Mooiste bezienswaardigheden in Gandía - Wat te doen in Gandía?
Gandía - Top 10 bezienswaardigheden en tips

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Gandía
Gandía ligt aan de Costa de Valencia, zo’n 65 kilometer ten zuiden van de stad Valencia en een half uur rijden boven Dénia. Het is de hoofdplaats van de streek La Safor, een vlakte met sinaasappelboomgaarden tussen de bergen en de zee. De stad bestaat eigenlijk uit twee delen. Landinwaarts ligt het oude centrum met het paleis van de Borgia’s, een grote gotische kerk en een paar musea. Aan zee, een paar kilometer verderop, liggen het Grau met de haven en de lange strandboulevard. In het Valenciaans, de officiële taal hier, schrijf je Gandia zonder accent.

Inleiding tot Gandía
Gandía telt ongeveer 83.000 inwoners en is daarmee een van de grotere plaatsen in de provincie Valencia. Buiten de zomer is het centrum een gewone Spaanse provinciestad. In juli en augustus komen er tienduizenden vakantiegangers bij, bijna allemaal aan de Platja, en rijden de bussen tussen stad en strand vol.
Voor Nederlanders is Gandía nog redelijk onbekend. De meeste gasten zijn Spanjaarden, veel uit Madrid, die hier al generaties een appartement aan zee hebben. De restaurants draaien dan ook op Spaanse tijden.
Informatie over Gandía
- CostaCosta de Valencia
- Bevolking83.000
- Gemiddelde temperatuurWinter: 16°C
Lente: 21°C
Zomer: 30°C
Herfst: 24°C - Dichtstbijzijnde grote luchthavenLuchthaven Valencia (VLC)
- Locatie in SpanjeOost-Spanje
Achtergrond en geschiedenis van Gandía
Rond 1240 veroverde koning Jaume I van Aragón deze kust op de moslims. Het kasteel van Bairén, op een heuvel net buiten de huidige stad, gaf zich in 1240 aan hem over. Kort daarna werd Gandía een christelijke stad.
In 1399 werd Gandía een koninklijk hertogdom voor Alfons d’Aragó, bijgenaamd Alfons el Vell. Hij liet het Hospital de Sant Marc bouwen, begon aan de hoofdkerk en stichtte in 1388 al het klooster van Sant Jeroni de Cotalba. In 1485 kocht kardinaal Rodrigo de Borja, de latere paus Alexander VI, het hertogdom voor zijn zoon Pere Lluís. Zo kwam Gandía in handen van de familie Borja, in de rest van Europa bekend onder de Italiaanse naam Borgia.
De bekendste Borja uit Gandía werd hier in 1510 geboren, in het Palau Ducal. Francisco de Borja werd de vierde hertog, maar trad na de dood van zijn vrouw toe tot de jezuïeten. Hij werd hun derde generaal en na zijn dood heilig verklaard. In 1547 stichtte hij in Gandía een universiteit, de eerste van de jezuïeten, die tot 1772 bestond. In 1609 werden de morisken uit Spanje verdreven. Voor La Safor was dat een zware klap, want zij deden het werk op de suikerrietvelden en in de suikermolens.
De top 10 bezienswaardigheden in Gandía
Palau Ducal dels Borja
Het hertogelijk paleis is de belangrijkste bezienswaardigheid van Gandía. Vanaf de veertiende eeuw woonden hier de hertogen van Gandía en vanaf 1485 de familie Borja. Het oudste deel, rond de binnenplaats, is Valenciaanse gotiek uit de vijftiende eeuw. Daarbinnen liggen zalen die later in barokstijl zijn aangekleed. Het pronkstuk is de Galeria Daurada, een reeks vergulde zalen achter elkaar. Francisco de Borja werd in 1510 in dit gebouw geboren.

Het paleis is sinds 1931 beschermd monument en is nu eigendom van de jezuïeten. Er wordt gerestaureerd: de Salón de Coronas, de neogotische kapel en het oratorium zijn tot het tweede kwartaal van 2027 niet te bezoeken.
Bezoekdetails: C/ Duc Alfons el Vell 1, in het centrum. Ma-za 10:00-14:00 en 16:00-20:00, zon- en feestdagen 10:00-14:00, laatste toegang een uur voor sluiting. De tijden wisselen soms per seizoen, dus kijk even op palauducal.com. Audiotour of rondleiding €8, reductie €7, speciaal tarief €4. Er zijn ook avondrondleidingen. Reken op een uur.
Colegiata de Santa María
Naast het stadhuis staat de hoofdkerk van Gandía, een groot gotisch gebouw van lichte steen. Alfons el Vell liet eind veertiende eeuw met de bouw beginnen. Rond 1500 liet hertogin María Enríquez, de schoondochter van paus Alexander VI, de kerk flink uitbreiden. Op haar verzoek verhief die paus hem op 26 oktober 1499 tot collegiale kerk, vandaar de naam Colegiata.

Let buiten op de Puerta de los Apóstoles, het portaal waar je de overgang van gotiek naar renaissance in de beelden terugziet. Binnen is de kerk soberder dan je verwacht, want op 2 augustus 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog, brandde het interieur uit, met altaarstukken en kunstwerken. Pas in 1945 ging de kerk weer open.
Bezoekdetails: Plaça de l’Església, in het centrum. Toeristisch bezoek ma-za 10:00-14:00 en 17:00-19:00, op zondag dicht voor toeristen. Laatste toegang twintig minuten voor sluiting, tijden kunnen wijzigen bij vieringen. Toegang normaal €6 inclusief audiogids, 65-plus €5. Zolang er gerestaureerd wordt, kost een bezoek tijdelijk €4. Een mis bijwonen is gratis. Reken op drie kwartier.
Platja de Gandia
Het stadsstrand, ook Platja Nord genoemd, is waarom Gandía ’s zomers volloopt. Het is ongeveer drie kilometer lang en erg breed, met fijn, licht zand dat geleidelijk de zee in loopt. Het heeft al veertig jaar op rij een Blauwe Vlag.

Achter het zand loopt de Passeig Marítim, een lange boulevard met palmen en terrassen. Daarachter staan hoge appartementengebouwen. Aan de zuidkant grenst het strand aan het Grau met de haven. Door de breedte vind je zelfs in augustus een plek.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk. Een paar kilometer van het centrum; de stadsbus doet er zo’n twintig minuten over, of je fietst. In de zomer strandbewaking, douches en ligbedden te huur. Reken op een halve of hele dag.
Monestir de Sant Jeroni de Cotalba
In het dorp Alfauir, zo’n acht kilometer landinwaarts, ligt tussen de sinaasappelbomen een klooster dat Alfons el Vell in 1388 stichtte voor de orde van de hiëronymieten. Er is eeuwenlang aan verbouwd, en dat zie je: Valenciaanse gotiek staat naast mudéjar-baksteen, met verderop latere stijlen tot en met het neoclassicisme.

Het water kwam via een middeleeuws aquaduct uit de veertiende en vijftiende eeuw, waarvan je stukken nog ziet staan. Sinds 1843 is het klooster eigendom van de familie Trénor, en pas sinds 2005 kun je het bezoeken. Het klooster ligt aan de Ruta dels Monestirs, een wandel- en fietsroute langs de kloosters van de streek.
Bezoekdetails: Alleen met rondleiding van ongeveer anderhalf uur: do 11:30, za 10:00 en zo 11:30, af en toe ook avondbezoeken. €8, met korting voor sommige groepen. Reserveren via cotalba.es. Een kwartier rijden van Gandía via de CV-60.
Museu Arqueològic de Gandia (MAGa)
Het archeologisch museum zit in het oude Hospital de Sant Marc, dat Alfons el Vell in de veertiende eeuw liet bouwen. De collectie gaat over de prehistorie van La Safor. De heuvels rond Gandía zitten vol grotten waar al tienduizenden jaren geleden mensen woonden. Je ziet vondsten uit onder meer de Cova del Parpalló, de Cova del Bolomor en de Cova de les Meravelles: stenen werktuigen, botten en een deel van de gegraveerde stenen plaketten uit Parpalló. Handig voor een regendag.
Bezoekdetails: C/ de l’Hospital 20, in het centrum. Di-za tot 19:00 (juli en augustus 10:00-20:00), zo 10:00-14:00, maandag dicht. Entree €2, reductie €1, op zondag gratis en altijd gratis voor kinderen onder de zeven. Rondleiding op zaterdag om 12:00 voor €1, zonder reservering. Reken op een uur.
Castell de Bairén
Op een heuvel van 106 meter, ongeveer drie kilometer buiten Gandía aan de voet van de Mondúver, liggen de resten van een islamitisch kasteel. De moslimbevelhebber sprak met Jaume I een overgave na zeven maanden af en hield zich daaraan: in 1240 kreeg de koning het kasteel. In zijn eigen kroniek, de Llibre dels fets, beschrijft Jaume hoe dat ging. Veel is er niet meer over: vooral muurresten en fundamenten.

Je komt vooral voor het uitzicht over de kust van La Safor, van Cullera tot de Montgó bij Dénia, met de sinaasappelvlakte en het moeras onder je. De klim is kort maar steil.
Bezoekdetails: Uitkijkpunten en paden zijn het hele jaar vrij toegankelijk. Het bovenste deel, de alcazaba, kun je alleen met een rondleiding bezoeken, meestal in het weekend voor een paar euro; informeer bij het toeristenbureau. Met auto of fiets naar de voet van de heuvel. Reken op anderhalf uur.
Platja de l’Ahuir
Loop je vanaf de Platja Nord naar het noorden, dan houdt de bebouwing op en begint de Platja de l’Ahuir, bij de monding van het riviertje de Vaca. Hier geen hoogbouw, maar duinen. Die zijn beschermd, dus je loopt via houten paden naar het zand. Het strand is zo’n drie kilometer lang en een stuk rustiger dan het stadsstrand, ook in augustus. Er zijn wat strandtentjes en douches, maar minder voorzieningen. Een deel is officieel aangewezen als naaktstrand, en ook l’Ahuir heeft een Blauwe Vlag.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk. Aan het noordelijke einde van de Platja Nord, te voet, per fiets of met de auto bereikbaar, met parkeerruimte bij het strand. Reken op een halve dag.
Museu de Santa Clara
In hetzelfde Hospital de Sant Marc als het archeologisch museum zit een tweede museum, met religieuze kunst. De stukken komen uit het klooster van de clarissen in Gandía en hangen hier sinds 2015. Het hoogtepunt zijn de schilderijen van Paolo da San Leocadio, een Italiaanse schilder die in Valencia werkte. Zijn Aanbidding der Wijzen werd rond 1507 betaald door hertogin María Enríquez, dezelfde Borja-hertogin die de Colegiata liet uitbreiden. Verder hangt er werk van José de Ribera en zie je zestiende-eeuws edelsmeedwerk.
Bezoekdetails: In het Hospital de Sant Marc, naast het MAGa. De openingstijden verschillen per seizoen, dus check de actuele tijden en prijzen op museusantaclaragandia.com. Reken op drie kwartier.
Marjal de Gandia en Ullal de l’Estany del Duc
Tussen de stad en de zee ligt een moerasgebied, de Marjal, dat gevoed wordt door bronnen die de Valencianen ullals noemen. Er lopen houten vlonderpaden door het riet en er staat een vogelkijkhut, van waaruit je reigers, eenden en in het voorjaar trekvogels ziet. De plas van de Marjal dels Borrons is een reservaat voor de samaruc, een klein bedreigd visje dat eigen is aan de Valenciaanse kust. Bij het bezoekerscentrum, de Aula de la Naturaleza, krijg je uitleg over het gebied. Kom ’s ochtends vroeg of laat in de middag, dan zijn er de meeste vogels en is het minder warm.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk. Camí de l’Alqueria del Duc, bij het Grau de Gandia. Rondwandeling van ongeveer 9,5 kilometer, anderhalf tot twee uur lopen, ook goed te fietsen. Neem muggenspray mee.
Cova del Parpalló
In de heuvels ten westen van Gandía ligt de belangrijkste vindplaats uit het jong-paleolithicum van de regio Valencia. Tussen 1929 en 1931 groef archeoloog Lluís Pericot hier ruim 5.000 stenen plaketten op met gravures en schilderingen van herten, paarden en geiten. Het is een van de grootste verzamelingen draagbare kunst uit die periode in Europa. In de grot zelf zie je wel geen kunst. De plaketten liggen grotendeels in het Museu de Prehistòria in Valencia en voor een deel in het MAGa.
Bezoekdetails: Rondleidingen van ongeveer anderhalf uur in het weekend om 10:00, vanaf het bezoekerscentrum van Parpalló-Borrell aan de weg Gandia-Barx (CV-675). Ze kosten rond de €2 en gaan alleen op reservering. Op welke weekenddag er een rondleiding is, verschilt per seizoen; boek via het toeristenbureau ([email protected] of 962 87 77 88). Je hebt een auto nodig.
Reistips voor Gandía
Hoe kom je in Gandía
De dichtstbijzijnde luchthaven is Valencia (VLC), op ongeveer 70 kilometer. Transavia vliegt er rechtstreeks heen vanaf Schiphol, Rotterdam en Eindhoven. Met een huurauto ben je er in 50 minuten tot een uur via de V-31 en de AP-7. Zonder auto neem je de metro van de luchthaven naar het centrum van Valencia en stap je daar op de Cercanías-lijn C1 vanaf station Valencia Nord. Die trein rijdt via Silla en Cullera naar Gandía en doet er een uur tot een uur en twintig minuten over. Op werkdagen gaat er ongeveer elk halfuur een, in het weekend minder vaak. Reken in totaal op anderhalf tot twee uur. Het station ligt in het centrum; naar het strand neem je de stadsbus. Alicante (ALC) ligt op ongeveer 125 kilometer, zo’n uur en twintig minuten rijden.
Beste reistijd
Mei, juni, september en begin oktober zijn het fijnst. Dan is het rond de 22 tot 28 graden, is de zee warm genoeg om te zwemmen en zijn de stranden niet vol. Juli en augustus zijn heet, met dagen rond de dertig graden, en druk met Spaanse gezinnen. In de winter is het overdag rond de zestien graden. Zwemmen zit er dan niet in, maar voor het paleis, de musea en een wandeling naar Bairén is het prima weer.
Rondreizen en praktische tips
Gandía ligt tussen Valencia en de Costa Blanca, dus het past goed in een rondreis langs de oostkust. Slaap je aan het strand, dan ligt het centrum met de bezienswaardigheden een paar kilometer verderop; neem de bus of een huurfiets. Winkels in het centrum zijn tussen ongeveer twee en vijf dicht, en er wordt laat gegeten. Voor Sant Jeroni de Cotalba en de Cova del Parpalló moet je vooraf reserveren.
Accommodatie in Gandía
De meeste mensen slapen aan de Platja. Langs de boulevard en erachter staan hotels in alle prijsklassen en vooral veel vakantieappartementen. Het Grau, rond de haven, is iets rustiger en dicht bij de visrestaurants. In het centrum zijn minder hotels, maar je loopt naar het paleis en het station. In juli en augustus stijgen de prijzen flink en is veel volgeboekt door vaste gasten, dus reserveer op tijd.
Eten en drinken in Gandía
Gandía staat bekend als de bakermat van de fideuà. Volgens de overlevering bedacht Gabriel Rodríguez Pastor, kok op de vissersboot Santa Isabel, het gerecht in het begin van de twintigste eeuw toen de rijst op was en hij noedels in de pan gooide. Of het zo is gegaan, weet niemand zeker, maar in het Grau houden ze het verhaal graag levend. De stad houdt elk jaar het Concurs Internacional de Fideuà in de haven; in juni 2026 was dat de 51e editie. De rest van de kaart is Valenciaans en draait om rijst en vis:
- Fideuà: Korte, dunne noedels gegaard in visbouillon, met vis en schaaldieren, geserveerd met aioli.
- Arròs a banda: Rijst gekookt in visbouillon, waarbij de vis apart wordt opgediend, van oudsher vissersvoer.
- Arròs negre: Rijst die zwart is van de inktvisinkt, ook met aioli erbij.
- Vis van de afslag: In het Grau gaat de vangst van de dag direct naar de restaurants aan de haven.
- Horchata: Koude drank van aardamandelen uit de regio, lekker op een warme middag.
Dagtrips vanuit Gandía
Valencia
Valencia ligt ongeveer 65 kilometer naar het noorden. Met de auto ben je er in een klein uur, maar de trein is hier makkelijker: de C1 brengt je rechtstreeks naar station Valencia Nord, midden in de stad. De derde stad van Spanje heeft een oude kern met een kathedraal en de zijden beurs La Lonja, de Ciudad de las Artes y las Ciencias en een grote overdekte markt. Goed voor een of meerdere dagen.
Dénia
Denia ligt ongeveer 35 kilometer naar het zuiden, 35 tot 40 minuten rijden via de N-332 of de AP-7. Een trein is er niet meer, wel een bus. Boven de stad staat een kasteel op een rots, met aan de voet de haven en een levendige winkelstraat. Achter de stad ligt de Montgó, een berg met wandelpaden en uitzicht over de kust.
Jávea
Javea ligt ongeveer 45 kilometer naar het zuiden, zo’n drie kwartier rijden. Met het openbaar vervoer is het lastig, dus neem de auto. Je vindt er een oude kern van zandsteen, een vissershaven en baaien met helder water, zoals Cala Granadella. Je combineert het goed met Dénia en het uitzicht vanaf de vuurtoren van Cap de Sant Antoni.
Xàtiva
Xàtiva ligt 35 tot 40 kilometer landinwaarts, zo’n 35 minuten rijden via de CV-60. Het is ook een Borja-stad: paus Alexander VI werd hier geboren, en Calixtus III in Xàtiva zelf of in het buurdorp Canals, daar zijn ze het nooit over eens geworden. Boven de stad ligt een groot kasteel over de hele lengte van een bergkam, en in de oude kern staan kerken en adellijke huizen. Onderweg kun je langs Sant Jeroni de Cotalba. Met de trein stap je over in Silla en ben je al gauw anderhalf uur onderweg, dus neem de auto.
Conclusie
Gandía is een echte stad met een eigen verleden, en daarin verschilt het van de meeste badplaatsen aan deze kust. Met het paleis van de Borja’s, de Colegiata en de twee musea in het oude hospitaal ben je makkelijk een dag bezig. Daarna ga je naar een breed strand van drie kilometer, en Valencia ligt op iets meer dan een uur met de trein. Eet in ieder geval een keer fideuà in het Grau, waar het gerecht volgens het verhaal begon.
Highlights Gandía
Gandía was eeuwenlang de stad van de hertogen uit de familie Borja, beter bekend als de Borgia's, en hun paleis staat nog midden in het centrum. Een paar kilometer verderop ligt een stadsstrand van drie kilometer met fijn zand en al tientallen jaren een Blauwe Vlag. In de haven van het Grau zou de fideuà zijn bedacht, de paella met noedels die je hier overal op de kaart ziet.
Veelgestelde vragen over Gandía
Beeldverantwoording
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.
- Jan Harenburg (CC BY 4.0) —
- Almar (CC BY-SA 2.5) —
- Joanbanjo (CC BY-SA 3.0) —