Comunidad de Madrid · Centraal-Spanje

Mooiste bezienswaardigheden in Aranjuez - Wat te doen in Aranjuez?

Aranjuez - Ontdek de top 10 bezienswaardigheden

Header afbeelding van Aranjuez in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Aranjuez

Aranjuez ligt op vijftig kilometer ten zuiden van Madrid, op de plek waar de Tajo en de Jarama samenkomen. Eeuwenlang was het de koninklijke lentere­sidentie van de Spaanse vorsten, en dat verleden zie je nog overal terug: een uitgestrekt paleis met spiegelzalen, honderden hectaren tuin, een planmatig aangelegde achttiende-eeuwse binnenstad met rechte lanen en een rivier die het hele gebied groen houdt. In 2001 zette UNESCO niet alleen het paleis maar het hele cultuurlandschap op de werelderfgoedlijst, om de combinatie van architectuur, tuinbouw en watermanagement. Vanuit Madrid is Aranjuez een van de aantrekkelijkste dagtrips die je in Centraal-Spanje kunt maken.

Kaart Aranjuez Spanje - waar ligt Aranjuez

Inleiding tot Aranjuez

Aranjuez ligt in het zuiden van de regio Madrid, in een vruchtbare vlakte aan de Tajo, de langste rivier van het Iberisch schiereiland. De stad telt rond de zestigduizend inwoners en wijkt sterk af van het dorre Castiliaanse land eromheen. Door de aanleg van irrigatiekanalen vanaf de zestiende eeuw veranderde de omgeving in een groene oase met tuinen, parken, boomgaarden en akkers vol aardbeien en asperges. Wie vanuit het droge Madrileense achterland aankomt, ziet het verschil meteen: bomen en water in plaats van stof en stenen.

De kern van een bezoek is het Koninklijk Paleis met zijn tuinen, maar Aranjuez is meer dan dat. De oude stad zelf is een planmatige aanleg uit de achttiende eeuw, met brede lanen, statige pleinen en lage Bourbon-gevels in een rustig roze en geel. De koningen wilden hier niet alleen een paleis, maar ook een complete hofstad, en die ambitie is nog goed afleesbaar. Plaza de Parejas, de Calle del Príncipe en de kerk van San Antonio horen bij dezelfde geplande compositie.

Voor Nederlandse reizigers is Aranjuez vooral een aantrekkelijke dagtrip vanuit Madrid: een halfuur tot driekwartier per trein, een wandeling vanaf het station naar het paleis, en een dag tussen zalen vol stucwerk en tuinen vol fonteinen. Wie meer tijd neemt, kan ook de Casa del Labrador en de Casa de Marinos meepakken, of overnachten in een van de historische hotels om de stad in de stille avonduren te beleven, zonder de toeristische drukte van een typische schooluitje-dag.

Informatie over Aranjuez

  • Costa
    Comunidad de Madrid
  • Bevolking
    60.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 11°C
    Lente: 20°C
    Zomer: 33°C
    Herfst: 20°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Madrid-Barajas (MAD)
  • Locatie in Spanje
    Centraal-Spanje

Achtergrond en geschiedenis van Aranjuez

De geschiedenis van Aranjuez als koninklijke plek begint in de zestiende eeuw. De omgeving van de samenvloeiing van de Tajo en de Jarama was lang een geliefd jachtgebied geweest, eerst onder de Orde van Santiago en daarna onder de Habsburgse koningen. Felipe II liet hier vanaf 1560 een buitenverblijf bouwen, met de jonge Juan Bautista de Toledo en later Juan de Herrera als architecten. Deze eerste vleugel was bescheiden van opzet, maar Felipe II liet wel direct de tuinen aanleggen die de stad voor altijd zouden bepalen: de Jardín de la Isla werd op een eiland in de Tajo getrokken, en irrigatiekanalen brachten water tot in de verste hoeken van het terrein.

Onder de Bourbon-koningen, vanaf het begin van de achttiende eeuw, kreeg Aranjuez de schaal die het nu heeft. Felipe V breidde het paleis fors uit, en na een brand in 1748 werd het complex onder Fernando VI en Carlos III voltooid in de strenge classicistische vorm die je nu ziet, met twee zijvleugels en een centrale binnenplaats. Carlos III liet bovendien de stad zelf aanleggen volgens een raster van rechte straten, met de Plaza de Parejas, de Plaza de San Antonio en de Calle de la Reina als hoofdassen. De oude stad van Aranjuez is daarmee een van de zeldzame stadsuitlegplannen uit de Spaanse Verlichting.

Aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw was Aranjuez een centrum van politieke macht. In maart 1808 vond hier de beroemde Motín de Aranjuez plaats, een volksopstand tegen Carlos IV en zijn eerste minister Manuel Godoy die uitliep op de troonsafstand van de koning ten gunste van zijn zoon Fernando VII. Het incident zette de gebeurtenissen in gang die Spanje korte tijd later in de Onafhankelijkheidsoorlog tegen Napoleon zouden storten. Sindsdien hoort de naam Aranjuez in elk Spaans geschiedenisboek thuis.

In de negentiende en twintigste eeuw verloor Aranjuez geleidelijk haar rol als residentie. De spoorlijn tussen Madrid en Aranjuez, een van de eerste van Spanje, opende in 1851 en zorgde ervoor dat de stad goed bereikbaar bleef. In 1939 schreef de blinde componist Joaquín Rodrigo zijn Concierto de Aranjuez, geïnspireerd door de tuinen, en daarmee kreeg de naam Aranjuez een tweede internationale dimensie. In 2001 erkende UNESCO het cultuurlandschap van Aranjuez als werelderfgoed, niet alleen om het paleis maar juist om de combinatie van paleis, tuinen, water en stadsontwerp. Vandaag is Aranjuez een rustige provinciestad die leeft van bestuur, landbouw en het toerisme dat haar erfgoed aantrekt.

De top 10 bezienswaardigheden in Aranjuez

Palacio Real de Aranjuez

Palacio Real de Aranjuez gezien vanaf de Tajo met de gebogen stuw

Het Palacio Real is de belangrijkste reden waarom de meeste bezoekers naar Aranjuez komen. Het paleis is opgetrokken in een lichte gele en rode steen, drie verdiepingen hoog, met een centrale binnenplaats en twee zijvleugels die naar voren steken. Zoals het er nu staat, is het grotendeels het werk van de achttiende eeuw, onder Felipe V, Fernando VI en Carlos III, op de fundamenten van het oudere Habsburgse jachtverblijf van Felipe II en Juan de Herrera. Een brand in 1748 vernielde een groot deel van de oudbouw, en wat erna verrees is het strenge classicisme dat je vanaf de Plaza de las Parejas ziet liggen.

Binnen volgt het paleis een vast bezoekparcours door de koninklijke vertrekken op de bel-etage. Hoogtepunten zijn de troonzaal, de Salón de Espejos met zijn spiegels en kroonluchters, en vooral twee zalen die uniek zijn voor Spanje: het Gabinete de Porcelana, een vertrek waarvan de wanden en het plafond compleet zijn bekleed met polychroom porselein uit de koninklijke fabriek van Buen Retiro, en het Salón Árabe oftewel het Salón de Fumar, in de tweede helft van de negentiende eeuw aangelegd in een neo-Moorse stijl die direct verwijst naar de Salón de Embajadores van het Alhambra. Verder zijn er de privévertrekken van Isabel II, met negentiende-eeuwse meubels en stoffen, en de hofkapel.

Voor wie nog meer tijd heeft, valt het Museo de la Vida en Palacio te bezoeken, met onder andere oude koetsen, jachttrofeeën en huishoudelijke voorwerpen die laten zien hoe het hof zich hier vermaakte. Het paleis wordt beheerd door Patrimonio Nacional en heeft op vaste uren gratis toegang voor EU-burgers, wat een bezoek extra laagdrempelig maakt.

Bezoekdetails: Geopend dinsdag tot zondag, gesloten op maandag. Bescheiden toegangsprijs, met vaste gratis uren op woensdag- en donderdagmiddag voor EU-burgers. Reken op anderhalf uur voor de standaardrondleiding, langer met audiogids of het Museo de la Vida en Palacio.


Jardín de la Isla

Fuente de Hércules in de Jardín de la Isla in Aranjuez, geflankeerd door mythologische beelden

De Jardín de la Isla is de oudste tuin van Aranjuez en ligt direct naast het paleis, ingeklemd tussen twee armen van de Tajo. Felipe II liet de tuin in de tweede helft van de zestiende eeuw aanleggen op een natuurlijk eiland in de rivier; het kanaal dat de tuin scheidt van het vasteland is grotendeels door mensenhanden gegraven om de illusie van een echt eiland te versterken. Het is daarmee een van de oudste renaissancetuinen van Spanje, en stilistisch een mengvorm tussen de Italiaanse renaissance, de Vlaamse manier van plantvakken en de eigen Spaanse hofstijl.

De tuin is overzichtelijk en goed gerestaureerd. Lanen met hoge platanen lopen naar binnenpleintjes met fonteinen, waarvan de Fuente de Hércules, de Fuente de Diana en de Fuente de Apolo het bekendst zijn, vrijwel allemaal mythologische programma’s uit de zestiende en zeventiende eeuw. Tussen de fonteinen liggen vakken met buxus, rozen en gazons, omsloten door taxushagen. Aan een kant ruis je voortdurend langs het water; aan de andere kant heb je uitzicht op de gevel van het paleis.

Voor liefhebbers van tuinarchitectuur is de Jardín de la Isla een schoolvoorbeeld van hoe de Habsburgers hun hofcultuur ook in groen vormgaven, en voor andere bezoekers is het gewoon een prettige plek om rond te wandelen. De tuin is gratis toegankelijk, ook voor wie het paleis overslaat.

Bezoekdetails: Gratis toegankelijk. Geopend van zonsopgang tot zonsondergang, beperkte winteruren. Reken op een uur voor een rustige wandeling. Combineert direct met een bezoek aan het paleis.


Jardín del Príncipe

Fuente de Narciso in de Jardín del Príncipe in Aranjuez met spiegelende vijver

De Jardín del Príncipe is de grootste tuin van Aranjuez en strekt zich uit over honderdvijftig hectare langs de rechteroever van de Tajo, ten oosten van het paleis. Hij werd aan het eind van de achttiende eeuw aangelegd in opdracht van de toenmalige kroonprins, de latere Carlos IV, als een meer landschappelijke tuin in de geest van de Engelse landschapsstijl. Vandaar de naam: del Príncipe, van de prins. De tuin loopt parallel aan de Calle de la Reina, een lange allee met platanen, en biedt ruimte om uren rond te dwalen.

In tegenstelling tot de strakke Jardín de la Isla is dit een tuin van wandelpaden, vijvers, kunstmatige eilandjes en bosachtige vakken. Er staat een Chinees paviljoen op een eilandje in een kanaal, een Casa del Pescador (vissershuisje) langs het water, en op meerdere plekken zijn er klassieke fonteinen en beeldengroepen verstopt. Door de breedte en lengte van de tuin is het er ook op drukke dagen rustig; ga je dieper de tuin in, dan heb je hele paden vaak voor jezelf.

Aan het oostelijk uiteinde van de Jardín del Príncipe staan twee bezienswaardigheden die een aparte bezichtiging verdienen: de Casa del Labrador, een laatachttiende-eeuws lustpaviljoen, en de Casa de Marinos, een paviljoen aan de rivier dat de koninklijke vaartuigen bewaart. Beide zijn alleen met een aparte rondleiding te bezichtigen en hebben hun eigen tickets. Wie de hele Jardín del Príncipe en deze twee gebouwen wil zien, is een hele dag bezig en doet er goed aan om vooraf een planning te maken.

Bezoekdetails: Tuin gratis toegankelijk. Geopend van zonsopgang tot zonsondergang. Reken op anderhalf tot twee uur voor een rondwandeling, een hele middag met Casa del Labrador en Casa de Marinos.


Casa del Labrador

Casa del Labrador in Aranjuez: neoklassiek lustpaviljoen van Carlos IV met smeedijzeren hekken

De Casa del Labrador staat aan het oostelijke uiteinde van de Jardín del Príncipe en is een van de minst bezochte parels van Aranjuez. De naam betekent letterlijk het boerenhuis, en die naam zal je verbazen zodra je binnen bent: dit is geen rustieke schuur, maar een rijk versierd neoklassiek lustverblijf, in opdracht van Carlos IV gebouwd in het laatste decennium van de achttiende eeuw, en voltooid rond 1803. De koning gebruikte het als pied-à-terre tijdens lange wandelingen in de tuinen.

Het exterieur is sober: een tweelaags gebouw met een lichte gevel, een kleine binnenplaats en een ingetogen tympanon. Binnen breekt de soberheid open in zalen die behoren tot het rijkste interieur van de hele Spaanse koninklijke architectuur. Wanden zijn bekleed met fijn geweven zijde, lambriseringen met ingelegd hout en hardsteen, plafonds vol grotesken in pompejaanse trant, en op meerdere plaatsen platina-ingelegde tafels en kostbare kroonluchters. De Salón de la Estatua, een aparte zaal voor één antiek beeld, en de neogotische biljartzaal zijn de pronkstukken.

Omdat de Casa del Labrador alleen met rondleiding te bezoeken is en het aantal plekken per ronde beperkt is, is reserveren op het ticket sterk aan te raden. De wandeling vanaf het paleis door de Jardín del Príncipe naar de Casa del Labrador duurt al gauw een halfuur; veel bezoekers kiezen ervoor om met de auto naar de oostelijke ingang van de tuin te rijden en daar te starten.

Bezoekdetails: Alleen met rondleiding, beperkte uren, doorgaans dinsdag tot zondag. Apart ticket. Reken op drie kwartier voor de rondleiding zelf, plus de wandeling of rit door de tuin.


Jardín del Parterre

Jardín del Parterre in Aranjuez: Franse barokparterres met geometrische buxushagen en bloemvakken

De Jardín del Parterre ligt aan de noordkant van het paleis, tussen de hoofdgevel en de Plaza de las Parejas. Hij werd in 1727 in opdracht van Felipe V ontworpen door de Franse ingenieur Etienne Marchand in een strikt geometrische Franse barokstijl, met rechte lanen, geknipte buxushagen en bloemenvakken in symmetrische patronen; de beplanting werd vanaf ongeveer 1746 uitgevoerd door de tuinman Esteban Boutelou. Het is de kleinste van de grote tuinen van Aranjuez, maar tegelijk de meest geënsceneerde: een paradeterras waar het paleis op uitkijkt.

Het pronkstuk is de Fuente de Hércules y Anteo, een grote fontein uit de negentiende eeuw met een dramatische beeldengroep van Hércules die de reus Anteo van de grond probeert te tillen. Eromheen liggen vier rechthoekige bloemvakken met seizoensbeplanting, omzoomd door lage hagen. In mei staan de rozen op hun best, in september de dahlia’s. De rechte zichtas vanaf de paleisgevel naar de fontein is een typisch voorbeeld van hoe een achttiende-eeuwse vorst zijn macht ook in groen wilde laten zien.

Voor de bezoeker is de Jardín del Parterre vooral een aangename overgang tussen het paleis en de Jardín de la Isla. Banken onder de bomen aan de rand bieden uitzicht op de gevel en op het komen en gaan van bezoekers bij de hoofdingang. De tuin is gratis toegankelijk en altijd open, en hoort bij elke wandeling rond het paleis.

Bezoekdetails: Gratis toegankelijk. Geopend van zonsopgang tot zonsondergang. Reken op een halfuur. Combineer met paleisbezoek en Jardín de la Isla.


Plaza de Parejas en Calle del Príncipe

De oude stad van Aranjuez is, anders dan veel andere Spaanse steden, geen middeleeuws gegroeid weefsel maar een geplande achttiende-eeuwse uitleg. Onder Fernando VI en vooral Carlos III werd ten zuiden en oosten van het paleis een raster van rechte straten aangelegd, met enkele monumentale pleinen en een paar lange assen die de stad doorsnijden. De Plaza de Parejas is het scharnierpunt: een groot, langgerekt plein direct ten zuiden van het paleis, waar in de achttiende eeuw ruiterspelen werden gehouden voor het hof.

Vanaf de Plaza de Parejas loopt de Calle del Príncipe rechtuit door de oude stad, geflankeerd door lage, lichte gevels in roze en geel. Het is een typische Bourbon-straat: ruim opgezet, met een doorzicht over honderden meters, en zonder de wirwar van een organisch gegroeide oude stad. Aan deze straat en de nabijgelegen Calle del Capitán liggen de meeste cafés, restaurants en kleine winkels van Aranjuez.

Wie iets van het stadsplan wil begrijpen, doet er goed aan om vanaf de Plaza de Parejas een korte wandeling door de oude stad te maken, langs de Calle del Príncipe naar de Plaza de San Antonio en weer terug langs de Calle de Stuart. Het is een stuk dat veel bezoekers overslaan ten gunste van de tuinen, maar het laat zien dat Aranjuez méér is dan paleis plus groen: het is een complete koninklijke stad.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Reken op een uur voor een rondje door de oude stad, ruimer met een terraspauze.


Iglesia de San Antonio en Plaza de San Antonio

De Plaza de San Antonio is na de Plaza de Parejas het belangrijkste plein van de geplande achttiende-eeuwse stad. Het is een langgerekt rechthoekig plein met arcaden aan twee zijden, dat door Fernando VI werd aangelegd als civiel hart van Aranjuez. Aan het oosteinde staat de Iglesia de San Antonio, de paleiskerk die het plein zijn naam geeft, en op de hoeken liggen lage paleisachtige bijgebouwen die nu in gebruik zijn als gemeentelijke instellingen en winkels.

De Iglesia de San Antonio werd in het midden van de achttiende eeuw gebouwd in opdracht van Fernando VI. Ze heeft een centrale plattegrond met een ronde koepel, en is verbonden met de bijgebouwen door arcadische galerijen, een aanleg die direct verwijst naar de Italiaanse plein- en kerktypes uit de barok. Het interieur is sober, in lichte tinten gehouden, met aan de kapellen wat vroeg-achttiende-eeuwse altaarstukken.

Op het plein zelf staan platanen, banken en een paar fonteinen; in het weekend zit het terras bij de arcaden vol. Tijdens lokale feestdagen vormt de Plaza de San Antonio het decor voor optredens en markten. Voor de bezoeker is het de tweede vaste halte na het paleis: een plek om even uit te blazen tussen twee tuinbezoeken door, en een goede maatstaf voor de schaal waarop Aranjuez ooit was opgezet.

Bezoekdetails: Plein altijd vrij toegankelijk. Kerk doorgaans rond de mistijden geopend, ochtend en late namiddag. Reken op twintig minuten tot een halfuur.


Real Casa de Marinos en Museo de Falúas Reales

De Real Casa de Marinos ligt aan de rand van de Jardín del Príncipe, vlak bij de Tajo, en is een paviljoen dat de koninklijke vaartuigen bewaart. In de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw beschikte het hof in Aranjuez over een vloot van rijk versierde sloepen en galeien om over de Tajo te varen, voor pleziertochtjes met de koninklijke familie en voor staatsbezoeken. Die boten zijn bijna allemaal bewaard gebleven en staan vandaag opgesteld in dit museum, het Museo de Falúas Reales.

Hoogtepunten zijn de Falúa van Carlos IV, een rijk vergulde sloep met snijwerk en zijden bekleding, en de gondel die Felipe V uit Napels liet komen. Verder staan er werkboten, kleinere roeisloepen en de boot waarmee Alfonso XIII begin twintigste eeuw nog over de rivier voer. Het is een verzameling die zeldzaam is in Europa: binnenvaartuigen van adel en hof zijn in de meeste landen verloren gegaan, juist omdat ze zoveel onderhoud nodig hadden.

De Casa de Marinos is een verrassing voor liefhebbers van schepen en toegepaste kunst, en werkt met kinderen vaak beter dan een paleisrondleiding: de boten zijn groot en herkenbaar. Het museum wordt beheerd door Patrimonio Nacional en valt onder hetzelfde gratis-toegang-regime voor EU-burgers als het paleis.

Bezoekdetails: Geopend dinsdag tot zondag, gesloten op maandag. Bescheiden toegangsprijs, gratis op vaste uren voor EU-burgers. Reken op drie kwartier. Goed te combineren met de Casa del Labrador en de Jardín del Príncipe.


Plaza de Toros en Museo Taurino

De Plaza de Toros van Aranjuez is een van de oudste nog werkende stierenvechtersarena’s van Spanje. Ze werd in 1797 ingewijd, en behoort tot de eerste ronde, gemetselde plaza de toros van het land; voor die tijd vonden stierengevechten meestal plaats op stadspleinen of in tijdelijke houten constructies. De arena ligt aan de zuidrand van de oude stad, op tien minuten lopen van het paleis, en is op gevechtsdagen nog steeds in gebruik tijdens de feestperiode in mei en september.

Het gebouw zelf is in een sobere classicistische stijl opgetrokken, met een dubbele galerij van arcaden rond de gehele cirkel. Buiten gevechtsuren is de arena te bezoeken via het Museo Taurino, een klein museum in de toegangsgalerijen dat de geschiedenis van het stierenvechten in Aranjuez en in heel Spanje laat zien, met affiches, vechtmaterieel, kostuums en herinneringen aan beroemde matadoren. Een rondleiding gaat ook de zandbak op, waar je je een idee kunt vormen van de afmetingen.

Wie het stierenvechten op ethische gronden afwijst, slaat het museum vanzelfsprekend over. Als monument is het gebouw wel een leerzame stop: de Plaza de Toros van Aranjuez staat aan het begin van een typologie die zich daarna over heel Spanje en Latijns-Amerika verspreidde, en is om die reden onderdeel van het UNESCO-cultuurlandschap.

Bezoekdetails: Museo Taurino geopend op een aantal vaste dagen, doorgaans woensdag tot zondag, met beperkte uren. Bescheiden toegangsprijs. Reken op een halfuur tot drie kwartier.


Tren de la Fresa

De Tren de la Fresa, letterlijk de aardbeientrein, is een historisch nostalgisch treintraject tussen Madrid en Aranjuez dat sinds 1984 in de weekenden van het voor- en najaar wordt gereden. De trein vertrekt vanaf station Madrid Príncipe Pío, soms met een oude stoomlocomotief en soms met een dieselmodel uit het midden van de twintigste eeuw, en doet anderhalf uur over de rit naar Aranjuez. De rijtuigen zijn oude houten wagons, ingericht in de stijl van de vroege twintigste eeuw.

Tijdens de rit lopen gastvrouwen in negentiende-eeuwse kostuums door de wagons met manden vol fresón de Aranjuez, de lokale aardbei waarnaar de trein is vernoemd. Bij aankomst in Aranjuez staat er een gids klaar voor een wandeling naar het paleis, en in veel pakketten zit ook de toegang tot het paleis en de Casa de Marinos. Aan het einde van de middag vertrekt de trein weer richting Madrid.

De Tren de la Fresa is geen alledaagse vorm van vervoer, maar een belevenis op zich. Het sluit goed aan op de geschiedenis van de spoorlijn Madrid-Aranjuez, een van de eerste van Spanje, geopend in 1851. Wie met kinderen reist of wie van vintage transport houdt, kan hier een hele dag mee vullen. De trein rijdt doorgaans alleen op zaterdag en zondag in het voorjaar (eind maart tot begin juni) en in het najaar (september-oktober); reserveer ruim van tevoren.

Bezoekdetails: Rijdt in de weekenden van het voorjaar (eind maart tot begin juni) en het najaar (september-oktober), met onderbreking in de zomer. Pakket met treinreis, gids en toegangen via Renfe of Patrimonio Nacional. Reken op een hele dag.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Aranjuez

Beste tijd om Aranjuez te bezoeken

April tot juni en september tot half oktober zijn de prettigste maanden. De tuinen staan dan in vol blad of in herfsttinten en de dagtemperaturen schommelen rond de twintig graden, ideaal voor lange wandelingen door de Jardín del Príncipe. Mei is bijzonder mooi: de rozen in de Jardín del Parterre bloeien dan, en in dezelfde periode rijdt de Tren de la Fresa vanuit Madrid. Juli en augustus zijn op het Castiliaanse hoogland heet en droog, vaak ruim boven de dertig graden, al biedt de schaduw van de oude platanen langs de rivier verkoeling. December tot februari is koud, vaak rond de zeven graden overdag en met kans op nachtvorst, maar het paleis is dan een rustige binnenervaring zonder de drukte van het hoogseizoen. Tijdens de feestperiode begin september, met onder andere de Motín de Aranjuez-herdenking, is het in de stad een stuk levendiger.

Vervoersopties van en naar Aranjuez

Aranjuez is uitstekend verbonden met Madrid. De Cercanías-lijn C-3 vertrekt vanaf station Atocha en doet er ongeveer drie kwartier over, met een halfuurfrequentie gedurende de hele dag; het is veruit de goedkoopste en handigste manier om vanuit de hoofdstad te reizen. De gewone middellangeafstandstrein vanaf Atocha rijdt sneller, in ongeveer een halfuur, maar is duurder en stopt minder vaak. Met de auto rijd je over de A-4 in drie kwartier vanuit het centrum van Madrid; aan de randen van Aranjuez liggen ruime, vaak gratis parkeerplaatsen. In het weekend in het voorjaar (eind maart tot begin juni) en het najaar (september-oktober) rijdt de historische Tren de la Fresa vanaf station Madrid Príncipe Pío, een ervaring op zich. In Aranjuez zelf heb je geen vervoer nodig: het station ligt op tien minuten lopen van het paleis, en de tuinen, oude stad en restaurants zijn allemaal te voet bereikbaar. Voor de Casa del Labrador en de Casa de Marinos, aan het oostelijke uiteinde van de Jardín del Príncipe, kun je een lange wandeling door de tuin maken of met de auto naar een oostelijke parking rijden.

Praktische tips

Het paleis en de musea van Patrimonio Nacional (Palacio Real, Casa del Labrador en Casa de Marinos) hebben elk hun eigen tickets en openingsuren. Plan vooraf welke je wilt bezoeken en check de gratis-toegang-uren voor EU-burgers, die per gebouw kunnen verschillen. De tuinen zijn allemaal gratis, dus ook voor wie geen paleisticket koopt is Aranjuez een lonende dag. Op maandag is het paleis gesloten; kom liever op een andere dag. Neem in de zomer voldoende water en een hoed mee, want de tuinen zijn weliswaar groen maar de zon staat hoog. Restaurants in de oude stad worden rond twee uur ’s middags druk; reserveren op zondag is geen overbodige luxe. Ga ook eens zitten op een bank langs de rivier: de geluiden van de Tajo en de fonteinen samen geven een goed gevoel waarom Joaquín Rodrigo zich hier liet inspireren tot zijn Concierto de Aranjuez.

Accommodatie in Aranjuez

De meeste reizigers doen Aranjuez als dagtrip vanuit Madrid, en dat werkt prima dankzij de frequente Cercanías-verbinding. Wie toch wil overnachten, heeft een aantal aardige opties in en rond de oude stad, op loopafstand van het paleis. Het Parador de Aranjuez is gevestigd in een gerestaureerd achttiende-eeuws palacio aan de rand van de oude stad, met klassieke kamers, een binnentuin en een restaurant met Castiliaanse keuken; het is een typische parador-ervaring in een historisch pand. Daarnaast zijn er enkele boetiekhotels in oude herenhuizen en een handvol middenklassehotels van bekende ketens aan de uitvalswegen. Voor wie ’s avonds de stad in stille uren wil beleven, zonder de drukte van dagjesmensen, heeft een overnachting in het centrum charme: de oude stad is dan rustig, de tuinen sluiten met zonsondergang, en de terrassen aan de Plaza de San Antonio lopen vol met locals. Reserveer ruim vooraf in het hoogseizoen en tijdens de feestperiode begin september.

Restaurants in Aranjuez

De lokale keuken van Aranjuez heeft een paar uitgesproken specialiteiten die je nergens anders zo vindt. Het bekendst is de fresón de Aranjuez, een grote, geurige aardbei die in mei en juni op zijn best is en in talloze gerechten en desserts opduikt, vaak met room of met een scheutje rozenwater. Daarnaast staat de stad bekend om haar espárragos de Aranjuez, asperges die op de vruchtbare grond langs de Tajo worden geteeld en al sinds de zestiende eeuw als koninklijk product gelden. Verder eet je in Aranjuez goede Castiliaanse stoofschotels, lamsvlees uit de Mancha, faisán de Aranjuez als lokale wildbereiding en zoetwatervis uit de rivier.

  • Casa José: Een van de toonaangevende restaurants van de regio, met een onderscheidende keuken op basis van groenten uit de eigen moestuin en streekproducten. Reserveren vooraf is een vereiste.
  • La Mina: Restaurant in een oude tabakszaak met gewelfde stenen plafonds en een keuken die de Castiliaanse traditie modern uitlegt.
  • Casa Pablete: Klassieke tapas-taberna in het centrum, sinds 1946, vooral bekend om bocadillos de calamares en een goede selectie regionale wijnen.
  • Casa Pablo: Familierestaurant uit 1941 met traditionele Castiliaanse keuken, populair bij locals die voor de klassiekers komen.
  • El Rana Verde: Een van de oudste restaurants van Aranjuez (1903), aan de Tajo, met een terras over het water en een kaart vol lokale specialiteiten waaronder de aardbeien met room als toetje.

Dagtrips vanuit Aranjuez

Madrid

Madrid ligt op nog geen drie kwartier met de Cercanías en is de meest voor de hand liggende uitstap, zeker voor wie in Aranjuez overnacht. De hoofdstad heeft het Prado, het Reina Sofía, de koninklijke paleizen en de drukke wijken rond de Puerta del Sol en La Latina. Een dagtrip in beide richtingen werkt prima: Aranjuez vanuit Madrid, of Madrid vanuit Aranjuez als rustigere basis.

Toledo

Toledo ligt op ongeveer vijfenveertig minuten rijden ten westen van Aranjuez en is een van de mooiste combinaties die je in deze hoek van Spanje kunt maken. De middeleeuwse stad op de heuvel boven de Tajo, met haar kathedraal, synagogen, moskee en oude joodse wijk, is het tegendeel van het strakke achttiende-eeuwse Aranjuez en juist daarom een lonende contrastdag. Met de auto het makkelijkst; met het openbaar vervoer rijd je via Madrid.

Alcalá de Henares

Alcala-De-Henares ligt aan de andere kant van Madrid en is met de Cercanías via de hoofdstad bereikbaar. De geboortestad van Cervantes heeft een UNESCO-werelderfgoedstatus om dezelfde reden als Aranjuez: een uniek stedelijk plan, in dit geval rond de oude universiteit. Voor wie de Madrid-cluster compleet wil afwerken in twee of drie dagen, is Alcalá een logische derde stop.

Chinchón

Chinchón ligt op vijfentwintig kilometer ten oosten van Aranjuez en is een van de mooiste witte dorpen van de regio Madrid. Het stadje is wereldberoemd om zijn bijna ronde Plaza Mayor, omringd door huizen met houten balkons in drie verdiepingen. Het plein doet bij gelegenheid nog dienst als arena voor stierengevechten en theater, en is verder een prettige plek om een lange Castiliaanse lunch te doen onder de luifels van een van de restaurants in de gewelfde kelders. Met de auto ben je in een halfuur in Chinchón, met het openbaar vervoer is de verbinding beperkt. Wie de regio Madrid met de auto verkent, doet er goed aan om Aranjuez en Chinchón op één dag te combineren.

Conclusie

In Aranjuez is de Spaanse achttiende eeuw nog goed te zien: een paleis met spiegelzalen en porseleinen wanden, honderden hectaren tuin, een geplande oude stad met rechte lanen en een rivier die het hele landschap groen houdt. De UNESCO-erkenning gaat dan ook niet alleen over het paleis, maar over de samenhang van paleis, tuinen, water en stadsontwerp; een cultureel landschap dat in vier eeuwen is opgebouwd en deels nog steeds in gebruik is. Voor Nederlandse reizigers is het een van de makkelijkste dagtrips vanuit Madrid: drie kwartier met de Cercanías, een wandeling vanaf het station naar het paleis, en een dag tussen geschiedenis en groen. Wie meer tijd heeft, voegt de Casa del Labrador en de Casa de Marinos toe, of overnacht in een van de historische hotels om de stad in de stille avonduren te zien. En wie ergens in de tuinen even gaat zitten en naar het water luistert, begrijpt waarschijnlijk meteen waarom Joaquín Rodrigo zijn Concierto de Aranjuez hier schreef.

Highlights Aranjuez

Aranjuez ligt op vijftig kilometer ten zuiden van Madrid en is een van de oude koninklijke verblijfplaatsen van Spanje. Het Palacio Real, de uitgestrekte tuinen langs de rivier de Taag en de geplande achttiende-eeuwse stad vormen samen een cultureel landschap dat in 2001 op de UNESCO-werelderfgoedlijst werd gezet.

Veelgestelde Vragen

April tot juni en september tot half oktober zijn de prettigste maanden. De tuinen staan dan in vol blad of in herfsttinten, en de dagtemperaturen schommelen rond de twintig graden. Mei is bijzonder mooi: de rozen in de Jardín del Parterre bloeien dan, en in dezelfde periode begint het seizoen van de Tren de la Fresa vanuit Madrid. Juli en augustus zijn op het Castiliaanse hoogland heet en droog, vaak ruim boven de dertig graden, al biedt de schaduw van de oude platanen langs de rivier verkoeling. December tot februari is koud, vaak rond de zeven graden overdag, met kans op nachtvorst, maar het paleis is dan een rustige binnenervaring.
Met de Cercanías, de forenzentrein van Madrid, ben je het snelst en goedkoopst. Lijn C-3 rijdt vanaf Atocha en doet er ongeveer drie kwartier over, met een halfuurfrequentie. Een gewone middellangeafstandstrein vanaf Atocha gaat sneller, in ongeveer een halfuur. In het weekend in het voorjaar (eind maart tot begin juni) en in het najaar (september-oktober) rijdt de historische Tren de la Fresa vanaf station Madrid Príncipe Pío naar Aranjuez, een nostalgisch ritje met een stoom- of dieseltractie en in oude rijtuigen, waarbij gastvrouwen in negentiende-eeuws kostuum aardbeien uitdelen. Met de auto ben je over de A-4 in drie kwartier in Aranjuez. Het treinstation ligt op tien minuten lopen van het paleis.
Een dag is voldoende voor de hoogtepunten. In ongeveer zes uur loop je door het paleis, de Jardín de la Isla, de Jardín del Parterre en een stuk van de Jardín del Príncipe, met onderweg een lunch in de oude stad. Wil je ook de Casa del Labrador en de Casa de Marinos bezichtigen, dan heb je een ruime dag of een overnachting nodig, want die liggen aan het uiteinde van de Jardín del Príncipe en eisen samen al een paar uur. De meeste reizigers doen Aranjuez als dagtrip vanuit Madrid; dankzij de frequente Cercanías-verbinding werkt dat prima.
Ja, Aranjuez werkt goed met kinderen. De tuinen zijn uitgestrekt en grotendeels vlak, met fonteinen, oude bomen, paadjes langs de rivier en open ruimtes om vrij rond te lopen. Het paleis zelf is overzichtelijk en met een audiogids snel te bevatten. De Casa de Marinos met de oude koninklijke vaartuigen spreekt jonge kinderen vaak meer aan dan zalen vol schilderijen. De Tren de la Fresa, met aardbeien en gastvrouwen in historische kostuums, is een dagje uit op zich. In de zomer is schaduw te vinden onder de platanen langs de Tajo; neem wel water en een hoed mee.
Het Concierto de Aranjuez is een compositie voor klassieke gitaar en orkest van Joaquín Rodrigo, geschreven in 1939 en voor het eerst uitgevoerd in 1940. Rodrigo liet zich inspireren door de tuinen en het paleis van Aranjuez, en vooral het adagio, het langzame middendeel, geldt als een van de bekendste klassieke composities uit de twintigste eeuw. Het stuk maakte de naam Aranjuez internationaal bekend, ook bij mensen die de stad zelf nooit hebben bezocht. Wie door de Jardín del Príncipe wandelt en in de verte een fontein hoort, begrijpt waarom Rodrigo juist deze plek koos. In de tuinen vinden in de zomer geregeld concerten plaats waar het stuk wordt uitgevoerd.
Het paleis valt onder Patrimonio Nacional en heeft een bescheiden toegangsprijs van ongeveer negen euro voor de standaardrondleiding. Op een aantal vaste uren per week (doorgaans woensdag- en donderdagmiddag voor EU-burgers) is de toegang gratis; check vooraf de actuele uren op de site van Patrimonio Nacional. Audiogids is tegen meerprijs te huur. De Casa del Labrador en de Casa de Marinos hebben eigen tickets en zijn alleen met rondleiding te bezoeken. De tuinen Jardín de la Isla, Jardín del Parterre en Jardín del Príncipe zijn allemaal gratis toegankelijk, ook voor wie het paleis overslaat. Kinderen tot vijf jaar en houders van een Carné Joven krijgen korting of vrije toegang.
Ja, Aranjuez is een goede bestemming voor wie met de auto komt. Aan de randen van het centrum en bij de tuinen liggen ruime parkeerplaatsen, vaak gratis of tegen een laag uurtarief. Bij de hoofdingang van het paleis en langs de Calle de la Reina, de allee die naar de Jardín del Príncipe leidt, vind je doorgaans plek. In het hart van de oude stad geldt op een aantal straten betaald parkeren met blauwe lijnen; in het weekend is dat vaak gratis. Wie de Tren de la Fresa of de Cercanías neemt, hoeft zich om parkeren niet te bekommeren, en die optie is voor een dagtrip vanuit Madrid meestal de praktischste.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.