Vakantiebestemmingen aan de Costa Verde
De Costa Verde beslaat de volledige kustlijn van Asturië, de regio tussen Cantabrië in het oosten en Galicië in het westen. Ruim 300 kilometer kust waar dichtbeboste bergen aflopen naar de Cantabrische Zee. Wie hier aankomt na een rondrit door Andalusië of Catalonië, denkt soms even dat hij in het verkeerde land is beland. Geen droge vlakten, geen olijfgaarden, maar weiden vol koeien en een lucht die op een doordeweekse dag in mei net zo grijs kan zijn als in Limburg. Dat is precies de charme.
Karakter en landschap
Het landschap van de Costa Verde wordt bepaald door de korte afstand tussen bergen en zee. Het Nationaal Park Picos de Europa, met pieken tot boven de 2.600 meter, ligt op sommige plaatsen amper 30 kilometer van het strand. ’s Ochtends wandel je door een alpien berglandschap, ’s middags zwem je in de oceaan. De kustlijn zelf is afwisselend: brede zandstranden naast verborgen baaien onder hoge kliffen. Playa del Silencio, een amfitheater van donkere rotsen rond een smalle strook grind, hoort bij de mooiste stranden van het land. Nog merkwaardiger is Playa de Gulpiyuri bij Llanes. Dit minuscule strandje ligt volledig landinwaarts, op een paar honderd meter van de zee, gevoed door zeewater dat ondergronds door het karstgesteente sijpelt. Geologisch een curiositeit, in de praktijk vooral een grappige plek om op een handdoek te liggen terwijl er in de verte koeien grazen.
Het binnenland is doorsneden met riviervalleien waar dorpen hun traditionele hórreos (graanschuren op stenen poten) hebben bewaard. De meren van Covadonga, op ruim 1.000 meter hoogte in de Picos, vormen een van de bekendste plekken van Noord-Spanje. Twee ijskoude bergmeren, omringd door kale toppen. Cangas de Onís, het stadje aan de voet van de bergen, was kortstondig de hoofdstad van het christelijke koninkrijk dat in 722 de Reconquista begon. Voor Spanjaarden is dit historische grond.
Vissersplaatsen en kuststeden
De Costa Verde heeft geen grote badplaatsen, en dat is een groot deel van de aantrekkingskracht. Cudillero is misschien wel het bekendste voorbeeld: een vissersdorp dat in een steile kloof tegen de rotsen aan is geplakt, met pastelkleurige huizen rond een minuscule haven. Op zomeravonden wordt het hier druk, maar buiten het seizoen is het ronduit slaperig. Llanes verderop heeft een aardige oude kern en een haven die in de jaren tachtig door kunstenaar Agustín Ibarrola is beschilderd met grote blauwe en gele kubussen, de Cubos de la Memoria. Het werkt verrassend goed.
Oviedo, de regionale hoofdstad, ligt niet aan zee maar wel binnen een halfuur rijden ervan. De oude stad is rustig en goed bewaard, en de sidrerías in de Calle Gascona staan ’s avonds tot laat open. Gijón, de grootste stad van Asturië, is industrieel van karakter maar heeft een prima stadsstrand en een levendig uitgaansleven.
Klimaat en beste reistijd
De Costa Verde heeft een oceanisch klimaat met milde temperaturen het hele jaar door. In de zomer komt het kwik zelden boven de 25 graden, wat deze kust ideaal maakt als de rest van Spanje boven de 35 zit. Regen hoort erbij. Het is de reden dat alles zo groen blijft. De natste maanden zijn november tot en met februari. Juli en augustus zijn het droogst, al kan een bui altijd opduiken, ook midden in augustus. Het voorjaar (mei en juni) is uitstekend voor wandelaars, met de bergen op hun groenst en aangename temperaturen. September biedt vaak stabiel weer en minder drukte. Pak in elk seizoen een regenjas in, hoeveel zon de weersapp ook belooft.
Bezienswaardigheden en activiteiten
Diep in de kalksteengrotten van Tito Bustillo, bij Ribadesella, zijn rotstekeningen bewaard gebleven van meer dan 15.000 jaar oud. De grotten zijn beperkt toegankelijk om de schilderingen te beschermen, dus reserveren is verplicht en kaartjes raken in de zomer snel uitverkocht. Boven de grond volgt de noordelijke variant van de Camino de Santiago de kust, langs kliffen en eucalyptusbossen. Een aanrader, ook als korte etappe van twee of drie dagen.
Het Nationaal Park Picos de Europa biedt honderden kilometers aan wandelroutes. Voor wie het rustig aan doet zijn de paden rond de Covadonga-meren prima te lopen. Voor de fanatieke bergwandelaars is er de tocht naar de Naranjo de Bulnes, een 519 meter hoge kalksteenpiek die voor klimmers iconisch is. De Ruta del Cares, een pad dat in de rotswand boven een diepe kloof is uitgehakt, is de bekendste wandeling van het park. Ruim twaalf kilometer enkele reis, vrijwel vlak, maar wel met steile afgronden naast het pad.
Surfers vinden goede golven bij Salinas, Rodiles en Tapia de Casariego. De Cantabrische Zee levert consistente swell op, en buiten de zomer is het in het water een stuk rustiger dan aan de populaire surfstranden van de Baskische kust. Tapia organiseert in april een internationale longboardwedstrijd die al sinds de jaren tachtig wordt gehouden.
Eten en drinken
De Asturische keuken is stevig. Fabada asturiana, een bonenstoofpot met chorizo en morcilla, is het regiogerecht bij uitstek. Niet iets om voor een lange wandeling te eten, eerder erna. Cachopo, een dubbele kalfslap gevuld met serranoham en queso de afuega’l pitu (een lokale kaas), is een maaltijd op zich. Bij alles hoort sidra, de Asturische cider, die droger en zuurder is dan de Engelse of Bretonse variant. De ober houdt de fles boven zijn hoofd en giet een slok in het glas dat hij ergens ter hoogte van zijn knie houdt. Door de val ontstaat schuim dat de smaak losmaakt. Je drinkt zo’n culín direct in één teug, voor het schuim weer inzakt. In de sidrería’s van Oviedo en Gijón is dit dagelijkse kost.
Conclusie
De Costa Verde blijft een van de minst toeristische kuststreken van Spanje, en dat is precies waarom het de moeite waard is. Wie het zonzeker strandformat zoekt, kan beter naar de Costa Blanca. Wie van wandelen houdt, van eten dat smaakt, en van een dorpje waar de visser nog gewoon vis komt verkopen, vindt hier iets wat aan de Spaanse middellandse-zeekust nauwelijks nog bestaat.
Onze stadsgidsen aan deze kust
Voor de volgende steden aan de Costa Verde hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.
Gijón
Gijón is de grootste stad van Asturië, met een oude vissersbuurt Cimavilla op een schiereiland, een breed stadsstrand Playa de San Lorenzo en Romeinse baden onder een glazen dak in het hart van het centrum. Daarbij sidrerías op de Calle de la Estrella en de monumentale Universidad Laboral aan de rand van de stad.