Vakantiebestemmingen aan de Costa Vasca

De Costa Vasca loopt langs de Cantabrische Zee van de havens rond Bilbao tot voorbij Hondarribia, waar de Bidasoa de grens met Frankrijk vormt. Dit is geen kust waar je komt voor gegarandeerde zon. Je komt voor pintxos, voor surf op Atlantische golven, voor een taal (Euskara) die nergens anders ter wereld gesproken wordt en die zelfs taalkundigen niet aan een familie weten te koppelen. De tweetalige bordjes langs de weg zijn het eerste teken dat je in een regio bent met een eigen volkslied, een eigen sport (pelota) en een eigen idee van wat eten hoort te zijn.

Karakter en landschap

Geologisch is dit een van de interessantste stukken kust van het Iberisch schiereiland. Bij Zumaia liggen de flysch-formaties: sedimentlagen die door botsingen van platen schuin omhoog zijn gedrukt en als een opengeklapt boek in zee verdwijnen. Wandel je over het pad tussen Zumaia en Deba, dan loop je dwars door zo’n 60 miljoen jaar geschiedenis, inclusief de K-Pg-grens waar de dino’s uitstierven. Paleontologen uit de hele wereld komen er steentjes kloppen.

Verder is de kustlijn vooral steil. Klippen, smalle riviermondingen, en in die mondingen de vissersplaatsjes: Lekeitio, Ondarroa, Getaria (geboorteplaats van Balenciaga en van een van de eerste rondzeilers, Juan Sebastián Elcano), Zarautz. De stranden liggen ingeklemd tussen rotsen en zijn dus klein, soms verdwijnen ze bij vloed bijna helemaal. Direct achter de kustlijn begint het groene binnenland van Baskenland, met de typische baserriak (witgepleisterde boerderijen met rode of groene balken) verspreid over de heuvels.

San Juan de Gaztelugatxe steekt eruit, letterlijk: een rots in zee, verbonden met het vasteland via een smalle stenen brug en 241 traptreden naar boven. Bovenop een kluizenaarskapel uit de tiende eeuw. Sinds Game of Thrones er Dragonstone van maakte staat er in het hoogseizoen een wachtrij, en moet je vooraf een (gratis) tijdslot reserveren. Wie de drukte wil ontlopen, gaat vroeg in de ochtend of buiten het seizoen.

Klimaat en beste reistijd

Het klimaat is oceanisch, en dat woord verdient een waarschuwing. Het regent hier in alle seizoenen, gemiddeld zo’n 1.200 mm per jaar. Spaanse vrienden noemen Baskenland niet voor niets “het groene noorden”. Zomers zijn aangenaam: 22 tot 25 graden overdag, watertemperatuur tussen 18 en 21 graden. Echte hittegolven zoals in Andalusië komen zelden voor, al schuift dat de laatste jaren wat op. Winters zijn zacht maar nat, met dagtemperaturen rond 10 tot 12 graden.

Juni en september zijn wat mij betreft de beste maanden: warm genoeg voor strand en terras, terrasjes niet overvol, en de kans op een paar droge dagen achter elkaar is dan het grootst. Juli en augustus zijn drukker (vooral in San Sebastián tijdens de Semana Grande in augustus), maar wel feestelijk. In oktober en november kan het strak doorregenen, maar dat is ook hét seizoen voor de zware buisgolven bij Mundaka.

Bezienswaardigheden en activiteiten

Eten is hier geen bijzaak. San-Sebastian Bezienswaardigheden heeft drie restaurants met drie Michelinsterren (Arzak, Akelarre, Mugaritz) binnen een paar kilometer van elkaar. Maar de echte ziel van de Baskische keuken zit niet aan witte tafelkleden, die zit op de toog van een pintxosbar. Je loopt binnen, prikt zelf wat lekkers van een houten plank, bestelt een glas txakoli (lichte, licht mousserende lokale witte wijn, vanuit een meter hoogte in het glas geschonken) en rekent op vertrouwen af. Drie pintxos, twee glaasjes, twintig minuten, door naar de volgende bar. Bilbao Bezienswaardigheden doet inmiddels niet meer onder, vooral in de Casco Viejo en rond de Mercado de la Ribera.

Surfen is de tweede grote trekker. Mundaka, aan de monding van de ría de Urdaibai, heeft een linkerreefbreak die bij de juiste swell golven van meer dan 200 meter lengte produceert. Profs vliegen ervoor in. Voor wie zelf wil leren is Zarautz veel geschikter: een breed stadsstrand met betrouwbare witte golven en een rij surfscholen langs de boulevard. Het Biosfeerreservaat van Urdaibai rond Mundaka is bovendien een belangrijk wetland, prima voor een dagje kajakken of vogels spotten, met ooievaars, lepelaars en in de trek heel wat zeldzaams.

Lopen kan langs de hele kust. De GR-121 (Talaia Bidea) volgt grote stukken van de Costa Vasca, maar de klassieker is de wandeling van Pasaia naar San Sebastián over Monte Ulia: een uur of drie, vier stevig klimmen en dalen, met onderweg de oude vuurtoren van Plata en aan het eind het uitzicht op La Concha waar je dat eerste glas cidre dubbel en dwars verdiend hebt.

De Costa Vasca is geen vakantie als je per se zon en zekerheid wilt. Het is een vakantie waar je terugkomt met een notitieboekje vol restaurantadressen, zoute haren en het idee dat regen op een terras eigenlijk best gezellig is.

Onze stadsgidsen aan deze kust

Voor de volgende steden aan de Costa Vasca hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.

San Sebastian

San Sebastián aan de Baskische kust staat bekend om La Concha-strand, de pintxos-bars in de Parte Vieja en het filmfestival in september. Vanaf Monte Igueldo kijk je over de hele baai.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.