Zes routes

De Camino de Santiago

De zes grote Camino-routes naar Santiago vergeleken op afstand, etappes en kilometers per dag, met de steden onderweg, de credencial en wat het kost.

Header afbeelding bij de gids De Camino de Santiago

Er is niet één Camino de Santiago. Alle routes komen uit bij de kathedraal van Santiago de Compostela, maar waar ze beginnen scheelt bijna duizend kilometer. Dat bepaalt hoeveel vakantiedagen je kwijt bent, hoe lang je dagen worden en hoe je er überhaupt komt.

In 2025 haalden ruim 530.000 mensen hun Compostela in Santiago, een record, en ruim de helft daarvan kwam van buiten Spanje. Volgens cijfers van de Oficina del Peregrino zaten daar 6.744 Nederlanders bij, tegen 6.353 het jaar ervoor.

Hieronder staan de zes grote routes naast elkaar, met langs welke steden ze lopen. Van de meeste van die steden staat een uitgebreide pagina op deze site, dus je kunt vanaf hier doorklikken naar je startpunt of een tussenstop.

Welke Camino past bij jou

RouteAfstandEtappesKm per dagStartpuntSteden op deze site
Camino Francéscirca 764 tot 790 km33circa 23Saint-Jean-Pied-de-PortPamplona, Logroño, Burgos, León
Camino Portugués620 km vanaf Lissabon, circa 265 km vanaf Porto25 of 13circa 25 of 20Lissabon of PortoPontevedra (beide routes), Vigo (kustroute)
Camino del Nortecirca 815 tot 833 km32 tot 34circa 25IrúnSan Sebastián, Bilbao, Santander, Comillas, Santillana del Mar, Gijón
Camino Primitivocirca 313 tot 320 km13 tot 14circa 23OviedoOviedo
Vía de la Platacirca 960 tot 1000 km37 tot 38circa 26SevillaSevilla, Mérida, Cáceres, Salamanca, Zamora, Ourense
Camino Inglés112,4 km vanaf Ferrol, 72,8 km vanaf A Coruña5 tot 6 of 3 tot 4circa 20Ferrol of A CoruñaA Coruña

De afstanden zijn afgerond en als range gegeven, want behalve bij het Camino Inglés zijn de bronnen het onderling niet eens over de kilometerstand. Verschillen van tien of twintig kilometer over een route van achthonderd zeggen ook weinig; het aantal etappes zegt meer, want dat betaal je in vakantiedagen.

Kies dus eerst op het aantal dagen dat je hebt. Heb je minder dan twee weken, dan vallen de Camino Francés, de Camino del Norte en de Vía de la Plata als hele route meteen af. Die kosten vijf weken of meer. Wat overblijft is het Camino Inglés vanaf Ferrol in vijf tot zes dagen, de Camino Portugués vanaf Porto in ongeveer dertien, en de Camino Primitivo vanaf Oviedo in dertien tot veertien. Wil je toch op de Francés lopen, dan begin je in Sarria en doe je de laatste honderd kilometer in ongeveer vijf dagen. Dat is precies genoeg voor de Compostela, zo komen de meeste mensen met weinig vrije dagen alsnog in Santiago aan.

De zes routes op een rij

De Camino Francés

De klassieker, en de route die mensen bedoelen als ze het over dé Camino hebben. De Camino Francés begint in Saint-Jean-Pied-de-Port, net over de Franse grens, en loopt in 33 etappes naar Santiago. Over de lengte lopen de bronnen uiteen, je komt cijfers tegen tussen 764 en 790 kilometer.

Je gaat van Navarra via La Rioja en de Castiliaanse hoogvlakte naar de bergen van Galicië, en onderweg verandert het landschap dus compleet. De grote etappeplaatsen zijn stuk voor stuk steden waar je los van de Camino ook heen zou gaan: Pamplona, Logroño, Burgos met zijn gotische kathedraal en León. Daarna volgen Astorga en Ponferrada, en bij O Cebreiro klim je Galicië binnen.

Houd rekening met het laatste stuk. Sarria ligt net iets meer dan honderd kilometer voor Santiago en is het gangbare startpunt voor iedereen die alleen de afstand loopt die voor de Compostela nodig is. Vanaf daar loop je dus tussen veel meer mensen dan in de weken daarvoor.

Pelgrim met rugzak loopt over de kale, weidse Castiliaanse hoogvlakte langs de Camino Francés

De Camino Portugués

Twee routes onder één naam. Officieel begint de Camino Portugués in Lissabon, 620 kilometer in 25 etappes, maar het deel dat echt gelopen wordt is Porto naar Santiago. Dat is ongeveer 265 kilometer in dertien etappes.

Vanaf Porto kun je twee kanten op, en dat verschil moet je scherp hebben. De centrale route gaat door het binnenland, steekt bij Tui de grens over en komt via Pontevedra en Padrón in Santiago uit. De kustvariant volgt de Atlantische kust, is met ongeveer 280 kilometer iets langer, en loopt via Vigo voordat hij bij Redondela weer op de centrale route aansluit. Vigo ligt dus niet op de centrale route; Pontevedra ligt op allebei. Wie zijn etappes plant kiest tot Redondela echt één van de twee.

Dertien tot veertien dagen vanaf Porto maakt dit de meest haalbare complete Camino voor wie twee weken vrij heeft. Dat Porto rechtstreeks vanaf Schiphol en Eindhoven te vliegen is, scheelt ook nog eens een halve reisdag aan beide kanten.

De Camino del Norte

De Camino del Norte begint in Irún aan de Frans-Spaanse grens en volgt de Atlantische kust van Baskenland, Cantabrië en Asturië naar het westen. Met 815 tot 833 kilometer in 32 tot 34 etappes is dit de langste van de noordelijke routes, en de dagen zijn gemiddeld langer dan op de Francés. Reken op zo’n vijfentwintig kilometer per etappe.

Daar krijg je een rij kuststeden voor terug: San Sebastián, Bilbao, Santander, Comillas, Santillana del Mar en Gijón. Bij Ribadeo laat je Asturië achter je, ga je Galicië in en draait de route landinwaarts naar Santiago.

Twee dingen worden hier vaak door elkaar gehaald. A Coruña ligt niet aan deze route, dat is het Camino Inglés. En Oviedo ligt er ook niet aan, want dat is een omweg landinwaarts die je maakt als je van de kust wilt overstappen op de Camino Primitivo.

De Camino Primitivo

De Camino Primitivo begint in Oviedo en gaat dwars door het Asturische en Galicische binnenland in plaats van langs de kust. In totaal loop je 313 tot 320 kilometer in dertien tot veertien etappes, dus zo’n drieëntwintig kilometer per dag.

Het eigenlijke Primitivo-deel is de eerste 255 kilometer, tot Melide. Daar komt de route samen met de Camino Francés en loop je de laatste vijftig à zestig kilometer naar Santiago mee met iedereen die vanaf Sarria vertrokken is. Vanaf Melide heb je dus hetzelfde aanbod aan albergues en dezelfde drukte als op de hoofdroute. Onderweg passeer je Lugo, de laatste grote stad voor die samenvoeging.

Net als de Portugués vanaf Porto past de Primitivo binnen twee weken vakantie. Het begin is bovendien simpel geregeld. Op de luchthaven van Asturias landt een rechtstreekse seizoensvlucht vanaf Amsterdam, en je staat dezelfde dag nog in Oviedo. Loop je de Camino del Norte en wil je de tweede helft anders invullen, dan is Oviedo het punt waar je kunt overstappen.

De Vía de la Plata

De langste van de zes, en de enige die van zuid naar noord door het binnenland loopt. Vanaf Sevilla is het ongeveer 960 tot 1000 kilometer naar Santiago, in 37 tot 38 etappes. Met gemiddeld zo’n zesentwintig kilometer per dag zijn dat ook de langste dagen van alle routes hier, en anderhalve maand vrij krijgt bijna niemand in één keer. Veel mensen lopen hem daarom in stukken over een paar jaar.

Je gaat door Extremadura en Castilië en León, langs Mérida, Cáceres, Salamanca en Zamora. Dat is een reeks steden die op zichzelf al een rondreis waard is.

Voorbij Zamora, bij Granja de Moreruela, splitst de route zich. Sla je af, dan loop je de Camino Sanabrés via Ourense rechtstreeks door naar Santiago. Ga je rechtdoor, dan kom je bij Astorga uit en doe je het laatste stuk over de Camino Francés. De Sanabrés is de variant die bij deze gids hoort, met Ourense als laatste grote stad voor Santiago.

De Camino Inglés

De kortste van de zes, en de enige waarbij je startplaats bepaalt of je in Santiago een Compostela krijgt. Er zijn twee beginpunten en die komen bij Bruma samen, waarna je dezelfde weg naar Santiago loopt.

Vanaf Ferrol is het 112,4 kilometer, ongeveer vijf tot zes etappes. Vanaf A Coruña is het 72,8 kilometer, drie tot vier etappes. Dat tweede getal haalt de honderd kilometer niet die voor de Compostela vereist is. Begin je daar, dan loop je een mooie route van een lang weekend, maar krijg je bij de Oficina del Peregrino geen certificaat. Wil je dat wel, dan start je in Ferrol, ook al is A Coruña de grotere en makkelijker bereikbare stad.

Rechtstreeks vliegen op Ferrol of A Coruña kan vanuit Nederland niet. Je vliegt op Santiago of Madrid en reist met trein of bus door naar het noorden. Vanaf Santiago kost dat een paar uur extra, vanaf Madrid een halve dag, maar de hele onderneming past nog steeds in een week, inclusief een paar dagen in Santiago zelf.

De credencial en de Compostela

De credencial is je pelgrimspaspoort. Je hebt hem nodig om in albergues te mogen slapen en om in Santiago je Compostela aan te vragen. Je haalt hem bij de Oficina del Peregrino, bij broederschappen en verenigingen van vrienden van de Camino, bij parochies onderweg, bij sommige hostels en via de webshop van Correos, de Spaanse post. Officieel mag hij niet meer dan twee euro kosten; in de praktijk betaal je meestal anderhalf tot twee euro, en op sommige plekken gaat het op donatiebasis.

Onderweg laat je hem stempelen. Eén stempel per dag volstaat, maar over de laatste honderd kilometer te voet of de laatste tweehonderd op de fiets moeten het er minstens twee per dag zijn.

De Compostela zelf is het certificaat dat je aan het eind krijgt. De eis is honderd kilometer te voet of te paard, of tweehonderd kilometer op de fiets, aaneengesloten afgelegd over dezelfde erkende route en eindigend bij de kathedraal. In de tijd hoeft dat niet aaneengesloten. Je mag een route over meerdere jaren in etappes lopen, zolang je steeds verdergaat vanaf het punt waar je gestopt was. Begint een erkende route buiten Spanje, dan moet het Spaanse deel minstens zeventig kilometer zijn. Wie precies genoeg wil lopen, begint te voet in Sarria en op de fiets in Ponferrada.

Slapen onderweg

Je slaapt in albergues, pelgrimsherbergen met stapelbedden, en er zijn er twee soorten. Dat verschil bepaalt hoe strak je je dagen moet plannen.

De publieke albergues, in Galicië het netwerk van de Xunta, kosten tien euro per nacht. Dat is het tarief voor 2025 en 2026, opgetrokken in aanloop naar het heilig jaar 2027. Op dit moment kun je daar niet reserveren: bedden worden bij aankomst verdeeld op volgorde van binnenkomst, met voorrang voor pelgrims met een functiebeperking, daarna wandelaars, dan pelgrims te paard en tot slot fietsers. Neem die regel niet als vaststaand aan. In 2020 draaide de Xunta juist een online reserveringsplatform, dat is later weer uitgezet, en in 2024 en 2025 lag er opnieuw een voorstel om in het hoogseizoen reserveren toe te staan. Check kort voor vertrek hoe het er dan voor staat.

Privé-albergues vragen meestal tien tot twintig euro per nacht, en in het hoogseizoen of met meer comfort kan dat oplopen tot dertig à vijfendertig. Daar kun je wel reserveren, en tussen juni en september, en zeker in 2027, is dat verstandig.

Stapelbedden op een rij in de slaapzaal van een pelgrimsalbergue

Wil je niet elke nacht in een stapelbed liggen, dan boek je losse hotels. Voor je laatste nachten in Santiago is dat sowieso aan te raden.

Wat kost een Camino

Op een sober programma, dus albergues en eenvoudige maaltijden, reken je in 2026 op dertig tot vijftig euro per dag. Wil je regelmatig een eigen kamer en beter eten, dan loopt dat op tot ongeveer negentig euro per dag.

Dat dagbedrag maal je aantal etappes is de kern van je begroting. Voor twee weken, bijvoorbeeld de Portugués vanaf Porto of de Primitivo vanaf Oviedo, kom je zo op 420 tot 700 euro voor onderdak, eten en drinken samen. Daar komen je credencial en je vlucht heen en terug bovenop. Laat je je rugzak per etappe vooruitbrengen, dan kost dat ongeveer vijf euro per keer, dus zo’n zeventig euro over veertien etappes; op lange of afgelegen etappes ligt het tarief hoger.

De grootste variabele is waar je slaapt. Veertien nachten in publieke albergues kost tegen het huidige tarief 140 euro. Doe je dezelfde veertien nachten privé, dan zit je op 140 tot 280 euro, en in het hoogseizoen kan dat richting de 500 lopen. Daar zit het verschil tussen een goedkope en een dure Camino, veel meer dan in wat je onderweg eet.

Heen en terug vanuit Nederland

Hoe makkelijk je bij je startpunt komt, verschilt sterk per route, en dat weeg je beter meteen mee. Naar Porto vlieg je rechtstreeks vanaf Schiphol en Eindhoven, wat de Portugués de simpelste start geeft. Ook Bilbao vanaf Eindhoven, de luchthaven van Asturias bij Oviedo vanaf Amsterdam in het seizoen en Sevilla vanaf Amsterdam en Eindhoven hebben directe verbindingen, dus de Primitivo en de Vía de la Plata beginnen zonder overstap; voor de Norte reis je vanaf Bilbao nog door naar Irún.

Lastiger zijn Saint-Jean-Pied-de-Port en het Camino Inglés. Naar het begin van de Francés reis je altijd met een overstap, met een vlucht plus trein of bus. Voor Ferrol en A Coruña geldt hetzelfde. Je landt op Santiago of Madrid en gaat daarvandaan over land verder.

De terugreis is voor iedereen gelijk, want elke route eindigt in Santiago. Vanaf Schiphol vliegt Vueling in het zomerseizoen rechtstreeks op Santiago de Compostela (SCQ) in ongeveer twee tot tweeënhalf uur, dus je boekt heen naar je startpunt en terug vanaf Santiago. Vluchtschema’s wisselen per seizoen, dus check dit als je gaat boeken in plaats van erop te rekenen.

Vrijwel iedereen plakt er een dag of twee aan vast in Santiago de Compostela, voor de kathedraal en een lange maaltijd zonder rugzak. Wat je in die dagen kunt boeken, staat hieronder.

Powered by GetYourGuide

Wanneer ga je lopen

Het hoogseizoen loopt van juni tot en met september. Dat is wanneer reserveren bij privé-albergues echt nodig wordt, en wanneer het bij de publieke albergues, waar je niet kunt reserveren, aankomt op vroeg genoeg binnen zijn.

Het weer is per route een ander verhaal. De Vía de la Plata loopt door Extremadura en Andalusië, de Camino del Norte en de Camino Primitivo blijven aan de Atlantische kant van het land, en de Camino Francés doorkruist beide werelden. Eén beste maand voor de hele Camino bestaat dus niet. Bekijk per streek en per maand wat je kunt verwachten in de beste reistijd voor Spanje, en kies je vertrekdatum op de regio waar je het grootste deel van je dagen loopt.

En houd 2027 in de gaten, want dat is het eerstvolgende heilig jaar.

2027 is een heilig jaar

Een Año Santo of Xacobeo is een jaar waarin 25 juli, de feestdag van Sint-Jacobus, op een zondag valt. Dat gebeurt in een onregelmatige cyclus van zes, vijf, zes en elf jaar. Het eerstvolgende is 2027, daarna zijn 2032 en 2038 aan de beurt. Het vorige was 2021, dat vanwege de coronapandemie werd verlengd tot en met 2022.

Praktisch gezien is het vooral een drukte-signaal. In 2025 haalden ruim 530.000 mensen hun Compostela, een record, tegen 499.239 in 2024, en die lijn liep dus al omhoog zonder heilig jaar. De Xunta trok het tarief van de publieke albergues alvast op in aanloop naar 2027.

Ga je in 2027, reserveer dan vroeg wat je kunt reserveren, dus privé-albergues en hotels, en ga ervan uit dat je bij de publieke albergues gewoon op je beurt wacht. Het alternatief is buiten juni tot september vertrekken. En wil je de drukte helemaal ontlopen, dan loop je je Camino in 2026 of stel je hem uit tot 2028.

Gele pijl en blauw-geel schelpsymbool op een wegwijzer, het teken dat je op elke Camino-route naar Santiago terugziet

Veelgestelde vragen over de Camino de Santiago

Dat hangt af van de route die je kiest. Het Camino Inglés vanaf Ferrol loop je in vijf tot zes etappes, de Camino Portugués vanaf Porto in ongeveer dertien en de Camino Primitivo vanaf Oviedo in dertien tot veertien. De Camino Francés in zijn geheel kost 33 tot 35 dagen en de Vía de la Plata vanaf Sevilla 37 tot 38. Heb je maar een week, dan loop je de laatste honderd kilometer vanaf Sarria, wat meestal in vijf dagen gaat.
Nee. Je mag op elk punt instappen en een route in stukken over meerdere jaren afmaken. Voor de Compostela geldt alleen dat de laatste honderd kilometer te voet, of tweehonderd op de fiets, aaneengesloten over dezelfde erkende route moet lopen en bij de kathedraal van Santiago moet eindigen. Dat mag je over losse weekenden verdelen, zolang je elke keer verdergaat vanaf het punt waar je gestopt was.
De Compostela is het certificaat dat de Oficina del Peregrino in Santiago afgeeft aan pelgrims die genoeg kilometers hebben afgelegd. Je hebt er honderd kilometer te voet of te paard voor nodig, of tweehonderd kilometer op de fiets, over een erkende route die bij de kathedraal eindigt. Je bewijst dat met je credencial, het pelgrimspaspoort dat je onderweg laat stempelen. Over die laatste honderd of tweehonderd kilometer heb je minstens twee stempels per dag nodig.
Bij de publieke albergues kan dat op dit moment niet. Plekken worden bij aankomst verdeeld op volgorde van binnenkomst, met voorrang voor pelgrims met een functiebeperking, daarna wandelaars, dan pelgrims te paard en tot slot fietsers. Die regel is sinds 2020 al twee keer omgegooid, dus check hem kort voor vertrek nog even. Bij privé-albergues kun je wel reserveren, en tussen juni en september is dat aan te raden.
Op een sober programma met albergues en eenvoudige maaltijden reken je op dertig tot vijftig euro per dag. Met meer comfort loopt dat op tot ongeveer negentig euro per dag. Een nacht in een publieke albergue in Galicië kost tien euro, een privé-albergue meestal tien tot twintig euro en in het hoogseizoen soms dertig tot vijfendertig. Laat je je rugzak per etappe vooruitbrengen, dan komt daar ongeveer vijf euro per keer bij.
De Camino Portugués vanaf Porto, ongeveer 265 kilometer in dertien etappes, en de Camino Primitivo vanaf Oviedo, dertien tot veertien etappes. Allebei zijn het complete routes die je in een vakantie van begin tot eind loopt. Het Camino Inglés vanaf Ferrol is met vijf tot zes dagen nog korter en laat ruimte over voor een paar dagen Santiago. De Camino Francés, de Camino del Norte en de Vía de la Plata passen er in hun geheel niet in.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.