lokale edelman die hofmeester was bij Filips III. Alleen al het gebouw met zijn binnenplaats is de moeite waard. Binnen krijg je in een paar zalen de geschiedenis van de gemeente: vondsten uit Baños de la Reina, gereedschap uit de rozijnenteelt en materiaal van de visserij. Het pronkstuk is de schat van het Portitxol, de 53 gouden solidi uit de regeerperiodes van Valentinianus I tot en met Honorius, zo goed bewaard dat de inscripties nog leesbaar zijn.
Bezoekdetails: Dinsdag tot en met vrijdag ochtend en middag, in het weekend en op feestdagen alleen ’s ochtends, maandag gesloten. In de zomermaanden schuift de middagopening naar de avond. Reken op drie kwartier.
Iglesia de Nuestra Señora de Loreto

Van de vestingkerk in het oude centrum naar deze kerk in de havenwijk is een sprong van vier eeuwen. De Loreto-kerk van het Valenciaanse bureau GO-DB, met García-Ordóñez als drijvende kracht, werd op 3 juni 1967 ingewijd. Van buiten zie je een rij spitse betonnen ribben die schuin de lucht in steken, als de spanten van een omgekeerde boot: de romp van een vissersschip dat door de golven breekt. Binnen loopt een houten gewelf van rood grenen over een ovale ruimte, met het licht dat tussen de ribben door valt. Voor een vissersdorp is er weinig dat zo goed past.
Bezoekdetails: Gratis toegang buiten de diensten om, in de havenwijk op een paar minuten van het water. Het interieur is niet altijd open; de buitenkant is het opvallendst. Reken op twintig minuten.
De haven van Jávea
De haven, Duanes de la Mar, is nog altijd een werkende vissershaven en geen jachthaven met een decorfunctie. Aan het eind van de middag komt de vloot binnen en wordt de vangst in de lonja geveild, wat je vanaf de kade kunt volgen. Daaromheen ligt een wijk met lage huizen, een kleine boulevard en restaurants waar de vis van diezelfde dag op tafel komt. Vanaf de pier kijk je terug op het Cap de Sant Antoni, waarvan de klif recht boven de haven uitrijst. Hier vertrekken ook de boten naar de grotten onder de kaap.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, de vissersboten landen meestal in de late middag aan. Boottochten vertrekken hier in het seizoen. Reken op een uur, meer als je blijft eten.
Playa del Arenal
Het Arenal is het enige echte zandstrand van Jávea en daarmee ook het drukste stuk kust. Het is een kleine vijfhonderd meter zand met een flauwe afloop, een blauwe vlag en alle voorzieningen die je verwacht: ligbedden, douches, verhuur van waterfietsen en een boulevard met terrassen die tot laat doorgaan. Voor gezinnen met kleine kinderen is dit veruit het makkelijkste strand van de gemeente, juist omdat het water lang ondiep blijft. In juli en augustus moet je vroeg zijn voor een plek en helemaal voor een parkeerplaats.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, aan de zuidkant van de baai. Blauwe vlag, ligbedden en verhuur in het seizoen. Betaald parkeren, in de zomer snel vol. Reken op een halve dag.
Cala Granadella

Cala Granadella is de bekendste baai van de Costa Blanca en werd in 2012 en 2013 door het publiek van Antena 3 verkozen tot mooiste strand van Spanje, twee jaar op rij. Het is een inham van een paar honderd meter tussen steile hellingen met pijnbomen, met grof kiezel en water dat van turkoois naar diepblauw verloopt. Snorkelen is hier uitstekend, want de bodem is rotsig en helder tot ver uit de kust. Er zijn strandtenten en je kunt kajaks huren. Wel is dit de plek waar het succes tegen de baai zelf werkt: op een zomerdag passen er simpelweg niet genoeg auto’s.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, maar tussen juni en september geldt er een parkeerregeling met een slagboom en betaald parkeren van ongeveer negen euro per dag. Vol is vol. Waterschoenen aanraden. Reken op een halve dag.
Cala del Portitxol

Het Portitxol is de tweede beroemde baai van Jávea, iets noordelijker dan de Granadella en voor veel mensen de mooiste van de twee. Je kijkt hier uit op een rond eilandje van ruim acht hectare dat 75 meter boven het water uitsteekt en dat op elke ansichtkaart van de gemeente staat. Het ligt een paar honderd meter uit de kust, gescheiden door een ondiepte van zo’n drie meter. Aan de kant liggen witte vissershuisjes tegen de rotsen, en het strand bestaat uit lichte, ronde keien die het water bijna doorschijnend maken. Op die zeebodem vonden twee snorkelaars in 2021 de Romeinse goudschat die nu in het museum ligt.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, met in de zomermaanden hetzelfde parkeerregime als bij de Granadella. Kiezelstrand zonder zand, weinig schaduw. Neem waterschoenen en drinken mee. Reken op een halve dag.
Cabo de la Nao en de Ruta dels Miradors
Het Cabo de la Nao is het punt waar het Spaanse vasteland het verst de Middellandse Zee in steekt, en tegelijk de grens tussen de Golf van Valencia en de Golf van Alicante. De vuurtoren brandt sinds 1928 en staat op een klif van ruim honderd meter. Vanaf het uitkijkpunt ernaast zie je de kust naar het zuiden richting Moraira wegdraaien, en op een heldere dag ligt Ibiza aan de horizon; dit is het dichtstbijzijnde punt van het vasteland bij dat eiland. De kaap is het bekendste van vijftien uitkijkpunten die Jávea langs zijn kust heeft aangelegd, de Ruta dels Miradors, een route van een paar uur.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, parkeren bij de vuurtoren en op de meeste miradores. Bij zonsopgang is het licht het mooist, want de kaap kijkt naar het oosten. Reken op een half uur voor de kaap, een halve dag voor de hele route.
Cap de Sant Antoni en het Parc Natural del Montgó

Aan de noordkant van de baai eindigt de Montgó in het Cap de Sant Antoni, een kaap met kliffen van ruim 150 meter en een vuurtoren waarvandaan je over de hele baai kijkt. Het water eronder is sinds de jaren negentig marien reservaat, waardoor het onderwaterleven er rijk is gebleven. Op de vlakte ernaartoe staan de Molins de la Plana, elf windmolens uit de veertiende tot achttiende eeuw. De kaap hoort bij het Parc Natural del Montgó, sinds 16 maart 1987 beschermd en ruim 2.100 hectare groot. Het massief loopt op tot 753 meter en herbergt meer dan 650 plantensoorten, waaronder soorten die nergens anders groeien.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, per auto of te voet vanuit de haven. Voor de top van de Montgó reken je drie tot vier uur retour; stevige schoenen en veel water zijn geen overbodige luxe. Reken op een uur voor alleen de kaap.
Reistips voor Jávea
Beste tijd om Jávea te bezoeken
Mei, juni, september en oktober zijn de fijnste maanden: 22 tot 27 graden overdag en calas die nog te doen zijn. Juli en augustus zijn heet, druk en duur. Voor wandelen op de Montgó zijn de wintermaanden juist prima, met rond de zestien graden en helder zicht over de kust. Zwemmen is dan geen optie meer, want de zee zakt naar een graad of veertien.
Vervoersopties van en naar Jávea
Alicante-Elche (ALC) ligt op een kilometer of negentig, Valencia (VLC) op een kleine honderdtwintig. Vanaf allebei rijd je via de AP-7 in ongeveer een uur en een kwartier, en die snelweg is sinds 2020 tolvrij. Jávea heeft geen station en ligt ook niet aan de tramlijn; de dichtstbijzijnde halte is Dénia, met daarvandaan een bus. In de praktijk heb je een auto nodig, want de drie kernen liggen kilometers uit elkaar en de calas al helemaal. In het seizoen rijdt er wel een lokale bus tussen de kernen.
Praktische tips
Parkeren is in juli en augustus het grootste struikelblok. Bij het Arenal en de calas ben je vroeg in de ochtend of laat in de middag het beste af. Neem waterschoenen mee, want op vrijwel alle mooie baaien liggen grove kiezels. En let op de bewegwijzering met Valenciaanse namen: Xàbia is Jávea, en Cap de la Nau is hetzelfde als Cabo de la Nao.
Accommodatie in Jávea
Jávea heeft weinig grote hotels en veel vakantiehuizen, en dat is meteen het belangrijkste verschil met de badplaatsen verderop aan de kust. Rond het Arenal vind je de meeste hotels en appartementen, op loopafstand van het zand, wat handig is als je zonder auto zit. In de havenwijk zitten kleinere hotels en pensions met een rustiger, meer Spaans karakter. Wie het echt stil wil hebben, zoekt in de villawijken tussen de pijnbomen, waar veel huizen met zwembad worden verhuurd en het uitzicht over de baai of de Montgó gaat; daar heb je wel een auto nodig. Juli en augustus zijn duur en snel volgeboekt, in het voor- en naseizoen heb je meer keuze voor minder geld.
Restaurants in Jávea
De keuken hier is Valenciaans, met rijst en vis als basis. Rond de haven eet je het dichtst bij de bron, aan het Arenal zit het internationale aanbod en in het oude centrum de kleinere, traditionele zaken. Een paar dingen om te proberen:
- Arròs a banda: Rijst gekookt in visbouillon en apart van de vis geserveerd, het klassieke gerecht van deze kust.
- Suquet de peix: Stevige vissoep met aardappel en aioli, van oorsprong het eten van de vissers zelf.
- Espencat: Salade van geroosterde paprika, aubergine en ui, vaak met stukjes gedroogde vis erdoor.
- Gamba roja: De rode garnaal van deze kust, meestal gegrild met grof zeezout.
- Coca de llanda: Luchtige plaatcake met citroen, het standaard zoetje bij de koffie in de Marina Alta.
Dagtrips vanuit Jávea
Dénia
Dénia ligt op zo’n tien kilometer aan de andere kant van de Montgó, een klein half uur rijden. Boven de stad staat een Moors kasteel met uitzicht over twee kustlijnen, beneden ligt een vissershaven met de beroemde rode garnaal op elke kaart. Sinds 2015 heeft Dénia de UNESCO-titel Creative City of Gastronomy. Vanuit de haven varen veerboten naar Ibiza en Formentera. Zie ook Denia voor meer informatie.
Calpe
Calpe ligt op ongeveer dertig kilometer naar het zuiden en is vooral bekend van de Peñón de Ifach, de rots van 332 meter die pal uit zee omhoogsteekt. Je kunt hem beklimmen, al moet je in het hoogseizoen reserveren omdat het aantal bezoekers per dag beperkt is. Aan de voet liggen zoutmeren met flamingo’s en restanten van Romeinse visvijvers. Zie ook Calpe voor meer informatie.
Altea
Altea ligt op een klein uur rijden en is het witte dorp van deze kust. Vanaf de boulevard klim je door steile straatjes naar het kerkplein, waar de kerk met haar blauwe koepels boven de daken uitkomt en je uitkijkt over de baai. Het dorp trekt al decennia kunstenaars, wat je terugziet in de galeries. Ga aan het eind van de middag, dan is het licht op zijn best. Zie ook Altea voor meer informatie.
Guadalest en de Fonts de l’Algar
Iets verder het binnenland in, op ruim een uur rijden, ligt het bergdorp Guadalest op een rots met een kasteel en uitzicht over een turkoois stuwmeer. Vlakbij liggen de Fonts de l’Algar, watervallen en natuurlijke poelen waar je in de zomer kunt zwemmen. Samen vullen ze een dag weg van de kust, met onderweg een landschap van terrassen en amandelbomen. Bij de watervallen is het in het hoogseizoen druk, dus vroeg vertrekken loont.
Conclusie
Wie de Costa Blanca kent van de flatgebouwen aan de boulevard, treft in Jávea iets heel anders aan. Door de driedeling bezoek je binnen een paar kilometer drie plaatsen: het tosca-stenen dorp op de heuvel, de vissershaven en het strand van het Arenal. Daaromheen liggen twee kapen, het Montgó-park en baaien als Cala Granadella en het Portitxol, die tot de mooiste van het Spaanse vasteland horen. Daar hangt wel een prijskaartje aan in de vorm van drukte: in juli en augustus is parkeren een sport en gaan de calas op slot zodra ze vol zijn. Kom je in mei, juni, september of oktober, dan heb je hetzelfde water met de helft van het volk.
Highlights Jávea
Jávea bestaat uit drie kernen: een oud centrum van tosca-steen, een werkende vissershaven en het zandstrand van het Arenal. Daaromheen liggen Cala Granadella, de kliffen van Cabo de la Nao en het natuurpark van de Montgó. Het is de bekendste rotskust van de Costa Blanca en al decennia populair bij Nederlanders.
Veelgestelde Vragen
Beeldverantwoording
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.
- Marcosjavea (CC BY-SA 3.0) —
- Diego Delso (CC BY-SA 4.0) —
- Joanbanjo (CC BY-SA 3.0) —
- Joanbanjo (CC BY-SA 3.0) —
- Joanbanjo (CC BY-SA 4.0) —