De Camino Francés
De Camino Francés in 33 etappes, van de Pyreneeën via de Meseta naar Santiago. Wat elk stuk van je vraagt, waar je slaapt en wanneer je vertrekt.

De Camino Francés is de route die mensen bedoelen als ze zeggen dat ze de Camino lopen. Van Saint-Jean-Pied-de-Port, aan de Franse kant van de Pyreneeën, naar Santiago de Compostela in 33 etappes. Over de afstand zijn de bronnen het onderling niet eens, je komt cijfers tegen tussen 764 en 790 kilometer.
In 2025 haalden 242.031 mensen hun Compostela na deze route, ruim 45 procent van de 530.730 pelgrims die dat jaar in Santiago aankwamen. Dat aandeel loopt wel terug. In 2022 zat het nog rond de 51 procent. Dat komt vooral doordat de Camino Portugués sneller groeit. Ook na die daling loopt bijna de helft van alle pelgrims deze route.
Deze pagina gaat ervan uit dat je die keuze al gemaakt hebt. Twijfel je nog tussen deze en de vijf andere routes naar Santiago, kijk daar dan eerst. Hieronder staat wat de Francés zelf van je vraagt, stuk voor stuk, plus de twee beslissingen die je vooraf moet nemen.
Hoeveel tijd en geld het kost
Loop je vlot door, dus twintig tot vijfentwintig kilometer per dag, en neem je geen rustdagen, dan sta je na ongeveer dertig tot eenendertig dagen in Santiago. Gun je jezelf onderweg een paar dagen niets, dan wordt het drieëndertig tot vijfendertig. Vier tot zes weken is de marge waar je in de praktijk mee plant, want een blaar, een griepje of een dag stortregen kost je net zo goed tijd.
Aan geld ben je op een sober programma dertig tot vijftig euro per dag kwijt, dus een bed in een albergue en een pelgrimsmenu van twaalf tot achttien euro. Wil je vaker een eigen kamer en gewoon uit eten, dan loopt dat op naar zeventig tot negentig euro. Over vijf weken komt de sobere variant daarmee ergens tussen de 1.000 en 1.750 euro uit, nog zonder je vliegtickets.
Wie die eerste bergdag liever overslaat, begint in Roncesvalles in plaats van Saint-Jean. Dat scheelt de etappe van 23,4 kilometer over de Pyreneeën, dus ruim twintig kilometer en ongeveer een dag op het totaal.
De route in zes blokken
Drieëndertig etappes op een rij zeggen weinig. Wat je wel kunt onthouden zijn de zes stukken waar de route uit bestaat, elk met zijn eigen landschap en zijn eigen probleem.
De Pyreneeën, Saint-Jean-Pied-de-Port naar Pamplona
Drie etappes, samen ruim 65 kilometer, en de eerste is meteen de zwaarste dag van de hele onderneming. Van Saint-Jean-Pied-de-Port op ongeveer 170 meter loop je 23,4 kilometer naar Roncesvalles op zo’n 950 meter, met daartussen een flinke berg.
Er zijn twee manieren overheen. De Route Napoléon is de hoge variant, via Orisson en de Collado Lepoeder op 1.429 meter, in gidsen vaak afgerond naar 1.430, met onderweg de Col de Bentartea op 1.337 meter. Dat is ruim 1.260 meter klimmen vanaf het dorp, gevolgd door een stevige afdaling. De Valcarlos-route is de lage variant, vlakker en grotendeels parallel aan de N-135.
Lees dit stuk goed, want hier gaat het mis. Van 1 november tot en met 31 maart is de Route Napoléon gesloten en is Valcarlos verplicht. Dat is geen advies maar een besluit van de autoriteiten van Navarra en de Pyrénées-Atlantiques samen, sinds ongeveer 2015 van kracht, genomen nadat onervaren en slecht uitgeruste pelgrims in het winterweer dodelijke ongelukken kregen en de reddingsdiensten er keer op keer op af moesten. Ook in april en in oktober kan er nog sneeuw op de hoge route liggen. Buiten de zomer is de weersverwachting op de ochtend van vertrek dus geen formaliteit.
Ben je erover, dan wordt het rustiger. Via Zubiri loop je in twee etappes naar Pamplona, de eerste echte stad van de route.
Navarra en La Rioja, Pamplona naar Burgos
Negen etappes en ruim 215 kilometer, het deel waarin de meeste mensen hun ritme te pakken krijgen. Van Pamplona over Puente la Reina en Estella naar Los Arcos, dan de wijnvelden in, richting Logroño, Nájera en Santo Domingo de la Calzada, en ten slotte via Belorado en San Juan de Ortega naar Burgos.

Twee dagen springen eruit in lengte. Los Arcos naar Logroño is 27,6 kilometer, Logroño naar Nájera 28,5. Geen bergetappes, maar na een week lopen tellen ze wel aan. De plaatsen liggen hier kort op elkaar, dus je kunt zo’n dag ook in tweeën knippen.
De Meseta, Burgos naar León
Acht etappes en bijna 180 kilometer over de Castiliaanse hoogvlakte, tussen de 700 en 900 meter hoogte. Vlak en agrarisch, met kilometers achtereen geen boom. Via Hornillos del Camino, Castrojeriz, Frómista en Carrión de los Condes werk je naar León toe.

Dit is het stuk dat mensen overslaan, en dat gebeurt vaak genoeg om er vooraf een besluit van te maken in plaats van halverwege een opwelling. Het argument ertegen is de hitte. In juli en augustus is er geen schaduw en geen verkoeling, en het gebrek aan afwisseling gaat er bovenop zitten. Overslaan doe je met de trein of de bus van Burgos naar León, iets meer dan een uur met Renfe en iets minder dan twee uur met ALSA, al wisselen die dienstregelingen per seizoen.
Het argument ervoor is rekenkundig. Je haalt er acht van de drieëndertig etappes uit, bijna een kwart van de kilometers, en juist het kwart waarin lopen ophoudt een prestatie te zijn en gewoon je dagindeling wordt. Loop je in mei, juni of september, dan valt de belangrijkste reden om over te slaan trouwens weg.
Het Bierzo, León naar O Cebreiro
Zes etappes en een kleine 152 kilometer, waarin het landschap opnieuw kantelt. Via San Martín del Camino kom je in Astorga, daarna klim je het bergland in en zak je af naar Ponferrada en Villafranca del Bierzo.
Vanaf Villafranca is het 27,8 kilometer naar O Cebreiro, met in totaal 845 meter hoogtewinst. Het echte werk zit in een kort stuk daarvan. Tussen Las Herrerías en Laguna de Castilla klim je 480 meter over 5,7 kilometer. Dat is steil genoeg om je dagplanning om te gooien, dus ga er niet van uit dat je hier vroeg binnen bent. O Cebreiro zelf ligt rond de 1.300 meter, sommige bronnen houden het op 1.330. Na de Pyreneeën is dit de klim die je het meest voelt.

Galicië in, O Cebreiro naar Sarria
Twee etappes en nog geen 40 kilometer, het kortste blok van de route. Via Triacastela daal je af naar Sarria. Het is vooral een overgang, en die merk je aan het aantal mensen om je heen.
De laatste honderd kilometer, Sarria naar Santiago
Vijf etappes en 114,2 kilometer, over Portomarín, Palas de Rei en Arzúa naar O Pedrouzo en dan Santiago de Compostela. Bij Melide komt de Camino Primitivo erbij.
Hier verandert de route van karakter, en de cijfers laten zien hoe hard. Van de 242.031 mensen die in 2025 de Camino Francés voltooiden, begonnen er 161.948 in Sarria, ruim tweederde. Op deze vijf dagen lopen er dus ongeveer drie keer zoveel pelgrims als op de etappes ervoor, en dat zijn bovendien mensen die fris zijn en op andere tijden vertrekken dan jij na vier weken gewend bent.
Je merkt het vooral aan de bedden. In juli en augustus, in de week voor Pasen en in bruggenweekenden lopen de albergues rond Sarria snel vol, en verderop in Palas de Rei en Arzúa zijn kamers weken van tevoren weg. De langste dag van de hele week zit hier ook nog, want Palas de Rei naar Arzúa is 28,5 kilometer.
Waar je slaapt op deze route
Albergues komen in drie soorten. Je hebt de publieke, van de gemeente of in Galicië van de Xunta, je hebt de parochiale van de kerk, die vaak op donatiebasis werken, en je hebt de privé-albergues.
Op het Galicische deel, dus vanaf O Cebreiro, kost een publieke albergue van de Xunta tien euro per nacht. Reserveren kan er niet. De Xunta zette in 2020 een online reserveringsplatform op en heeft dat op 7 juli 2024 weer uitgeschakeld. Sindsdien gaat het weer op volgorde van binnenkomst, deuren open om 13.00 uur, met voorrang voor pelgrims met een functiebeperking, daarna wandelaars, dan pelgrims te paard en tot slot fietsers. In september 2024 lag er alweer een voorstel om in juli en augustus toch te kunnen boeken, dus kijk vlak voor vertrek hoe het er dan voor staat.
Privé-albergues vragen tien tot twintig euro, in juli en augustus soms dertig tot vijfendertig. Daar kun je wel reserveren, en op het laatste stuk vanaf Sarria is dat in het hoogseizoen geen luxe.
Wil je niet met je volle rugzak lopen, dan brengen Jacotrans en Correos hem van etappe naar etappe, tot vijftien kilo, voor zo’n vijf tot zes euro per keer. Op de Camino Francés rijden die diensten het hele jaar door, vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port en Roncesvalles. Over drieëndertig etappes praat je dan wel over ruim honderdvijftig tot bijna tweehonderd euro extra.
Wanneer je vertrekt
Mei, juni en september komen er het beste uit zodra je weer en drukte tegen elkaar afweegt. Juli en augustus zijn de drukste maanden en tegelijk de maanden waarin de Meseta het zwaarst is. September is ook druk, maar in oktober lopen de temperaturen en de aantallen allebei terug.
De Pyreneeën bepalen de onderkant van je kalender. Van 1 november tot en met 31 maart mag je de Route Napoléon niet lopen en ga je verplicht over Valcarlos. Een winterse Camino Francés vanaf Saint-Jean is daarmee niet onmogelijk, wel een andere onderneming dan wat je op foto’s ziet. In april en oktober kan er op de hoge route nog sneeuw liggen, dus die twee maanden vragen om een weerbericht en een plan B. Buiten het seizoen sluit bovendien een deel van de kleinere albergues in de bergdorpen. Hoeveel en welke wordt nergens compleet bijgehouden, dus reken in de bergen op een dunner aanbod.
Heen en terug vanuit Nederland
Het startpunt ligt in Frankrijk, en dat maakt de heenreis omslachtiger dan bij de meeste andere Camino-routes. De kortste weg is een vlucht op Biarritz. KLM vliegt daar sinds april 2025 in het seizoen op vanaf Amsterdam. In de rustige maanden is dat twee keer per week, op zaterdag en zondag, en in de zomerpiek van eind juni tot eind augustus dagelijks. De vlucht duurt ongeveer 1 uur en 55 minuten. Dat schema wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, dus controleer het bij KLM voordat je je etappes vastlegt.
Vanaf Biarritz reis je door naar Bayonne en daar stap je op de TER-lijn 54 naar Saint-Jean-Pied-de-Port, ongeveer een uur, met een handvol treinen per dag. Kijk de dienstregeling van de dag zelf na, want die verschilt per periode. Pamplona heeft wel een eigen vliegveld, maar met alleen binnenlandse verbindingen, dus daar kom je vanuit Nederland niet rechtstreeks. Begin je in Roncesvalles, dan reis je dat laatste stuk over land.
Terug is eenvoudiger. KLM opende op 30 mei 2026 een seizoensverbinding van Amsterdam naar Santiago de Compostela. In dat eerste seizoen vloog die in de weekenden van 30 mei tot en met 3 juli en van 31 augustus tot en met 24 oktober, en dagelijks van 4 juli tot en met 30 augustus. De heenvlucht vertrok om 13.45 uur en landde om 16.10 uur, terug was dat 16.40 en 19.05 uur. Val je buiten het seizoen, dan vlieg je met een overstap.
Veelgestelde vragen over de Camino Francés
Beeldverantwoording
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.
- Marathoni62 (CC BY-SA 3.0) —
- jacilluch (CC BY-SA 2.0) —
- aherrero (CC BY 2.0) —
- Bjørn Christian Tørrissen (CC BY-SA 3.0) —