Vakantiebestemmingen aan de Costa Blanca
De Costa Blanca beslaat de hele kustlijn van de provincie Alicante, van Dénia in het noorden tot Pilar de la Horadada aan de grens met Murcia. De naam ‘witte kust’ slaat op de lichtgekleurde stranden en op de witte kalksteen die op veel plekken tot aan de waterlijn doorloopt. Met ruim 200 kilometer kust en meer dan 300 dagen zon per jaar is dit een van de drukst bezochte regio’s van Spanje. De contrasten vallen meteen op: de wolkenkrabbers van Benidorm liggen twintig minuten rijden van de betegelde koepels en smalle straatjes van Altea, en zodra je het asfalt langs de kust verlaat, beland je in een bergachtig binnenland met diepe valleien en oude dorpen.
Karakter en landschap
De geografie van de Costa Blanca komt voort uit de wisselwerking tussen kust en gebergte. De Bétische bergketens lopen hier dwars op de kust, waardoor stranden, baaien en rotskust elkaar voortdurend afwisselen. Het bekendste voorbeeld is de Peñón de Ifach bij Calpe, een kalksteenrots van 332 meter die recht uit zee omhoogkomt. Via een beklimbare route bereik je de top, met uitzicht over een groot deel van de kust.
Het noordelijke stuk, de Marina Alta, is ruwer en minder volgebouwd. Tussen de hoge kliffen liggen kleine calas waar je vaak alleen via een steil pad komt. Het Montgó-massief boven Dénia herbergt zeldzame orchideeën en roofvogels. Het zuiden is vlakker en droger, met lange zandstranden en de zoutmeren van Torrevieja. Die lagunes kleuren roze door de microalg Dunaliella salina, vooral ’s zomers als de zoutconcentratie hoog oploopt.
Het achterland is bergachtiger dan veel reizigers verwachten. Het dal van Guadalest, op nog geen dertig kilometer van de kust, trekt jaarlijks zo’n twee miljoen bezoekers: een middeleeuwse burcht balanceert er op een smalle rotspunt boven een turquoise stuwmeer. Wie verder landinwaarts rijdt, komt langs kersenboomgaarden en amandelvelden, en door dorpen die nauwelijks meer dan een handvol inwoners tellen.
Klimaat en beste reistijd
De Costa Blanca heeft een semi-aride mediterraan klimaat, een van de droogste van Europa. In juli en augustus komt de temperatuur regelmatig op 33 tot 35°C, met een zeewater van 25 tot 27°C. De winters zijn opvallend mild. In januari haalt het overdag rond de 17°C en vorst is aan de kust vrijwel onbekend. Dat verklaart ook waarom hier zoveel Noord-Europese overwinteraars zijn neergestreken, vooral rond Torrevieja en Dénia.
Het strandseizoen loopt van mei tot en met oktober, met de piek in juli en augustus. Het voorjaar levert bloeiende amandelbomen op en prettige temperaturen voor wie wil wandelen in de bergen. Het najaar is wat mij betreft de fijnste periode: de hitte is eruit, de zee is nog warm en de meeste hotels zitten niet meer vol. Regenval komt in korte, soms heftige buien (de gota fría) in september en oktober, maar het aantal regendagen per jaar blijft laag.
Bezienswaardigheden en activiteiten
Het eiland Tabarca, een korte boottocht vanuit Santa Pola, is het enige bewoonde eiland van de Valenciaanse Gemeenschap. Het mariene reservaat eromheen is beschermd, het water is helder en geschikt om te snorkelen. Het dorpje zelf telt maar een handjevol vaste bewoners en heeft een ommuurde oude kern uit de achttiende eeuw, met een paar visrestaurants rond de haven.
De beklimming van de Peñón de Ifach kost ongeveer anderhalf uur omhoog en gaat door een korte tunnel en over een paar lastige stukken rots (stevige schoenen zijn echt nodig). Boven kijk je over de hele baai van Calpe en bij helder weer tot aan de kaap van Santa Pola en voorbij Dénia. In het voorjaar broeden hier Eleonora’s valken, een zeldzame roofvogel die pas laat in het seizoen eieren legt.
De zoutmeren van Torrevieja zijn naast roze ook groen aan de andere kant van de N-332. De zoutwinning gaat hier eeuwen terug en de modder uit de lagunes staat lokaal bekend om vermeende therapeutische eigenschappen. Vogelaars komen voor de flamingo’s en steltkluiten die er broeden.
De Costa Blanca staat bij veel Nederlanders gelijk aan Benidorm, maar dat dekt de lading niet. Tussen de roze meren in het zuiden en de calas in de Marina Alta zit een kust die per kaap van karakter verandert, met een binnenland dat zelden in de reisgidsen staat.
Onze stadsgidsen aan deze kust
Voor de volgende steden aan de Costa Blanca hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.
Dénia
Dénia, aan de voet van de Montgó, heeft een Moors kasteel met uitzicht over twee kusten, een werkende vissershaven, UNESCO-status voor gastronomie en een rustige rotskust waar je nog goed kunt snorkelen.
Calpe
Calpe ligt aan de Costa Blanca rond de Peñón de Ifach, een rots van 332 meter. Stranden, Romeinse visvijvers en zoutmeren met flamingo's liggen op loopafstand.
Santa Pola
Santa Pola ligt aan de Costa Blanca en staat bekend om zijn stranden, het kasteel-fort, de zoutpannen met flamingo's en de veerboten naar Tabarca. Een vissersplaats die nog steeds vist.
Altea
Altea ligt aan de Costa Blanca tussen Benidorm en Calpe en staat bekend om de witte huisjes, steile straatjes en de blauwe koepel van de kerk hoog in het oude centrum. Het dorp telt veel galerieën en ateliers, en de kustlijn bestaat uit rustige kiezelstranden.
Benidorm
Benidorm aan de Costa Blanca heeft de hoogste wolkenkrabberdichtheid van Europa na Monaco, twee brede stranden met Blauwe Vlag en een verrassend authentiek oud centrum tussen Playa de Levante en Playa de Poniente.
Torrevieja
Torrevieja aan de Costa Blanca Zuid is bekend om zijn twee zoutmeren, waarvan er één roze kleurt door zoutminnende micro-organismen. Daarnaast stranden, een grote vrijdagmarkt en goede busverbindingen met Alicante.