Extremadura · West-Spanje

Mooiste bezienswaardigheden in Caceres - Wat te doen in Caceres?

Cáceres - Ontdek de top 10 Cáceres bezienswaardigheden

Header afbeelding van Caceres in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Cáceres

Cáceres staat sinds 1986 op de UNESCO Werelderfgoedlijst en heeft een van de gaafst bewaarde middeleeuwse stadskernen van Europa. Dat de stad zo onder de radar is gebleven, heeft alles te maken met haar ligging: Extremadura, de dunbevolkte regio tussen Madrid en Portugal, wordt door de meeste reizigers overgeslagen. In de Ciudad Monumental, het ommuurde bovenstuk van Cáceres, dateert nagenoeg geen enkel gebouw van na 1700. HBO koos die kasseistraten in 2017 als King’s Landing voor het zevende seizoen van Game of Thrones, en dat is meteen het eerste wat veel bezoekers herkennen.

Kaart Cáceres Spanje - waar ligt Cáceres

Inleiding tot Cáceres

Cáceres telt ongeveer 96.000 inwoners en is na Badajoz de tweede stad van Extremadura. De stad ligt zo’n 300 kilometer ten zuidwesten van Madrid en 100 kilometer van de Portugese grens, omringd door een heuvelachtig landschap van dehesa’s (open eikenbossen waar varkens en runderen scharrelen) en graanvelden. Boven die vlaktes cirkelen vale gieren en zwarte gieren; Extremadura is een van de leegste delen van Spanje, en dat merk je zodra je de stad uitrijdt.

Het centrum bestaat uit twee delen. Beneden ligt de moderne stad rond de Plaza Mayor, met winkels, terrassen en het ritme van een provinciehoofdstad. Daarboven, direct achter het plein op een lage heuvel, ligt de Ciudad Monumental, de ommuurde oude stad. De totale oppervlakte is hooguit 400 bij 300 meter, en in dat stukje passen tientallen torens, meer dan tien paleizen, verschillende kerken, een kathedraal, een Moorse cisterne, een joodse wijk en Romeinse muurresten. Op veel van die torens nestelen het hele jaar door ooievaars; je hoort ze al voordat je het Arco de la Estrella door bent.

In één dag kun je het hoogtepuntenrondje lopen, maar twee tot drie dagen werkt beter. Dan heb je tijd voor de musea, voor een serieus diner (Cáceres heeft met Atrio een driesterrenrestaurant) en voor dagtrips naar Trujillo, Mérida of natuurpark Monfragüe. Dat de stad ver van de standaardroutes ligt, scheelt overigens flink in drukte.

Informatie over Caceres

  • Costa
    Extremadura
  • Bevolking
    96.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 13°C
    Lente: 21°C
    Zomer: 34°C
    Herfst: 23°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Madrid-Barajas (MAD)
  • Locatie in Spanje
    West-Spanje

Achtergrond en geschiedenis van Cáceres

Cáceres begon in 75 voor Christus als Romeins legerkamp, opgezet door generaal Quintus Caecilius Metellus Pius tijdens de Sertoriaanse oorlog. Uit dat kamp groeide de Romeinse stad Norba Caesarina, die samen met Mérida (Emerita Augusta) tot de belangrijkste plaatsen van de provincie Lusitania ging behoren. Delen van de muren en het Arco del Cristo (vierde eeuw) staan nog steeds overeind.

Na de Visigoten kwamen vanaf de achtste eeuw de Moren. Onder de naam Qazris werd de stad een grensvesting aan de noordrand van Al-Andalus, met dichte stadsmuren, een alcazaba en een uitgebreid systeem van ondergrondse cisternes. Tijdens de Reconquista wisselde de stad regelmatig van hand, tot koning Alfonso IX van León haar in 1229 definitief op de moslims veroverde. De muren die je vandaag ziet, kregen hun huidige vorm grotendeels in de twaalfde eeuw onder de Almohaden.

De gouden eeuw begon in de zestiende eeuw, met de Spaanse verovering van Amerika. Opvallend veel conquistadores kwamen uit Extremadura: Hernán Cortés, Francisco Pizarro en Francisco de Orellana groeiden allemaal op binnen een paar uur rijden van Cáceres. Adellijke families uit de stad stuurden zonen naar Mexico en Peru, en het geld dat terugkwam, werd in steen omgezet. Bijna alle grote paleizen in de Ciudad Monumental zijn in deze periode opgetrokken, vaak met een markante toren als statussymbool. In 1477 grepen de Katholieke Koningen Ferdinand en Isabella in: ze lieten de torens van de paleizen aftoppen, zodat geen lokale clan zich nog kon verschansen tegen de kroon. Een paar torens werden later weer opgehoogd, maar veel daken bleven plat, met een ooievaarsnest erbovenop.

Vanaf de zeventiende eeuw raakte de stad in verval. De economische macht trok naar Madrid en de Atlantische kust, en Extremadura verloor zijn positie. Voor Cáceres pakte dat paradoxaal genoeg goed uit: er was simpelweg geen geld om de oude binnenstad te slopen of grondig te verbouwen. De negentiende- en twintigste-eeuwse stadsuitbreiding gebeurde buiten de muren. Samen met een beschermingswet uit 1949 leverde dat het ensemble op dat UNESCO in 1986 op de werelderfgoedlijst zette.

De top 10 bezienswaardigheden in Cáceres

Plaza Mayor

Uitzicht over de Plaza Mayor van Cáceres met de arcaden en het stadhuis

De Plaza Mayor is het centrale plein van Cáceres en anders van vorm dan de strakke rechthoeken van Salamanca of Madrid. Het loopt scheef omhoog, en de twee lange zijden hebben elk een eigen karakter. Aan de hoge kant staan de muren van de Ciudad Monumental met de Torre de Bujaco en het Arco de la Estrella; aan de lage kant lopen de arcaden door met winkels, cafés en het stadhuis (Ayuntamiento).

Het plein werd vanaf de dertiende eeuw aangelegd als marktplaats direct buiten de stadsmuren en heeft die functie nooit verloren. Overdag is het druk met markt, straatmuziek en gewoon stadsleven; ’s avonds wordt het uitgelicht en kleurt de zandsteen van de muren oranje. De terrassen aan de westzijde zijn populair voor tapas en een glas Ribera del Guadiana, met die muur op de achtergrond.

De overgang naar de oude stad gaat via het Arco de la Estrella, in de noordoostelijke hoek van het plein. Loop je eronderdoor, dan val je vrijwel meteen in de stilte van smalle kasseistraatjes en paleisgevels. Dat geldt zeker buiten de dagjespiek; rond elf en vier uur is het hier soms even gezellig druk met groepen.

Bezoekdetails: Het plein is altijd toegankelijk. Bij zonsondergang valt de zon recht op de muren en torens. Op woensdag en zaterdag is er markt op het plein.


Arco de la Estrella en de stadsmuren

Het barokke Arco de la Estrella, de belangrijkste toegangspoort tot de Ciudad Monumental van Cáceres

Het Arco de la Estrella is de hoofdpoort naar de Ciudad Monumental vanaf de Plaza Mayor. De huidige versie werd in 1726 ontworpen door Manuel Larra Churriguera, op de plek van een oudere middeleeuwse poort die te smal bleek voor koetsen en karren. Het is een sierlijk gewelfde triomfboog in barokstijl, bekroond met een beeldje van de Virgen de la Estrella, vandaar de naam.

De muren rondom dateren in hun huidige vorm grotendeels uit de twaalfde eeuw, toen de Almohaden de vesting versterkten na hun herovering op de christenen. Op sommige plekken zit nog een Romeinse onderlaag; de muren zijn door de eeuwen heen telkens opnieuw opgebouwd op oudere fundamenten. Langs het complex staan tientallen torens, waarvan er een aantal te beklimmen is.

Wat de muren van Cáceres bijzonder maakt, is dat ze nog vrijwel rondlopen. Anders dan in veel Spaanse steden, waar de stadsmuren in de negentiende eeuw zijn gesloopt voor uitbreiding, is hier zo’n negentig procent van de oorspronkelijke structuur intact, inclusief de meeste torens en poorten. Wie het hele rondje aan de buitenkant loopt, van de Plaza Mayor via de Plaza de San Juan en de oostelijke poorten terug, doet er ongeveer een uur over.

Bezoekdetails: Het Arco de la Estrella is altijd toegankelijk. De muren zijn grotendeels te volgen aan de buitenkant. Sommige torens zijn op vaste tijden te beklimmen tegen kleine toegangsprijs.


Concatedral de Santa María

De Concatedral de Santa María in Cáceres met zijn klokkentoren en zandstenen gevel

De Concatedral de Santa María heeft de status van co-kathedraal omdat Cáceres het bisdom deelt met Coria. Het is het belangrijkste religieuze bouwwerk van de Ciudad Monumental, gebouwd vanaf de vijftiende eeuw op de plek van een eerdere parochiekerk, die zelf weer op een moskee stond. De bouw liep door tot in de zestiende eeuw, dus je ziet een mix van laatgotische en vroege renaissance-elementen.

Binnen valt vooral op hoe sober het is, zeker vergeleken met de overladen kathedralen elders in Spanje. Het houten retabel uit 1551 van Roque Balduque en Guillén Ferrant beslaat de hele oostwand met panelen uit het leven van Christus. In de zijkapellen liggen grafmonumenten van adellijke families uit Cáceres, dezelfde namen die je in de oude stad telkens op paleizen tegenkomt: Golfín, Ulloa, Carvajal.

De klokkentoren is te beklimmen (ruim 130 treden) en levert wat mij betreft het beste uitzicht over de oude stad. Onder je liggen de daken, de andere torens met hun ooievaarsnesten en de paleisgevels; aan de horizon de heuvels van Extremadura. Op heldere dagen kun je tot in de Sierra de San Pedro kijken, richting Portugal.

Bezoekdetails: De kerk is meestal gratis toegankelijk buiten de misuren. Voor toren en museum betaal je een kleine toegangsprijs. Reken op 45 minuten inclusief toren.


Palacio de los Golfines de Abajo

Het Palacio de los Golfines de Abajo is het belangrijkste adellijke paleis van Cáceres en een van de bekendste voorbeelden van stedelijke paleisarchitectuur uit de zestiende eeuw in Spanje. Het werd tussen 1490 en 1520 gebouwd door de familie Golfín, een van de machtigste clans van de stad, die via deelname aan de Spaanse onderneming in Amerika tot grote rijkdom kwam. De stijl is een mix van late gotiek en vroege plateresco, die typisch Spaanse overgangsstijl tussen gotiek en renaissance die in Extremadura tot bloei kwam.

De voorgevel is verdeeld in drie zones, allemaal volgepakt met heraldische wapens van de familie. Het balkon op de eerste verdieping wordt geflankeerd door twee leeuwen, en de bekroning met schildhouders en torentjes gaf het gebouw de uitstraling van een stedelijke burcht. Ferdinand en Isabella, de Katholieke Koningen, hebben hier meerdere keren verbleven, een feit waar de Golfín-familie zich eeuwenlang op heeft beroepen.

Voor publiek is het paleis beperkt toegankelijk, maar er worden rondleidingen gegeven door het interieur, de patio en een deel van de familiearchieven. De patio met dubbele arcade is een mooi voorbeeld van laatgotische kloosterarchitectuur in een burgerlijke context; in de grote zaal op de eerste verdieping liggen nog originele houten moerbalken en gepolychromeerde ornamenten.

Bezoekdetails: Rondleidingen op gereserveerde tijden, meestal Spaanstalig. Actuele tijden via het toeristisch kantoor of online. Toegangsprijs bescheiden. Reken op een uur voor de rondleiding.


Torre de Bujaco

De Torre de Bujaco met de Ermita de la Paz aan de Plaza Mayor van Cáceres

De Torre de Bujaco is de meest herkenbare toren van Cáceres en staat met haar onderste helft direct aan de Plaza Mayor. De bouw dateert uit de twaalfde eeuw, toen de Almohaden de vesting versterkten; de naam zou afgeleid zijn van de Moorse prins Abu-Ya’qub die opdracht tot de bouw gaf. Het is een van de weinige torens die zowel onder de moslims als onder de christenen in gebruik is gebleven en niet werd afgetopt in 1477.

De toren is te beklimmen en biedt vanaf het dak zicht op de Plaza Mayor aan de ene kant en de Ciudad Monumental aan de andere. Binnenin is een kleine tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van de stadsmuren en de strijd tussen moslims en christenen in de Reconquista: kopieën van oude kaarten, plattegronden uit verschillende eeuwen en archeologische vondsten uit de muurfundamenten.

De klim is overzichtelijk, ongeveer 60 treden, en eindigt op een open platform met uitzicht in alle richtingen. Vanaf hier zie je goed hoe compact de Ciudad Monumental is, met de torens van paleizen en kerken als bakens. Op een paar daarvan staan ooievaarsnesten waar je in het voorjaar de jongen kunt horen klepperen. ’s Avonds is de Torre de Bujaco uitgelicht en vormt samen met het Arco de la Estrella het bekendste plaatje van Cáceres.

Bezoekdetails: Dagelijks geopend, openingstijden verschillen per seizoen. Bescheiden toegangsprijs, vaak gecombineerd met andere monumenten. Reken op 20 tot 30 minuten.


Casa de las Veletas en Museo de Cáceres

De Moorse cisterne (aljibe árabe) onder de Casa de las Veletas in Cáceres met hoefijzerbogen boven het water

De Casa de las Veletas huisvest het Museo de Cáceres, het provinciale archeologische museum, maar de echte trekker zit eronder: de Aljibe Árabe, een Moorse cisterne uit de elfde of twaalfde eeuw. Het is een van de grootste en best bewaarde ondergrondse waterreservoirs van haar soort buiten Granada. Vijf beuken met hoefijzerbogen rusten op stenen zuilen, en op de bodem ligt nog altijd water, aangevoerd via de oude Moorse stadsleiding. Toen er in de zeventiende eeuw bovenop een herenhuis verrees, bleef de cisterne gewoon zitten.

Het museum zelf heeft drie afdelingen. Archeologie loopt van prehistorie tot Middeleeuwen, met Romeinse en Visigotische vondsten uit de regio. Etnografie laat zien hoe men in Extremadura leefde voordat het toerisme kwam, en de afdeling moderne kunst toont werk van Spaanse kunstenaars uit de twintigste eeuw. De collectie is bescheidener dan in Madrid of Sevilla, maar zorgvuldig samengesteld. Reken op anderhalf uur voor het hele rondje.

De combinatie van een Moorse cisterne onder een renaissancevilla vat de stadsgeschiedenis goed samen, laag op laag, zonder dat het ene tijdperk het andere wegveegt. Bezoek je maar één museum in Cáceres, dan is dit de logische keuze.

Bezoekdetails: Geopend dinsdag tot en met zondag; maandag gesloten. Gratis of zeer lage toegangsprijs (op zondagochtend gratis). Reken op 1,5 tot 2 uur.


Barrio judío (joodse wijk)

De Judería Vieja ligt aan de zuidkant van de Ciudad Monumental en behoort tot de best bewaarde joodse wijken van Spanje. Vanaf de tiende eeuw woonde hier een joodse gemeenschap die actief was in handel, geneeskunde en geldleningen. Na het Edict van Granada in 1492 stond de joden alleen bekering of verbanning te wachten en raakte de wijk haar oorspronkelijke bewoners kwijt. De fysieke structuur is grotendeels blijven staan.

De wijk is meteen anders dan de paleizenstraten elders in de oude stad. Smalle kronkelstraatjes, witgekalkte huizen, lage deuren, steile trappen tussen de gevels door. Geen adellijke pronk, maar gewone middeleeuwse stadsbouw. Hoofdstraat is de Cuesta del Marqués, die leidt naar de restanten van de oude synagoge; die werd in 1492 omgevormd tot een christelijke kapel, de Ermita de San Antonio.

Het indringendst is de Barrio de San Antonio, vermoedelijk de oudste joodse wijk, daterend uit de twaalfde eeuw. In de Ermita de San Antonio hangt een kleine expositie over de geschiedenis van de gemeenschap, met aandacht voor de verdrijving en de positie van conversos, gedwongen bekeerlingen die vaak in het geheim hun oude religie bleven praktiseren.

Bezoekdetails: De wijk is altijd vrij toegankelijk. De Ermita de San Antonio heeft beperkte openingstijden; check bij het toeristisch kantoor. Combineer met het uitzicht vanaf de Plaza de San Mateo, op de top van de heuvel.


Plaza de San Jorge en Iglesia de San Francisco Javier

De Plaza de San Jorge wordt aan de noordkant afgesloten door de Iglesia de San Francisco Javier, een jezuïetenkerk uit de achttiende eeuw. De witte voorgevel met twee torens steekt zo af tegen de donkere graniet- en zandsteengebouwen van de rest van de oude stad dat je de torens vanaf de Plaza Mayor beneden al boven de muur ziet uitsteken.

Binnen is de kerk uitgesproken barok: vergulde retabels, marmeren vloeren, een koepel met fresco’s. De kerk hoorde oorspronkelijk bij een jezuïetencollege dat in 1753 werd opgericht en tot een van de belangrijkste onderwijsinstellingen van Extremadura uitgroeide. Met de uitzetting van de jezuïeten uit Spanje in 1767 verloor het college zijn functie. De kerk doet nu dienst als parochiekerk.

Het plein zelf is klein, maar heeft karakter door de hoogteverschillen: aan de ene kant de verhoogde kerk met brede trappen, aan de andere kant de gesloten gevels van omliggende paleizen. De cafés zijn populair bij locals, vooral aan het eind van de middag als de zon goud op de witte gevel valt. Goed plekje om een kwartiertje stil te zitten tussen het lopen door.

Bezoekdetails: De kerk is meestal open buiten misuren. De torens zijn op gereserveerde tijden te beklimmen voor een ander uitzicht over de stad. Gratis toegang tot de kerk.


Palacio de Toledo-Moctezuma

Het Palacio de Toledo-Moctezuma valt op door zijn verhaal. Het paleis werd in de zestiende eeuw gebouwd door Juan Cano de Saavedra, een conquistador die in Mexico had gevochten en daar trouwde met Isabel Moctezuma, dochter van de Azteekse keizer Moctezuma II. Na de val van Tenochtitlán keerde het stel terug naar Spanje en streek neer in Cáceres. Het paleis is een tastbaar overblijfsel van die samensmelting van Azteekse en Spaanse adel; in Europa zijn er weinig gebouwen die zo direct met Tenochtitlán in verband staan.

De gevel mengt renaissance en mudéjar, en in het familiewapen staan zowel Spaanse als Azteekse symbolen. In het paleis lag eeuwenlang het familiearchief, met documenten over de Azteekse afstamming van Isabel Moctezuma en haar nakomelingen in Europa. Voor historici die de verhouding tussen de Spaanse kroon en het Azteekse rijk onderzoeken, is dat archief een van de belangrijkste bronnen.

Tegenwoordig huist hier het Archivo Histórico Provincial. Het is deels open als museum, met een tentoonstelling over de familie Toledo-Moctezuma en de rol van Cáceres in de Spaanse koloniale geschiedenis. Wie iets wil snappen van waarom zoveel conquistadores juist uit deze regio kwamen, moet hier zijn.

Bezoekdetails: Beperkt toegankelijk; check actuele openingstijden. Gratis toegang. Reken op 30 tot 45 minuten. Combineer met de nabijgelegen Casa Mudéjar.


Ermita de la Paz en Plaza de Santa María

Aan de rand van de Ciudad Monumental, net buiten de stadsmuren, staat de Ermita de la Paz, een kleine barokke kapel uit de zeventiende eeuw, gewijd aan Nuestra Señora de la Paz. Het gebouwtje is bescheiden, maar binnen vind je barokke altaarstukken en houten heiligenbeelden, en het stenen voorportaal is populair als trouwlocatie.

Naast de kapel ligt de Plaza de Santa María, aangelegd rond de Concatedral. Het plein heeft een helling en wordt omringd door paleisgevels, met de Casa de los Carvajal en het Palacio Episcopal direct in het zicht. Een bankje op dit plein bij zonsondergang, met de zandsteen die oranje oplicht, is een van die plekken die blijven hangen. Hier filmde HBO in 2017 ook scenes voor seizoen 7 van Game of Thrones, met de plaza in de rol van Koningslanding.

Dit deel van de Ciudad Monumental, het bovenste stuk van de heuvel rond de kathedraal, is de dichtste concentratie historisch erfgoed in de hele stad. Binnen honderd meter staan de concatedral, zes adellijke paleizen en de kapel; vanaf de hogere punten kijk je over heel Extremadura uit. Vroeg in de ochtend, voordat de tourbussen arriveren, of laat op de avond is dit een goede plek om even rond te lopen zonder dat je iemand tegenkomt.

Bezoekdetails: Beide plekken zijn vrij toegankelijk. De Plaza de Santa María is altijd open; de Ermita de la Paz heeft beperkte openingstijden en is vaak alleen te bezichtigen tijdens diensten.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Cáceres

Beste tijd om Cáceres te bezoeken

Lente (maart-mei) en herfst (september-november) zijn de aangenaamste periodes. Temperaturen tussen vijftien en vijfentwintig graden lopen mooi op met een hele dag wandelen door de Ciudad Monumental. De zomer is loodzwaar: Extremadura hoort bij de warmste delen van Spanje en veertig graden of meer is geen uitzondering. Overdag wordt de stad daarmee vrijwel onbegaanbaar. De winter is mild en vaak zonnig, alleen ’s ochtends en ’s avonds kan het fris zijn. Mooie momenten zijn het WOMAD-muziekfestival in mei (wereldmuziek, gratis concerten op de pleinen) en het Medieval Weekend in augustus.

Vervoersopties van en naar Cáceres

Cáceres heeft geen eigen luchthaven. Vlieg op Madrid-Barajas (MAD) en pak de trein (3 tot 4 uur vanaf Madrid-Atocha) of een huurauto (3 uur rijden over de A-5). Alternatieven zijn Sevilla of Lissabon, beide zo’n 3 uur rijden. ALSA rijdt meerdere bussen per dag vanuit Madrid, Sevilla en Salamanca, en is goed betaalbaar. In de stad zelf doe je alles te voet. De Plaza Mayor ligt direct tegen de Ciudad Monumental aan en de hoofdattracties liggen binnen 10 minuten loopafstand. Wil je naar Trujillo, Mérida of Monfragüe, dan is een huurauto verreweg het handigst; het openbaar vervoer in de regio is beperkt.

Praktische Tips

In Cáceres wordt vrijwel alleen Spaans gesproken; buiten de toeristische adressen is Engels schaars. Trek stevige schoenen aan, de kasseistraten van de Ciudad Monumental zijn oneffen en glad bij regen. In de zomer: ga vroeg in de ochtend of pas na vijven op pad, midden op de dag is het simpelweg te heet. Veel paleizen en musea zijn op maandag gesloten, dus plan een maandagprogramma rond de openluchthoogtepunten (Plaza Mayor, stadsmuren, Judería). Voor Atrio reserveer je maanden vooruit. En kom op woensdag of zaterdag langs de Torrejón-vismarkt voor verse streekproducten.

Accommodatie in Cáceres

Voor een stad van zijn omvang heeft Cáceres een goed aanbod aan slaapadressen. In de Ciudad Monumental zelf zitten enkele Paradores (staatsgesubsidieerde hotels in historische panden) en boutique-hotels die in gerestaureerde paleizen zijn ondergebracht. De Parador de Cáceres, in een veertiende-eeuws herenhuis, is een goede aanrader: wakker worden in een kamer met dikke stenen muren en koffie drinken in een renaissancepatio scheelt nogal met een willekeurige hotelketen. Budgetreizigers vinden hostels en pensions net buiten de muren, en in het centrum staan veel vakantieappartementen voor langere verblijven. Het prijsniveau ligt lager dan in Madrid of Sevilla; voor een luxe overnachting hier betaal je vaak wat je elders kwijt zou zijn aan een driesterrenhotel.

Restaurants in Cáceres

De Extremaduraanse keuken draait sterk om vlees en zuivel, met producten uit de dehesa als basis. Pata negra (Ibérico eikelvarken), torta del casar (romige schapenkaas die je met een lepel eet), migas (geroosterd brood met knoflook en chorizo), cordero asado (gebraden lam) en caldereta extremeña (lam- of geitvleesstoofpot) zijn de klassiekers. Voor een stad van deze grootte heeft Cáceres een serieuze gastronomische scene.

  • Atrio: driesterrenrestaurant in een gerestaureerd herenhuis in het centrum, met een van de meest geprezen wijnkelders van Spanje en een tasting van zo’n zeventien gangen. Niet goedkoop, wel een diner dat je over jaren nog navertelt. Reserveer maanden vooruit.
  • Restaurante Javier Martín: moderne bistro met één Michelin-ster, lokale producten in creatieve bereidingen. Minder formeel dan Atrio en flink betaalbaarder.
  • Tapería Yuste: tapasbar in het historisch centrum met huisgemaakte gerechten. Bestel in elk geval de migas extremeñas, de jamón ibérico en de torta del casar. Druk met locals.
  • El Corral de las Cigüeñas: klassiek restaurant op een patio in een oud herenhuis, traditionele Extremaduraanse keuken. Het lam uit de houtoven heeft een reputatie tot ver buiten de stad.
  • Madruelo: sober restaurant op loopafstand van de Plaza Mayor, focus op traditionele keuken en een goede kaart lokale wijnen uit Ribera del Guadiana. Prijs-kwaliteit klopt.

Dagtrips vanuit Cáceres

Trujillo

Trujillo ligt op vijftig minuten rijden ten oosten van Cáceres en hoort bij de meest fotogenieke kleine steden van Extremadura. Het geboortedorp van Francisco Pizarro, de veroveraar van het Inca-rijk, heeft een uitzonderlijke Plaza Mayor, een volledig bewaarde middeleeuwse stadskern en een kasteel op de heuvel erboven. De stad lijkt sterk op Cáceres maar dan compacter. Een halve dag is voldoende voor het hoofdrondje.

Mérida

Merida ligt op een uur rijden en is het historische middelpunt van Romeins Spanje. Het Romeinse theater (uit 15 voor Christus, nog steeds in gebruik voor voorstellingen), amfitheater, circus, aquaduct en het Museo Nacional de Arte Romano vormen samen een ensemble dat in Europa zijn weerga niet kent. Reken op minimaal een hele dag, voor liefhebbers twee.

Nationaal Park Monfragüe

Monfragüe ligt op drie kwartier rijden naar het noorden en is in Europa misschien wel de beste plek om grote roofvogels te zien. Vale gieren, zwarte gieren, keizerarenden en slangenarenden cirkelen dagelijks rond de miradores. De Salto del Gitano, een rotswand waar tientallen gieren tegelijk omheen vliegen, is een vast adres voor vogelkijkers. Neem een verrekijker mee en kies een dag met weinig wind.

Plasencia

Plasencia ligt op een uur en twintig minuten naar het noorden, in het dal van de rivier de Jerte. De stad heeft twee aan elkaar gebouwde kathedralen (oud en nieuw), een middeleeuwse stadsmuur en een weekmarkt die sinds de dertiende eeuw onafgebroken doorgaat. In het vroege voorjaar kleurt de Valle del Jerte wit van de kersenbloesem, ruim een miljoen kersenbomen op de hellingen, vaak rond eind maart en begin april.

Conclusie

Cáceres is de monumentale stad van Spanje die de meeste reizigers nog niet kennen. De Ciudad Monumental is intact gebleven, de paleizen en torens staan op een klein oppervlak bij elkaar, de gastronomie is verrassend serieus (met Atrio als uitschieter) en de regio errond is rustig vanwege de geringe bevolkingsdichtheid. Plan minimaal twee dagen: één voor de oude stad, de Plaza Mayor en een museum, en één voor een dagtrip naar Trujillo of Mérida. Overnacht zo mogelijk in de oude stad zelf. Vroeg in de ochtend, voordat de bussen aankomen, door de stille kasseistraten lopen, met alleen de ooievaars op de daken om je heen, is iets wat je in weinig andere Europese steden nog kunt.

Highlights Caceres

Cáceres heeft een van de best bewaarde middeleeuwse en renaissance stadskernen van Europa, sinds 1986 UNESCO Werelderfgoed. De Ciudad Monumental is een ommuurd ensemble van paleizen, torens, kerken en kasseistraten dat sinds de zestiende eeuw nauwelijks is veranderd. De HBO-serie Game of Thrones gebruikte de stad in 2017 als King's Landing.

Veelgestelde Vragen

Lente (maart-mei) en herfst (september-november) werken het best. Temperaturen liggen dan tussen vijftien en vijfentwintig graden, prima om hele dagen door de Ciudad Monumental te lopen. Juli en augustus zijn loodzwaar; Extremadura is een van de heetste regio's van Spanje, met regelmatig veertig graden of meer. De winter is overdag mild (tien tot vijftien graden, vaak zonnig), 's avonds wordt het koud. Mooie momenten voor een bezoek zijn het WOMAD-festival in mei en het Medieval Weekend in augustus.
Cáceres heeft geen eigen luchthaven. De meest praktische route is vliegen op Madrid-Barajas (MAD) en daar de trein of een huurauto pakken (ongeveer 300 kilometer, drie tot drie en een half uur rijden). De trein vanaf Madrid-Puerta de Atocha doet er circa drie tot vier uur over. Alternatieven zijn Sevilla (ongeveer 250 kilometer) of Lissabon in Portugal (ongeveer 320 kilometer), beide zo'n drie uur rijden. Wil je meer steden in Extremadura bezoeken, dan is een huurauto verreweg het handigst; het openbaar vervoer in de regio is beperkt.
Cáceres kwam in 1986 op de UNESCO Werelderfgoedlijst vanwege de uitzonderlijk gave oude stad, de Ciudad Monumental. Binnen een paar honderd meter staan Romeinse muurresten, Moorse torens en cisternes, gotische kerken, mudéjar-architectuur en de paleizen die adellijke families in de zestiende eeuw bouwden met geld uit Amerika. Wat de plek bijzonder maakt is dat er na 1700 vrijwel niet meer is gebouwd: het ensemble is in zijn geheel bewaard gebleven.
Een dagtrip volstaat voor de hoofdattracties: Plaza Mayor, Ciudad Monumental, de kathedraal en een museum. Een overnachting maakt wel verschil. Vroeg in de ochtend of 's avonds, als de dagjesmensen weg zijn, is de oude stad nagenoeg leeg en krijgt de straatverlichting vrij spel op de zandstenen gevels. Twee of drie dagen geeft je ruimte voor dagtrips naar Trujillo, Mérida of Monfragüe, alle binnen een uur rijden.
De naam komt van het Romeinse Castra Caecilia, oftewel 'kamp van Caecilius', naar de generaal Quintus Caecilius Metellus Pius die hier rond 75 voor Christus een legerkamp opzette. Via het Arabische Qazris en middeleeuwse varianten werd dat uiteindelijk Cáceres. Van de Romeinse periode is nog het een en ander zichtbaar in de muren; het Arco del Cristo bijvoorbeeld dateert uit de vierde eeuw na Christus en is een van de oudste intacte bouwwerken van de stad.
Binnen een uur rijden liggen meerdere goede opties. Trujillo, het geboortedorp van Francisco Pizarro, is op vijftig minuten te bereiken en heeft een compactere maar minstens even fotogenieke oude stad. Mérida op een uur is bekend om het Romeinse theater, het amfitheater en de Alcazaba, samen een van de belangrijkste archeologische sites buiten Italië. Nationaal Park Monfragüe op drie kwartier is in Europa een van de beste plekken om vale gieren, zwarte gieren en keizerarenden te zien. Plasencia op een uur en twintig minuten heeft twee aan elkaar gebouwde kathedralen en een weekmarkt die al sinds de dertiende eeuw bestaat.
Extremadura heeft een van de meest onderschatte keukens van Spanje, vooral op vlees en zuivel gericht maar met uitzonderlijke producten. Belangrijkste namen om te onthouden: jamón ibérico de bellota uit de dehesa's (open eikenbossen waar varkens scharrelen), torta del casar (een romige schapenkaas die je met een lepel eet), cordero extremeño (lam) en migas (geroosterd brood met knoflook en chorizo). In Cáceres vind je alles van eenvoudige tabernas tot Atrio, het driesterrenrestaurant in het centrum, een van de meest geprezen adressen van Spanje. Omdat het algemeen prijsniveau lager ligt dan in Madrid of Sevilla, is fine dining hier relatief betaalbaar.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.